Deze week maar één foto>>>>

HERINNERINGEN AAN GABON - DE KRAKEELSTAF (augustus 1997)

In de boekenbijlage van Vrij Nederland van deze week stond een recensie van het door Geert Mak geschreven boek "Het stadspaleis" dat de geschiedenis beschrijft van het in 1665 in gebruik genomen Stadhuis op de Dam in Amsterdam. In het artikel wordt vermeld dat er zich destijds in het Stadhuis, voordat het door Koning Lodewijk Napoleon tijdens de Franse Tijd tot een echt paleis werd verbouwd, een "Krakeelkamer" bevond. In deze Krakeelkamer had onder andere Rembrandt zich eens ten overstaan van de gemeentelijke huwelijkscommissarissen moeten verweren tegen aantijgingen van zijn ex-huishoudster. Noch over de taak van de huwelijkscommis-sarissen, noch over wat de aantijgingen precies inhielden wordt verder uitgewijd, maar ik kan mij daar wel het een en ander bij voorstellen.
De "Krakeelkamer" riep bij mij direkt herinneringen op aan de "Bâton de Palabres" die ik een jaar of tien geleden midden in het Gabonese regenwoud had gekocht en waarvoor ik nooit een toepasselijk Nederlands woord had kunnen bedenken. "Krakeelstaf" leek nu plotseling de vanzelfsprekende vertaling voor het woord dat mij jaren lang niet te binnen had willen schieten.

De krakeelstaf, zo werd mij na de aankoop uitgelegd, behoort tot de traditionele gebruiksartikelen in het dorpsleven van de Fang en vervult een belangrijke rol bij het beslechten van onderlinge ruzies en onenigheden, gekrakeel dus.
De Fang zijn de grootste etnische groep in het op de evenaar gelegen Centraal Afrikaanse land Gabon, wonen verder in het zuiden van Kameroen en vormen de meerderheid in Equatoriaal Guinee. De Gabonese Fang wonen in de noordelijke helft van het land, de Kameroenese Fang in het zuiden van Kameroen en de Equato's wonen zowel op het vaste land, het voormalige Rio Muni, als op het eiland Fernando Poo dat tegenwoordig Bioko heet. Rio Muni en Fernand Poo waren de eninge twee kolonies die Spanje ooit in zwart Afrika bezat. Hoewel de voormalige koloniale en tegenwoordige nationale grenzen de Fang verschillende nationalitieiten en verschillende officiële talen hebben bezorgd, Fang zijn ze en Fang blijven ze en hun taal en hun cultuur bindt hen over deze grenzen heen.

De Krakeelstaf kan het best worden beschreven als een verlengde breinaaldenkoker en wordt vervaardigd uit bamboe en raffia. De staf is ongeveer één meter twintig lang, heeft een diameter van zo'n vijf centimeter en is gevuld met gedroogde graankorrels.
De bamboe koker wordt omwikkeld met raffia van ruwweg een centimeter breed en in de lengterichting worden eenvoudige dekoratieve patronen gevlochten op de manier waarop ik vroeger met papierstroken matjes vlechtte op school. Ik kocht mijn krakeelstaf even buiten Oyem, de hoofdstad van de aan Kameroen en Rio Muni grenzende Gabonese provincie Wolue-Ntem. Daar hebben de patienten van het leprozenhospitaal zich gespecialiseerd in vlechtwerk: manden voor lokaal gebruik en bâtons de palabres die als souvenir aan passerende toeristen te koop worden aangeboden.

In de Gabonese door Fang bewoonde dorpen werden en worden ruzies voorgelegd aan en beslecht door de chef de village, de dorpsoudste, en iedere partij in het geschil krijgt evenveel tijd toegewezen om zijn of haar kant van de zaak te belichten. Hierbij vervult de krakeelstaf de rol die de zandloper vroeger vervulde en de stopwatch tegenwoordig: het meten van de tijd. Wanneer de krakeelstaf schuin wordt gehouden rollen de graankorrels in de koker met een zacht ruisend geluid van het ene eind naar het andere: graankorrels uitgerold, spreektijd voorbij. Een praktische oplossing in een tijd waarin nog geen horloges werden gedragen en eindeloos argumenteren kennelijk als tijdverspilling werd beschouwd. Zo bezien is de krakeelstaf dus eigenlijk best een modern instrument dat ook in veel ontwikkelde landen een nuttige rol zou kunnen vervullen!



© Jacques de Rhoter

Printversie