Deze week maar één foto>>>>

BEGRAFENIS (15-02-92)

Een begrafenis bijwonen in Nigeria is een belevenis op zich, omdat verdriet en vreugde elkaar zo snel opvolgen, dat je nauwelijks de tijd krijgt om van de emoties te bekomen. Dit laatste is zeker het geval, wanneer de overledene een al wat oudere persoon is. Vorige week zaterdag moest ik naar de begrafenis van de vader van iemand uit mijn kenissenkring, die een week of wat daarvoor op 86 jarige leeftijd was overleden. Voorafgaand aan de begrafenis had ik al een aantal voorbe reidende plechtigheden gemist, zoals de zang en gebedssamenkomst in zijn voormalige huis op donderdagavond en de nachtwake van vrijdag. Zaterdag, in alle vroegte, werd de overledene vanuit Lagos naar zijn geboortedorp gebracht, waarna na een kerkdienst de ter aarde bestel ling plaatsvond. Het kopje koffie toe in de aula in Nederland, is hier een "social party" in de open lucht, waar alles behalve koffie wordt geschonken, cake wordt geserveerd en gepaste achtergrond muziek te horen is.

In de afgelopen jaren heb ik al een aantal malen Nigeriaanse huwelijks en verjaarspartijen bijgewoond en deze, kan ik nu dus vaststellen, onderscheiden zich in weinig tot niets van een begrafenis feest.
Hoewel het geheel, op het eerste gezicht, wat chaotisch aandoet, blijkt er bij nadere beschouwing toch sprake te zijn van een redelijk strakke organisatie. Op een open ruimte bij het familiehuis, staan een aantal baldakijnen opgesteld met daaronder tafels en stoelen. De tafelschikking wordt per baldakijn geregeld, door er duidelijk op aan te geven, welke groepen gasten worden geacht waar te gaan zitten. Zo is daar de tafel voor de genodigden van de zoon van de overledene, voor de leden van zijn kerk, de gasten van zijn dochter, familie uit het dorp, enzovoorts. Zelf ben ik uitgenodigd door de oudste klein dochter van de overledene en weet dus dat ik aan haar tafel dien plaats te nemen. Degene, aan wiens tafel je bent genood, draagt er daarna zorg voor dat zijn of haar genodigden te drinken en te eten krijgen. Deze opzet bevordert van buitenaf gezien alleszins de indruk van een gezellige bijeenkomst van oude bekenden, omdat je vrijwel altijd bij goede bekenden of mensen die je al eens vaker hebt ontmoet aan tafel komt te zitten. De geanimeerde gesprekken komen dan ook al snel op gang en er is in het geheel geen sprake van een wat ingetogen sfeer. Dat kan ook haast niet, want ook de, overigens niet van te voren georganiseerde, randaktiviteiten beginnen op gang te komen. Zo bewegen zich rond de tafels diverse groepen musici, bedelaars, acrobaten en verkopers van allerlei voor de gelegenheid nuttige artikelen.

Van de ongeveer 200 aanwezigen, ben ik de enige blanke en ook de enige die geen Yoruba spreekt. Hoewel ik me tussen de prachtig geklede Nigerianen, niet langer in Europese kleding, maar in de lokale buba en shokoto (een ongeveer knielang hemd en lange broek) vertoon, dien ik toch een eigen rol, die van een rijke blanke, te vervullen. Want voor een Nigeriaan is iedere in zijn land wonende blanke per definitie rijk. Door ervaring wijs geworden, ben ik tegenwoordig aardig rolvast en weet dat ik word geacht geld uit te delen to spray Nairas. Daartoe heb ik een broekzak gevuld met biljetten van 5 en 10 Naira, een zak van mijn buba is gevuld met muntstukken en in mijn andere broekzak zit het geld voor onverwachte uitgaven.
Wat van oudsher zo mooi praise singers of lofzangers heten, melden zich als eersten aan mijn tafel. Op het feestterrein zijn er tenminste zeven van deze groepen en groepjes aktief, waaronder een aantal gevormd door jongetjes van een jaar of zeven. Ze begeleiden zichzelf met een op heuphoogte hangende en met snaren bespannen langwerpige trommel de talking drum en zingen je toe. Woorden als "Oyingbo"(blanke) en "owo" (geld) herken ik dus onderhand wel, en als het gezang lang genoeg heeft geduurd, verwisselt een bankbiljet van eigenaar en verplaatsen de zangers zich naar een andere tafel. De rondgaande beginnende "zangers" kennen de liederen nog niet en trommelen dus maar wat. Mijn vraag waarom zij niet zingen, kunnen ze niet beantwoorden: ze spreken nog geen Engels. Slechts munten vormen hun beloning.

Het mooiste optreden aan mijn tafel, vind ik dat van een zanggroep uit het dorp. Voorafgegaan door een soort kapel komen zij op blote voeten het terrein op marcheren en beginnen hun optreden. Een wat statige oudere vrouw is de voorzanger van, het geheel uit vrouwen en meisjes bestaande, koor. Met een strak gezicht zingt zij steeds een aantal zinnen, waarop het koor invalt en de zinnen herhaalt. Hoewel monotoon, toch wel erg boeiend en ik vind het jammer geen bandrecorder bij me te hebben. Ook zij zingen over rijkdom, rijke mensen en geld en verdwijnen na hun gage ontvangen te hebben naar de volgende tafel.

Dat de mensen uit het dorp weten dat er een feest aan de gang is en daar wat proberen te verdienen, dat kan ik begrijpen. Maar hoe de twee "blinde" bedelaars, die op een gegeven moment arriveren met een taxi die afkomstig is uit een naburige stad, op de hoogte waren, is mij vooralsnog een raadsel. Ook zij gaan rond en krijgen geld.

De koopwaar, die wordt uitgevent, is zeer nuttig : tandenstokers voor na het eten, enveloppen om de bijdrage in de begrafeniskosten aan de familie door te geven, enzovoorts.

Voordat het dansen begint, moeten er ook nog kleine memorabilia worden uitgedeeld. Een aantal gastheren en vrouwen heeft zakdoeken, notitie blokjes en zelfs een soort plastic afwasbak met het portret en de naam van de overledene laten bedrukken en natuurlijk ook de naam van de gulle gever. De souvenirs vinden gretig aftrek.

Langzaam maar zeker gaat de zon onder, daalt de temperatuur enigszins en kan er ter afsluiting van het feest gedanst gaan worden. Het is ook de laatste gelegenheid om, de nu dansen familieleden, te "sprayen", hen dus geld toe te stoppen om te helpen de kosten van de begrafenis te dekken. Vooral de wat beter af zijnde Nigerianen doen dit graag op een dusdanig opzichtige wijze, dat iedereen goed kan zien hoeveel geld er geschonken wordt. Zelf overhandig ik mijn bijdrage op een onopval lende manier.

Met de muziek nog in de oren en kleurige beelden op het netvlies, ga ik even later terug naar Lagos. Er is maar een konklusie mogelijk: "It was a great send off!"


© Jacques de Rhoter

Printversie