|
GEZONKEN - 4 (26072024) Nostalgie, ja dat is het woord waar ik naar op zoek was en dat me in Kelmis in het Museum Vieille Montagne maar niet te binnen wilde schieten bij het zien van al die zinken objecten uit mijn jeugd. Na tientallen jaren heel erg onregelmatig Nederlands te hebben gesproken én mijn voortschrijdende leeftijd beginnen hun tol te eisen. Want ja, toen ik in mijn lagere schooljaren – tegenwoordig basisschool dus – in Nijmegen bij mijn grootouders ging logeren, kwam mijn opa me altijd van het station ophalen en daarna liepen we dan naar hun huis langs de Melkerij Lent. In die melkfabriek – tegenwoordig heet dat een zuivelfabriek - werden de zinken melkbussen destijds steevast met veel lawaai gewassen, geladen en gelost. Of ik het wilde of niet vond ik die enorme herrie van het lossen van die lege bussen en vervolgens het gigantische ongeremde lawaai dat hoorde bij het schoonmaken ervan en de rondslingerende losse deksels heel erg opwindend en kon daar eindeloos naar staan kijken. Dat was uiteraard in de tijd dat gehoorbeschermende en andere regelgeving ter bescherming van die doodgewone fabrieksarbeiders nog moest worden bedacht. En wie van mijn generatie herinnert zich niet hoe de vuiniswagen en de vuilnismannen één of twee keer per week langs kwamen om het huisvuil op te halen? Dat huisvuil gooide ieder huishouden in een zinken vuilnisemmer die de avond ervoor op de stoep voor het huis moest worden gezet, want ze kwamen meestal al vroeg in de ochtend langs. Allemaal voltooid verleden tijd. Hoewel.... Vanochtend om een uur of 6 kwam de veel lawaai makende Franse vuilniswagen langs om de vuilnisbakken van kunststof leeg te maken, met daarin de plastic vuiliszakken waarin niet meer dan 20 kilo huisvuil mag zitten. Het lawaai dat mij wakker maakte – vergeten mijn oordoppen in te doen - werd veroorzaakt door de dieselmotor van een keer op keer slechts een paar meter luid optrekkende vuilniswagen en de chauffeur die in zijn cabine keiharde popmuziek of reggeaton speelde die de vuilnismannen zo vroeg in de ochtend op de been moet houden. De voornamelijk uit Puerto Rico afkomstige reggeaton wordt in de Wikipedia niet voor niets omschreven als een dwingend, zich herhalend ritme. Het verbaast me dat er niet bijstaat dat het per se keihard moet worden gespeeld en/of beluisterd. Terug naar Kelmis, terug naar het museum, terug naar de uitvinder van het zink Jean-Jacques Dony, terug naar de politieke consequenties van zijn uitvinding. Museum Vieille Montagne is zo'n klein typisch regionaal museum waar het over niet veel meer dan deze aspecten gaat: één zaal met gebruiksvoorwerpen van zink, één zaal met een uitgebreid cv van de uitvinder ervan en veel aandacht voor Neutraal Moresnet of, zoals het officieel in het Frans heette le Territoire Contesté de Moresnet, dat toch stukken beter klinkt dan het Onverdeelde Gebied van Moresnet. Want ja, toen na de Napoleontische tijd in 1815 in Wenen de Europese grenzen opnieuw werden getrokken en/of bevestigd, konden Duitsland en Nederland het niet eens worden aan wie de zinkmijn en omgeving zou moeten worden toebedeeld en werd met het Verdrag van Aken in 1816 heel praktisch een zelfbesturend mini-staatje gecreëerd, dat na afloop van de Eerste Wereldoorlog door België als oorlogsbuit aan hun land zou worden toegevoegd. Dat was toen letterlijk een grensverleggende actie. Nadat Dony van Napoleon het recht had verkregen om de zinkmijn te exploiteren en voldeed aan de voorwaarde om uit het gewonnen erts zink te fabriceren, wilde het commercieel niet erg vlotten. Om te laten zien dat zinken platen bijvoorveeld goed als dakbedekking konden worden gebruikt – relatief goedkoop en corrosiebestendig – stelde hij voor om de eeuwenoude Sint Bartolomeüskerk van Luik bij een opknapbeurt in 1811 als eerste kerk ter wereld een “modern” dak van zink te geven, waarvoor hij dan uiteraard de zinken platen die ervoor nodig waren zou schenken. Desondanks was zijn faillissement onafwendbaar en nam Francois-Dominique Mosselman het heft van de mijn en fabriek in handen. Aldus kom ik zonder het in de gaten te hebben terecht bij Baron Georges-Eugène Haussmann. Inderdaad, de man naar wie die beroemde Parijse boulevard is vernoemd. Hij werd halverwege de 19e eeuw door Napoléon III aangesteld om de stad Parijs op de schop te gooien: de hoofdzakelijk middeleeuwse smalle straten te slopen en een moderne stad met brede straten aan te leggen. De aanleiding? Dat waren Les journées de Juin, het juni-oproer, van 1848, toen volgens Marx en Engels de onafhankelijke arbeidersbeweging werd geboren. Dat oproer was het gevolg van de abrupte sluiting van de Ateliers Nationaux, die we nu sociale werkplaatsen zouden noemen, die waren bedoeld om de torenhoge werkloosheid te drukken. Meer dan 100duizend mensen waren er voor hun gezinsinkomen van afhankelijk en raakten dat zo van de ene dag op de andere kwijt. wordt vervolgd |