|
ZWART STUDEREN (21-11-1994)
Op bezoek in Lomé, de hoofdstad van
de West Afrikaanse republiek Togo, logeer
ik in het gastenverblijf van de Village
du Bénin. De Village is het bij de
Universiteit behorende "Centre International
de Recherche et d'Etude de Langues",
een taleninstituut, waar mijn vriendin Frans
studeert. De Université du Bénin,
de enige universiteit van het land en volgens
zeggen vernoemd naar de langs de kust stromende
Golf van Benin, ligt aan de noordkant van
de stad. De toegangen tot de campus worden
dag en nacht door militairen bewaakt, dit
is echter eerder een gevolg van de nu al
jaren durende politieke onrust in Togo,
dan van reactionaire aktiviteiten onder
de studenten. Hier wordt ouderwets gestudeerd
en geen revolutie gepredikt.
Naast de campus ligt het quartier Adewi,
waar het door mij verwachte door studenten
gedreven bruisende uitgaansleven vrijwel
geheel onrbreekt. Slechts hier en daar zitten
er kleine groepjes studenten op de terrasjes
van de enkele buvettes (cafeetjes) die open
zijn. Deze saaiheid wordt zeker mede veroorzaakt
door de slechte economische en financiële
omstandigheden in Togo, maar het is nog
meer een uiting van een mentaliteit: je
gaat naar de Universiteit om te studeren,
voor uitgaan is er alle tijd ná het
voltooien van de studie.
Als we op een tropisch warme novemberavond
op één van de terrasjes wat
eten en drinken, wordt deze sluier van braafheid
voorzichtig opgelicht wanneer Eric bij ons
aan tafel schuift. Eric is een Liberiaan
die, voor het uitbreken van de burgeroorlog
in zijn vaderland, architectuur studeerde
aan de Universiteit van Monrovia. Zijn vader
en moeder, een parlementslid, werden vermoord
en Eric kwam als vluchteling naar Togo,
een land waar hij als kind ooit een paar
jaar met zijn ouders had gewoond. Hij heeft
inmiddels zijn studie Frans aan het taleninstituut
afgerond en woont, in afwachting van een
visum voor de Verenigde Staten, nu min of
meer illegaal op de campus.
We praten over het leven aan de Universiteit
en ik vertel hem, dat het mij is opgevallen
dat veel van de anglophone studenten aan
het taleninstituut in hun vrije tijd vaak
met elkaar optrekken en pidgin Engels spreken.
't Zou toch veel beter zijn om kontakt te
zoeken met de lokale bevolking om zo hun
spreekvaardigheid van het Frans te verbeteren?
Lachend zegt Eric dat dat niet altijd meevalt,
maar dat er op de campus zelf een heel eenvoudige
oplossing voor dit probleem is, om vervolgens
de wereld van de zwart studerende student
voor ons te ontsluiten.
"Waarom volg je in je vrije tijd geen
colleges?" vraagt hij mijn vriendin.
"College waarin dan wel?" reageer
ik. "Het doet er niet toe wat, waar
het om gaat is dat je je kennis van de Franse
taal verbetert en aan je algemene ontwikkeling
werkt!", zegt Eric. Het blijkt dat
het clandestien bijwonen van colleges geen
enkel probleem is. Je kiest een studierichting,
maakt een kopie van het collegerooster en
daarna loop je op de roostertijden gewoon
met de andere studenten de collegezaal in.
Collegekaarten zijn er wel, maar daar wordt
alleen bij examens naar gevraagd. De overbevolking
van de collegezalen en de desinteresse bij
de meeste professoren en lectoren zorgen
ervoor dat de kans op ontdekking vrij gering
is. Zo heeft hij een vriend die op deze
manier al meer dan twee jaar rechten "studeert"
en die actief deelneemt aan de colleges,
dat wil zeggen vragen stelt, antwoorden
geeft en al dan niet gevraagd in diskussie
gaat. Niemand in de collegezaal twijfelt
aan zijn status.
Formeel bestaat er op de Universiteit geen
numerus fixus, tóch zijn het aantal
plaatsen per studierichting beperkt. Strenge
prestatie eisen aan het einde van het eerste
studiejaar zorgen ervoor dat vraag en aanbod
met elkaar in evenwicht worden gebracht.
Bij een aantal studierichtingen is een herexamen
mogelijk, maar bij een herhaald onvoldoende
resultaat wordt de student van verdere studie
aan de Universiteit uitgesloten. Dit heeft
er de laatste jaren toe geleid dat er een
groeiend aantal studenten is dat, ter voorbereiding
op de officiële studie, clandestien
de colleges in de door hun gekozen studierichting
volgt als een soort "voorbereidend"
eerste jaar. Eén jaar later, maar
dan wel officieel ingeschreven, hopen zij
door hun langere voorbereiding een betere
kans van slagen te hebben om te worden toegelaten
tot het tweede studiejaar. Eric schat dat
ongeveer één op de vijf eerstejaars
niet officieel staat ingeschreven.
Aan voortgezet zwart studeren in Togo kleeft
een belangrijk nadeel, de student kan niet
deelnemen aan de examens en zal na een "voltooide
studie" de Universiteit zonder bul
verlaten. Gezien de benarde economische
omstandigheden zou het mij echter niet verbazen,
dat ook aan dit probleem binnenkort een,
eveneens clandestiene, mouw zal worden gepast.
|