Deze week maar één foto>>>>

HERINNERINGEN AAN GABON - HUISAPOTHEEK (augustus 1997)

Soms kom je in het verre buitenland op de meest onwaarschijnlijke plaatsen dingen tegen die aan Nederland herinneren. Nu heb ik het niet over de Dutch Wax of Wax Hollandais, de kleurrijke katoenen stoffen van Vlisco die overal in West-Afrika tot prachtige kledingstukken worden omgetoverd of de pakken spekulaaskoekjes in de supermarkt of een zoveelste hands stadsbus die nog steeds het Centraal Station als eindbestemming heeft. Nee, het gaat hier over alledaagse dingen die je tegenkomt, waar je dat absoluut niet verwacht.

In Nigeria is het iedere laatste zaterdag van de maand "Environmental Day" in de volksmond kortweg "Sanitation Saturday". Dit instituut is midden in de tachtiger jaren in het leven geroepen door het militaire regime van Generaal Ibrahim Babangida en iedere Nigeriaan wordt geacht op die dag zijn omgeving op te ruimen: de straat vegen, afval verzamelen, regengoten ontstoppen enzovoorts. Vrijdagavond meldt de nieuwslezer van het door het Ministerie van Informatie gecontroleerde televisiejournaal dat het de volgende ochtend tussen zeven en tien uur weer environmental zaterdag zal zijn, dat iedereen verplicht is hier aan deel te nemen en dat het gedurende de genoemde uren verboden is zich binnenshuis te bevinden. Hoewel het journaal daarna op zaterdagavond meestal trots verslag doet van de "massale landelijke participatie" door de hele bevolking, slapen de meeste Nigerianen gewoon lekker uit.

Aldus werd ik gedwongen om de laatste zaterdag van mei in mijn hotelkamer in Benin City te blijven tot het tien uur zou zijn. Hoewel ik zelden ontbijt, bestelde ik om de tijd door te komen ontbijt op de kamer en daar was het weer eens raak: de koffiekopjes droegen het opschrift "BELASTINGDIENST PARTIKULIEREN HENGELO".

In Gabon reisde ik eens naar Lambaréné. Hoewel het stadje op minder dan 250 kilometer afstand van de hoofdstad Libreville lag, destijds toch een autorit van ruim vijf uur. Dat wil zeggen in de droge tijd, want in de regentijd waren de niet geasfalteerde 150 kilometers tussen Kango en Lambaréné vrijwel onbegaanbaar voor personenauto's. Het midden in het regenwoud gelegen Lambaréné was in de jaren vijftig in protestantse kringen in Nederland een bekende naam dankzij de uit de Elzas afkomstige zendeling-arts Dr. Albert Schweitzer. In 1952 werd aan de zwaar besnorde en altijd een ouderwetse tropenhelm dragende Schweitzer de Nobelprijs voor de Vrede toegekend. Ik herinner me dat er Nederland ter ondersteuning van zijn werk in de leprozenkolonie geld en kleding werden ingezameld lang voordat Max Tailleur de "Zak van Max" uitvond.

Op uitnodiging van mijn uit Lambaréné afkomstige collega Guy Ngome Elang bezocht ik het hospitaal dat in 1913 door Schweitzer was gesticht. Guy was er geboren en wist de weg. Hoewel de meeste gebouwen modern waren, was men bezig om in de voormalige operatiezaal een museum ter nagedachtenis aan Schweitzer in te richten. Het was een houten gebouw op palen met een dak van palmbladeren en opengewerkte wanden die voor de luchtcirculatie zorg droegen en dragen. Twee kleinere ruimten aan de kop van het gebouw waren al klaar. De eerste bevatte de volledig ingerichte slaapruimte van Schweitzer met zijn bed, zijn bureau, zijn boeken, zijn piano, zijn leesbrilletje, enzovoorts. Niets leek te ontbreken en de dokter zou de kamer zo weer in gebruik hebben kunnen nemen. De tweede ruimte was ingericht als de voormalige apotheek van het ziekenhuis. En hier weer zo'n verassing ver van huis: aan de muur hangt een vurenhouten kastje met het opschrift "HUISAPOTHEEK".

Toen ik enige jaren later het boek De Regenvogel van Jan Brokken las, een boek dat over Gabon gaat, begreep ik in ieder geval hoe de Nederlandse huisapotheek midden in het regenwoud terecht moet zijn gekomen en waarom wij in Nederland destijds zo met de dokter in de weer waren. Van 1938 tot aan Schweitzer's dood in 1965 was de uit Rotterdam afkomstige verpleegkundige Maria Lagendijk zijn trouwste medewerkster. Hoe de koffiekopjes van de Hengelose belastingdienst echter in een hotel in Benin City zijn beland, blijft voorlopig nog een onbeantwoorde vraag.



© Jacques de Rhoter

Printversie