|
COULEUR LOCALE ABEOKUTA (juni 1996)
De fors afgeprijsde Dominicus reisgids
(editie 1993), die ik begin van dit jaar
uit curiositeit kocht, heeft minder dan
één pagina nodig om verslag
te doen van zowel de historie als de toeristische
attracties van Abeokuta. En dat is dan ook
nog inclusief een foto van ongeveer 1/3
pagina. De weinig bemoedigende beschrijving
van Meneer Domenicus kan ons (een Toyota
Coaster bus vol met collega's) er desondanks
toch niet van weerhouden een dagtocht naar
de stad te maken.
Abeokuta is de hoofdstad van de Nigeriaanse
deelstaat Ogun en ligt een autorit van ongeveer
anderhalf uur ten noorden van Lagos. Het
stadje werd rond 1830 gesticht door de Egba's,
één van de vele Yoruba sprekende
bevolkingsgroepen. 't Is óók
de geboortestad van M.K.O. Abiola, de man
die in 1993 vermoedelijk tot President van
Nigeria werd gekozen, maar het nooit werd.
Het tellen van de stemmen werd voortijdig
gestaakt, de verkiezing werd ongeldig verklaard
door een goed gesouffleerde rechter en de
uitslag werd nooit bekend gemaakt. Geheel
volgens de Nigeriaanse logica werd er dus
ook niemand gekozen. Eén jaar na
de verkiezingen riep Abiola zichzelf uit
tot president, werd prompt gearresteerd
wegens landverraad en zit inmiddels al weer
twee jaar in de gevangenis. Van enige onrust,
één dag voor de verjaardig
van zijn verkiezing, is al lang geen sprake
meer. In 1994 waren er langdurige stakingen,
in 1995 werd er nog slechts voor onrust
gewaarschuwd, in 1996 lijkt de zaak geheel
en al vergeten. In Abeokuta is de bevolking
veeleer druk bezig met de economische crisis
het hoofd te bieden, dan in de stemming
om een confrontatie met politie en militairen
aan te gaan.
Dé toeristische attraktie van Abeokuta
is Olumo Rock, een niet al te hoog boven
de stad uitstekende rotspartij, waaraan
de stad tevens haar naam heeft te danken.
In het Yoruba betekent Abe Okuta namelijk
"Onder de Rots". Olumo is een
samentrekking van de Yoruba woorden Oluwa
(God) en Omo (kind of kinderen) en is wellicht
een verwijzing naar de bescherming die de
rots gedurende de 19e eeuwse inter-Yoruba
oorlogen aan de bevolking bood. De sporen
daarvan zijn nog goed zichtbaar in een van
de ruimtes die we passeren als we de rots
opklimmen. De rots van Olumo is niet al
te hoog en laat zich vrij gemakkelijk beklimmen.
Onderweg passeren we eerst het goed afgesloten
altaar, dat slechts een maal per jaar opengaat
om offerandes te zenden naar de traditionele
Yoruba goden. Boven de deur staat het opschrift
:
ABE L OWO
Abe is een afkorting voor Abeokuta, owo
betekent geld of geluk en omo betekent kind
of kinderen. Hier kunnen derhalve geld of
geluk en kinderen worden afgesmeekt. Even
verderop wonen een aantal al wat oudere
priesteressen. Coca Cola is de sponsor van
het naast de deur van hun rotswoning geplaatste
bord dat aangeeft dat hier de Orisa Igun
Worshippers wonen, de aanbidders van beeldtenis
van de Yoroba god Ogun. Het motto van de
priesteressen is aan de andere kant van
de deur op de muur geverfd "Madoju
Timi Oluwa Oba" hetgeen vrij vertaald
"Beschaam mij niet O Heer" betekent.
De drie priesteressen zijn wat oudere vrouwen
die gekleed gaan in een eenvoudige, een
beetje Baghwan achtige, donker oranje en
helder lila gekleurde omslagdoeken. Ze spreken
geen Engels, maar via onze als tolk optredende
gids krijgen we toestemming om foto's maken.
Dir gebeurt uiteraard in ruil voor wat geld,
want de dames hebben naar het schijnt geen
andere bron van inkomsten dan deze van free
lance fotomodel. Op een rots naast hun woning
staat een mandje met de afwas, de hier gebruikelijke
aardewerken kookschalen en borden. De schalen
zijn goed beroet door het houtvuur waarop
wordt gekookt.
Niet ver voorbij de woning van de priesteressen
bevindt zich één van de ruimten
waar tijdens de inter-Yoruba oorlogen werd
geschuild voor de vijand. In de rotsbodem
zijn er een aantal ondiepe ronde uithollingen
op de plaatsen waar destijds voedsel werd
fijngestampt, plaats voor de vijzels waarin
dit normaliter gebeurt was er nauwelijks
in deze lage ruimtes. De schuilplaats in
Abeokuta is veel primitiever dan die ik
een paar jaar geleden in Idanre bezocht.
In Idanre werd het hele dorp, inclusief
het paleis van de Oba, tijdelijk verplaatst
naar een hoger in de bergen gelegen goed
verdedigbare vallei, thans lokaal bekend
als de Hanging Valley, waar in redelijk
comfort het einde van de vijandelijkheden
werd afgewacht.
De klim naar de top van Olumo Rock gaar
nu echt beginnen. Het eerste deel is wat
ongemakkelijk, tussen twee grote rotspartijen
is er een soort pad waar van het ene rotsblok
naar het andere moet worden geklommen. De
rotswanden geven houvast en de klim is niet
langer dan 100 à 150 meter. Bovengekomen
moet een wat wankel bruggetje over een ruimte
tussen twee grote rotsblokken worden genomen,
maar dit is luxe vergeleken met een paar
jaar geleden toen gidsen je op de rug namen
en er overheen sprongen. De rest van de
klim naar de top van de rots bestaat uit
een licht stijgend glad oppervlak, dat op
deze droge dag midden in het regenseizoen
goed te nemen is.
Vanaf Olumo Rock naar beneden kijkend, zie
je vooral een enorme aaneengesloten huizenmassa
afgedekt door de zo karakteristieke roodbruin
geoxideerde golfplaten daken. En ook veel
binnenplaatshuizen, de overerfde grondvorm
voor het bouwen van een huis, die nog steeds
overal in West Afrika wordt toegepast. Tussen
de roestbruine laagbouw vallen de twee grote
moskeëen nadrukkelijk op: de wat oudere
Centrale Moskee en de veel recentere Abiola
Moskee, gebouwd door en vernoemd naar Moshood
Abiola. Op de vraag waar de christelijke
kathedraal is, antwoordt een van de gidsen
dat er in Abeokuta alleen maar moslims wonen
en hij niets van het bestaan van een "Christian
Moks" afweet. Hij bedoelt natuurlijk
Mosk, maar veel Nigerianen hebben moeite
om Engelse woorden die op sk eindigen goed
uit te spreken, "I asked you"
wordt veelal "I aksed you", enzovoorts.
De bevolking van Abeokuta is deels moslim
en deels christen en was één
van de eerste plaatsen in het Yoruba binnenland
waar in de tweede helft van de 19e eeuw
christelijke missionarissen neerstreken.
De kathedraal, die kennelijk aan de andere
kant van de rots ligt zullen we later vanuit
de bus zien.
Op nog geen vijf minuten van Olumo Rock
ligt Sodeke Street, op het eerste gezicht
een zeer eenvoudige winkelstraat. Er wordt
in kleine open winkeltjes, vrijwel huis
aan huis, het kleurige Adire, lokaal vervaardigde
batik, en de daarvoor benodigde kleurstoffen
verkocht. Abeokuta is dan ook één
van de centra in Yorubaland waar de ambachtelijke
textielindustrie nog steeds bloeit.
Door de industralisering zijn in Nederland
en andere Europese landen de meeste traditionele
ambachten gedegradeerd tot een curiositeit
die onder de noemer "oude ambachten"
nog slechts worden gedemonstreerd in streekmuseums
of op braderieën. Sommige van dergelijke
oude ambachten bestaan nog voort in de vorm
van kunst of kunstnijverheid. Het aardige
van Nigeria is dat ondanks industrialisering
en het ter beschikking komen van goedkope
massa geproduceerde alternatieven er, met
name buiten de grote steden, nog steeds
een ruime markt is voor op traditionele
wijze vervaardigde produkten. Kleinschalige
familiebedrijfjes die veelal in de open
ruimtes tussen de huizen worden uitgeoefend.
Zodoende zijn hier een aantal traditionele
ambachten gelukkig nog niet tot oude ambachten
verworden.
Wie de weg weet, steekt halverwege in Sodeke
Street tussen de huizen door naar de "Better
Life Adire Market". Better Life for
Rural Women, was het stokpaardje van de
vrouw van President Babangida, maar de vaart
is er uit sinds Babangida in augustus 1993
opstapte. Mevrouw Abacha, de vrouw van het
huidige staatshoofd, heeft natuurlijk haar
eigen stokpaardje het Family Support Programme
en de plattelandsvrouwen zijn sindsdien
aanzienlijk minder in beeld. Er is weinig
aktiviteit tijdens ons bezoek. Slechts hier
en daar hangt wat materiaal te drogen en
hetgeen naast de fraai bewerkte deuren en
deurposten van enige omliggende huizen het
meeste opvalt zijn de grafzerken. Op veel
plaatsen in Afrika worden de overleden familieleden
gezellig op het eigen erf begraven. De grafzerken
hier zijn opgemetseld en afgesmeerd met
grijs cement en halen niet bij bij mijn
eerste confrontatie met het verschijnsel
begraven aan huis in Gabon. Daar, op bezoek
in Lambaréné, jawel het dorp
waar Albert Schweitzer zo lang verbleef,
was ik genodigd bij de vader van een van
mijn Gabonese medewerkers. Na de kennismaking
stelde de vader voor om zijn vrouw even
te gaan begroeten en nam mij vervolgens
mee naar een klein gebouwtje in de tuin
alwaar moeder bleek te zijn begraven in
een goed bijgehouden crypte. "Wel dit
is Jacques de baas van Guy en dit is dus
mijn vrouw, vind je niet dat zij er mooi
verzorgd bij ligt?", dat vond ik zeker.
In Abeokuta hangen op sommige graven net
geverfde stoffen te drogen en op wat andere
zerken spelen de kleinkinderen.
We lopen richting Otoku Roundabout, het
andere eind van Sodeke Street, en duiken
daar een erg nauwe zijstraat in waar ook
weer huis aan huis adire wordt verkocht.
Uiteindelijk komen we uit op een wat grotere
binnenplaats waar vandaag hard wordt gewerkt
en waar mooi te zien is op welke wijze er
in Abeokuta batik wordt gemaakt. Het basisprincipe
is eenvoudig: die vlakken van de stof die
men niet wil kleuren, dienen op een of andere
manier dusdanig te worden bewerkt dat ze
in het verfbad de kleurstof niet kunnen
opnemen. Dit kan door die delen van de stof
met vet of een uit cassave gemaakt stijfselachtig
materiaal te bewerken of door het op de
stof stikken van bepaalde patronen met raffia
of garen, dan wel bepaalde delen van de
stof te knopen (tie and dye). Het aanbrengen
van de stijfselpatronen, een typisch Yoruba
specialiteit, gebeurt met behulp van sjablonen
gesneden uit dunne zinken platen van ongeveer
A3 formaat of door het uit de vrije hand
op de stof penselen de patronen. Zonder
het te weten staan we oog in oog met de
voorzitter van de sjablonesnijders, die
ons gelijk meeneemt naar zijn kamer om nog
meer door hem gesneden ontwerpen te laten
zien. Het gebruik van de sjablone is begonnen
met de invoer van metalen verpakkingsmaterialen,
zoals theekisten, waarvan de dunne metalen
bekleding als eerste voor dit doel werd
benut. Het aanbrengen van de patronen op
de stof is even eenvoudig als doeltreffend:
de stof wordt op een tafel gespijkerd, het
sjablone wordt er op gelegd en de stijfelachtige
pasta wordt door de openingen van de sjablone
gestreken met behulp van een spatel. De
typische lokale arbeidsverdeling is ook
weer goed te zien: vrouwen penselen de patronen,
mannen gebruiken de sjablone. In tegenstelling
tot de Better Life Adire markt, wordt er
hier druk gewerkt en hangen overal kleurige
stoffen te drogen op de van bamboe gemaakte
droogrekken. Her en der staan de afgedankte
oliedrums die als verftonnen dienen en die
gaandeweg de aardewerk verfpotten hebben
verdrongen. Zoals ook de in de buurt van
Abeokuta groeiende natuurlijke blauwe indigo
verfstof langzamerhand wordt verdrongen
door de veelkleuriger moderne kleurstoffen.
Wij kopen echter een klassieke indigo doek,
waar we weken later nog steeds de draadjes
uittrekken die zijn gebruikt om het dekoratieve
patroon aan te brengen. Na nog een wandeling
langs de Otuku markt gaan we onderweg naar
de pottenmarkt.
"Smashing Pots" is de naam van
een nu al weer twee jaar durende tentoonstelling
in het Londense Museum of Mankind. Daar
worden achter het glas van de vitrines hoofdzakelijk
in West Afrika vervaardige potten en andere
aarderwerken gebruiksvoorwerpen getoond.
Maar niet alleen daar, ook de reizende tentoonstelling
"Langs de Niger" toonde veel bizonder
aardewerk, waaronder de mooie grafmonumenten
uit Bura in Niger en in het filiaal van
het Nationale Museum van Nigeria in Jos
is er zelfs een pottentuin waar aardewerk
uit heel Nigeria is samengebracht.
Overal waar ik ga en sta in West Afrika
ga ik gewoon op zoek naar de lokale pottenmarkt
om de aardewerken gebruiksvoorwerpen te
bekijken en soms te kopen. Dat valt niet
altijd mee, omdat wat Europeanen als decoratief
aardewerk beschouwen voor de lokale bevolking
niet meer is dan keukengereedschap. Zo kostte
het mij de eerste keer op bezoek in de Togolese
hoofdstad Lomé heel wat moeite om
de vlak bij de Amerikaanse ambassade gelegen
pottenmarkt te vinden, omdat niemand scheen
te begrijpen wat ik daar had te zoeken.
Na lang aandringen ontdekte ik daarna nog
geen hondervijftig meter verder de door
een muur aan het oog onttrokken markt met
prachtig aardewerk.
Abeokuta is een van de centra in Yorubaland
waar aardewerk wordt gemaakt Het wordt verkocht
op de Ijaye Kurunmi Pottenmarkt dat net
een klein openlucht museum is. Volgens veel
Yoruba bronnen is potten maken het oudste
beroep ter wereld. Uit opgegraven en gedateerd
materiaal zijn archeologen tot de conclusie
gekomen dat dit een beroep is dat al meer
dan 4000 jaar wordt uitgeoefend. In tegenstelling
tot het andere oudste beroep ter wereld
is het helaas ook een beroep dat door de
komst van moderne materialen zoals emaille,
aluminium en plastic flink in betekenis
is teruggelopen.
Potten maken is een vrouwenberoep dat aan
veel traditionele regels is gebonden, zoals
ook veel van de potten een traditioneel
religieuze betekenis hebben. Zo is er de
Ajere pot, een bolronde pot met een doorsnede
van zo'n 20cm en ongeveer even hoog. Het
is een multifunktionele pot die kan worden
gebruikt als vergiet, die bij het vuur kan
worden gehangen om vis te drogen, maar die
ook wordt gerbuikt als wierookvat tijdens
traditioneel godsdienstige rituelen. De
Ajere mag alleen worden gemaakt door vrouwen
die de menopauze achter de rug hebben, want
het doorboren van de klei om de gaatjes
te maken, wordt gezien als het doorsteken
van de baarmoeder hetgeen de maaktster onvruchtbaar
zal amken. De Agbada is een wat grotere
ronde schotel met een doorsnede van 35cm
en 15 cm hoog, de schotel wordt gebruikt
om te koken, maar dient ook om offerandes
op offerplaatsen te zetten. De Adogan is
een klein aardewerk kolenfornuisje dat op
veel plaatsen bij archologische opgravingen
wordt gevonden. Eén van de mooiste
potten uit Abeokuta vind ik de Ikale Orisa,
die als bewaarplaats dient voor de attributen
die nodig zijn voor de aanbidding van Sango,
de Yoruba god van de bliksem. Het is een
open cilindrische pot met een doorsnede
van zo'n 30cm en van ongeveer 30 cm hoog.
De 10cm brede rand van de pot is gedecoreerd
met magische tekens. Andere potten die in
Abeokuta worden gemaakt zijn de waterpotten,
maar ook de Oko Sango een pot waarvan je
direkt begrijpt dat er vruchtbaarheid en
geld in het spel zijn: de dekoratie bestaat
deel uit kaori schelpen, schelpen die vroeger
als geld dienden, en een prominent geplaatste
keurig besneden penis van klei. De meeste
potten die in Abeokuta worden gemaakt, worden
uit de vrije hand gevormd, er komt geen
draaischijf aan te pas. Wat soms wel wordt
gebruikt is een mal waar omheen vooral de
wat grotere potten worden voorgevormd. De
potten zijn meestal alleen maar licht geglazuurd
en vooral de lichter gekleurde potten vertonen
de goedogende sporen van het houtvuur waarin
ze werden gebakken.
De grootmoeder van mijn huishoudelijk hulp
woont in Porto Novo in de Republiek Benin
en net over de grens met Nigeria aan de
westelijke rand van Yorubaland. Ook zij
maakt potten. De verwantschap qua vormgeving
met andere Yoruba pottenmaaksters die vaak
honderden kilometers verderop wonen en met
wie zij nog nooit kontakt heeft gehad, is
ronduit opmerkelijk. Haar Kolo, een spaarpot,
en haar Orù, een niet al te grote
bolronde pot om water uit de rivier te scheppen,
hadden net zo goed in Abeokuta gemaakt kunnen
worden. Sommige van haar potten hebben een
dekoratie die lijkt op de afdruk van een
fijnmazig rooster waarvan de openingen nauwelijks
enkele milimeters in het vierkant zijn.
Schijn bedriegt, want de dekoratie wordt
simpelweg aangebracht door een maiskolf
over de natte klei te rollen!
Als we van de pottenmarkt wegrijden komen
we langs een eenvoudige moskee, waar ik
voor het eerst in West Afrika op de minaretten
een afbeelding in beton zie staan van de
islamitsche schrijfplank of Allo. Een schrijfplank
die ik op onderweg in Afrika al zo vaak
ben tegengekomen, maar nog nooit in deze
vorm. Snel vanuit de bus wat foto's gemaakt
die als illustratie voor mijn verhalen over
deze planken kunnen dienen. Daarna terug
naar Lagos met een bus vol potten uit Abeokuta
en tenminste één bezoeker
die bij thuiskomst de gids van Domenicus
bij het oud papier zal zetten.
|