DOM DOM........ (30082024)

Bewust niet gelezen dat interview van Rianne van Dijck met Andrea Stultiens waarvan de kop gelijk mijn aandacht trok: Ambivalentie en ongemak over Paul Julien, die Afrika fotografeerde met een koloniale blik, eerst zelf maar eens gaan kijken. Vond het ook een tamelijk domme stelling, want wie had er in die tijd een andere dan koloniale blik? Voor het gemak wel het einde van het artikel gelezen waarin met kleinere schuingedrukte lettertjes stond vermeld over welke expositie het ging en waar en tot wanneer die te zien zou zijn: Nederlands Fotomuseum Rotterdam t/m 15/9. Omdat ik wist dat het museum in haar collectie de duizenden foto's heeft die Paul Julien tijdens zijn reizen had gemaakt, nam ik mij voor om er bij een volgend bezoek aan Rotterdam beslist naartoe te zullen gaan. Boven de tekst stond een flinke kleurenfoto van drie mannen die vanaf Mount Aureol neerkijken op Freetown, de hoofdstad van het West-Afrikaanse Sierra Leone. Zowel de naam van het land als die van de hoofdstad doen trouwens nog altijd heel koloniaal en weinig Afrikaans aan. Naast hen is een zwart-witfoto geprojecteerd van hoe de stad eruit zag toen Julien er in 1934 vanaf dezelfde plek een foto had genomen. Het was in de tijd dat kleurenfotografie nog niet was uitgevonden of in ieder geval nog niet “gewoon” was en wie weet er nu wie Paul Julien was. Vast maar heel weinig mensen.

Tijdens de bijna 13 jaar dat ik in West-Afrika woonde en werkte, kocht ik tijdens ieder verblijf in het vaderland boeken van Europese schrijvers over hun reizen en ervaringen in Afrika en van Afrikaanse schijvers die met een heel andere invalshoek de lezer een blik gunden in hoe het er tijdens de koloniale jaren aan toe was gegaan. Aldus maakte ik kennis met Paul Julien, afgestudeerd in de scheikunde in Utrecht en er in 1933 bovendien gepromoveerd om daarna “slechts” leraar scheikunde te worden op een middelbare school. Zo had hij een basisinkomen en kon gaan doen wat hij het liefste wilde doen: als amateur antropoloog naar Afrika en Azië gaan, daar heel nieuwsgierig om zich heen te kijken, hier en daar onderzoek te doen, om er terug thuis over te gaan schrijven. Niet te vergeten: de draagbare computer en het internet bestonden nog niet in de jaren 30, 40 en 50 van de vorige eeuw. Julien was erg geinteresseerd in pygmeeën, zocht hen op in meerdere landen, deed tientallen jaren uitgebreid onderzoek en beschreef zijn bevindingen in het in 1953 gepubliceerde boek Pygmeeën, dat nog altijd een standaardwerk is. Zelf ontmoette ik ergens in 1987 pygmeeën in het Gabonese regenwoud en vermoedde dat de beslist niet al te lange president Bongo zeker ook tot die etnische groep behoorde.

Met dat in het achterhoofd ging ik naar de Wilhelminapier waar het Fotomuseum niet al te lang meer in gebouw Las Palmas zal huizen, voorheen de werkplaats van de Holland-Amerikalijn. Via hun stichting Droom&Daad hebben de erfgenamen van de HAL geregeld dat het museum volgend jaar verhuist naar Santos, het strakke positief uit de toon vallende in 1901 op Katendrecht gebouwde koffiepakhuis. Ik ken het goed omdat ik er drie jaar lang tweemaal daags van en naar mijn ouderlijk huis “op Zuid” naar en van mijn school in Kralingen langs fietste. Dat was in de tijd dat de omgeving nog niet was verziekt door een metroviaduct en op het dak dat zwaar uit de toon vallend weet ik niet wat was gebouwd. In de halfduistere museumzaal van het Fotomuseum begint de afknapper gelijk al. 't Is mijn eigen stomme schuld. Als ik de recensie wél had gelezen, dan zou ik hebben geweten dat het niet zozeer om de foto's van Paul Julien gaat, maar over de jarenlange studie van Andrea Stultiens over hoe Julien's foto's destijds aan de beeldvorming over Afrika zouden hebben bijgedragen. Het nut van die studie? Ik zou het niet zo gauw weten, maar heb er tientallen jaren later, wie weet onbewust met dezelfde koloniale blik als Julien, uitgebreid rondgekeken. Afdrukken van zijn originele foto's liggen erbij zoals in cafés dagbladen op de leestafel liggen: aan een ketting vastgeklemd tussen twee latjes zodat ze niet kunnen worden gejat. Voor de rest zijn het Stultiens met felgekleurd plakband op de muren geplakte foto's en installaties met gemanipuleerde foto's van Julien die haar vooroordelen over zijn manier van denken moeten onderbouwen. Wat mij verder tegenstaat is het uit de toon vallende gebruik van door Vlisco in Helmond geproduceerde original Dutch wax voor het bekleden van bankjes en als achtergrond voor Julien's werk, vooral omdat Vlisco zich pas na zijn dood op Afrika begon te richten. Nadat ik in 1989 in Nigeria was gaan wonen en af en toe in Helmond 6 yards original Dutch wax kocht die in Lagos nog niet te koop was, werd Ik een graag geziene oyinbo, het yorubawoord voor bleekscheet. En aldus wordt de teleurstellende expositie dankzij de herinneringen die het bij me oproept alsnog een beetje de moeite waard.....