Deze week maar één foto>>>>

HET VERLOREN PASPOORT (23-05-1992)

Op een vrijdagavond in mei, terugkerend in Nigeria vanuit Europa, raak ik tot mijn grote ergernis mijn paspoort kwijt. Verloren of gerold, ik weet het niet. Ik ontdek het na twee minuten en ga samen met het ontvangstcomitee van mijn werkgever het internationale vliegveld van Lagos rond. Overal worden we vriendelijk en vol sympathie aangehoord, maar het paspoort is weg en blijft weg. En niet alleen het paspoort, maar ook alle daarin gestempelde herinneringen van bezoeken aan landen in vier werelddelen en niet te vergeten mijn Nigeriaanse inreisvisum en verblijfsvergunning. We krijgen als advies, dat we maar beter aangifte van het verlies moeten gaan doen bij het dichtsbijgelegen politiebureau. De politiepost ligt een minuut of tien verderop. Na enig aandringen en daartoe geinstrueerd door een toevallig passerende en kennelijk belangrijke mevrouw, wordt er een aantekening gemaakt in een soort logboek. Proces verbaal of zo is er niet bij, want "onze administratie is al naar huis". Uiteraard heb ik daar vijdagavond rond 9 uur veel begrip voor. Zelf wil ik ook het liefst zo snel mogelijk naar huis. Maandagochtend rond zeven uur kan ik terugkomen voor het begeerde proces verbaal.

Maandagochtend ga ik echter eerst naar de Nederlandse ambassade om het verlies te melden en een aanvrage voor een nieuw paspoort in te dienen. Ik kan het de volgende dag komen ophalen tegen overlegging van, jawel, een proces verbaal.

Het bezoek aan het politiebureau eist enige fysieke en mentale voorbereiding. Eerst ga ik lunchen en daarna verwijder ik zorgvuldig het meeste geld uit mijn zakken. Honderd en tien Naira, rond tien gulden, in kleine coupures houd ik op zak. Door ervaring wijs geworden neem ik ook wat tijdschriften mee, want lang moeten wachten is eerder regel dan uitzondering. Aangekomen op het bureau, kost het geen moeite om uit te leggen wat ik nodig heb, dat is een "extract from the crime diary" van vrijdag. Maar het baliepersoneel weet uiteraard van niets "We were not on duty that night, Sir". Na enig aandringen wordt het misdadige dagboek opengeslagen en kan ik zelf de vrijdagavond gemaakte aantekening aanwijzen. De eerste horde is genomen: mijn geval is bekend.

Nu treedt de bureaucratie in werking. Ik word geacht de Commandant van de Politiepost, de DPO, schriftelijk om het gewenste afschrift te verzoeken en hem ook uit te leggen waarom ik dat dan wel nodig heb. Mijn chauffeur wordt weggestuurd om een vel schrijfpapier op het juiste formaat, folio, te gaan kopen en wanneer hij terugkomt, word ik meegenomen naar een achter de balie gelegen kantoortje. Hier dicteert men mij behulpzaam het verzoek. De wachtcommandant, een weldoorvoede Nigeriaanse dame, vindt deze besloten ruimte een goede plaats om mij vast te laten weten dat het gewenste proces verbaal natuurlijk wel "enige honderden Nairas" zal gaan kosten. Want de typist heeft eigenlijk geen dienst en de commandant moet zich ook speciaal beschikbaar maken. Met een brede lach op mijn gezicht, laat ik weten dat het mij bekend is dat voor niets de zon opgaat en dat zelfs dat misschien niet waar is. Geheel naar waarheid, laat ik gelijk ook weten geen honderden Nairas op zak te hebben. Nu mag ik gaan zitten en wachten op de instructies van de Commandant aan zijn personeel: "We have to be directed by the DPO, Sir".
In het wachtlokaal wordt op een bankje plaats voor me gemaakt en dat biedt de gelegenheid goed om me heen te kijken. Na mij neemt de wachtcommandante een andere wachtende mee naar het kantoortje. Even later komt hij naast mij zitten en zegt nogmaals nadrukkelijk "No problem, Madam". Madam lacht tevreden. Ik raak met hem in gesprek en hij geeft mij zijn kaartje. Zijn naam is Ahunanya Ekwem en hij blijkt advocaat te zijn, kan hij misschien nog iets voor mij doen? Ik vertel hem dat ik denk dat ik wel rond ben met Madam. "Ah, you played ball?", vraagt hij. Op mijn bevestigende antwoord, feliciteert hij mij met mijn kennelijke aanpassing aan de dagelijkse praktijk van het Nigeriaanse leven "You seem to be very Nigerianized". Ik accepteer het compliment met een glimlach.

Papieren gaan heen en weer en het ziet er naar uit dat mijn proces verbaal vordert. Dat wordt bevestigd wanneer ik weer word uitgenodigd naar het kantoortje te komen. Op de handtekening van de Commandant na is het klaar, maar eerst moet er afgerekend worden. "Madam", zeg ik "betalen is geen probleem" ondertussen mijn geld uit de zak halend "maar dit is al het geld dat ik bij me heb". Demonstratief begin ik te tellen en kom uit op honderd en tien Naira. Ik haal er een biljet van vijf Naira af, dat ik zeg nodig heb om onderweg terug naar huis tol te betalen en steek haar de rest van het geld toe. Zij telt het nog eens na en geeft mij dan zeer goedhartig tien Naira terug "voor het geval ik onderweg nog problemen mocht krijgen". Tot mijn verbazing geeft zij nu opdracht aan de typist om mij een kwitantie te geven. Waarvoor, vraag ik mij af, voor steekgeld? De kwitantie wordt geschreven en aan mij overhandigd en toont het bedrag van twintig Naira: de officiele prijs voor een kopie van een proces verbaal. Voor welgeteld vijf en zeventig Naira, zo'n zeven en een halve gulden extra, heb ik binnen drie kwartier het begeerde proces verbaal dat ik zo dringend nodig heb voor een nieuw paspoort, een nieuwe verblijfsvergunning en een nieuw inreisvisum. Een koopje, vind ik.

Wanneer ik mij de volgende dag op de Nederlandse ambassade meld om het nieuwe paspoort af te halen, vraagt men mij direkt naar het proces verbaal. Ik zeg dat ik het heb, maar dat het niet helemaal volledig is. Dat is echter geen probleem, ik mag het zelf aanvullen. De reactie van de consulaire ambtenaar is "het valt me toch al mee, dat u zo snel een proces verbaal heeft kunnen bemachtigen, meestal lukt dat niet". Ik onderdruk met enige moeite een sarcastische opmerking, typisch Nederlanse ambtenarij: een document eisen, dat kennelijk moeilijk tot nooit wordt afgegeven. Er blijkt een ander probleem, het paspoort moet nog getekend worden. De betreffende ambtenaar is helaas net afgereisd naar de nieuwe federale hoofdstad Abuja en zal niet voor vrijdag terug zijn. Ik houd vol het reisdocument dringend nodig te hebben om nieuwe Nigeriaanse documenten te bemachtigen. Iemand anders blijkt bereid "bij afwezigheid" te tekenen voor de collega, die "in opdracht" namens de ambassadeur had moeten tekenen. Eventuele problemen die hier uit zouden kunnen voortvloeien, zijn nadrukkelijk voor mijn eigen rekening. Ik aanvaard het risico blijmoedig. Het lukt mij zowaar de consulaire ambtenaren beleefd te bedanken voor de snelle service, waarna ik met mijn nieuwe paspoort op zak zachtjes fluitend het hek van de ambassade passeer en weer terug ben op het grondgebied van de Federale Republiek Nigeria, het land waar zogenaamd niets werkt.


© Jacques de Rhoter

Printversie