PAALGRAF OF PRAALGRAF OF PRULGRAF? - 3 (06062024)

Op een website waar ik onverwacht terecht kom, staan een zestal beoordelingen van mensen die het Vorstengraf van Oss bezochten. Één ervan vraagt zich af: Een bezoekje waard? Alleen als je er toevallig langskomt zou ik even stoppen; niet omdat het zo mooi is, maar omdat het historisch een belangrijke plek is. Een ander zegt: Tja, erg veel is er niet te zien. Het is een kaal hoekje van het industrieterrein, tegen de snelweg aan. Veel meer dan een vrachtwagenparkeerplaats is het eigenlijk niet. En dan die korte beoordeling die de spijker op z'n kop slaat: Niet de moeite waard van een bezoek, zeker niet als je daar alleen voor gaat. Combineer het met andere dingen. Dat was ik sowieso al van plan, want vlakbij zijn de Paalgraven, een zevental grafheuvels die voorheen deel uitgemaakt moeten hebben van hetzelfde urnenveld als waar de bronzen urn van de na zijn dood tot Vorst gepromoveerde man werd gevonden en dat nu door twee snelwegen wordt doorkruist. Hoewel het terrein dankzij de aanleg daarvan werd herondekt en de urn en het urnenveld na ruim 60 jaar te zijn genegeerd toen veel beter werden onderzocht. Dat het om een monumentaal beschermd gebied ging werd voor de aanleg van die snelwegen voor het gemak genegeerd, zoals al eerder gebeurde in 1933 toen het woonwagenkamp werd aangelegd. In de loop van de tijd werd het grafgebied deels zelfs als autokerkhof gebruikt, een heel wat meer hedendaagse begraafplaats.

Terwijl het verkeer achter mij over de A59 raast, kijk ik op één van de informatieborden naar een getekende afbeelding van de Vorst. Hij heeft achterovergekamd blond haar en is glad geschoren, met zijn rechterhand houdt hij twee paarden bij de teugel, in zijn linkerhand heeft hij het over zijn schouder hangende zwaard dat opgerold in zijn urn werd mee begraven. De Vorst van Oss is tussen zijn 30e en 40e levensjaar overleden. Tegenwoordig is dat niet uitzonderlijk, destijds was dat een respectabele leeftijd. Hij was stevig robuust gebouwd en goed gespierd, luidt het bijschrift. 't Is een nogal popiejopie gedoe. Niet zozeer de tekst, want de herontdekking van het grafveld was de aanleiding tot grondiger onderzoek naar de inhoud van de urn, die destijds volgens museumdirecteur en archeoloog Jan Hendrik Holwerda uit onherkenbare klompen roest bestond. Dankzij sterk verbeterde DNA technieken, kon toen ook het profiel van de overledene nauwkeuriger worden bepaald, de afbeelding berust echter op pure fantasie die werd gestimuleerd door ondermeer de paardenbitten, delen van versierd paardentuig, een mes, een scheermes, een slijpsteen en een bijl die uit de klompen roest tevoorschijn waren gekomen. De urn wordt mede daardoor terecht een bronzen grafkamer genoemd.

Door de voor auto's afgesloten tunnel tegenover het monument loop ik richting Paalgraven. De muren aan de zijkant ervan zijn nogal uit de toon vallend beschilderd met een soort duinlandschap waarin hier en daar wat paaltjes staan – graven? - en vier mammoeten die naar het Vorstengraf kijken. Na een paar honderd ongemakkelijke meters geef ik het op en ga er toch maar met de auto naartoe. Dat valt niet mee. Maar ik ben natuurlijk niet uit Frankrijk hierheen gekomen om onverrichter zake terug naar huis te gaan. Tot mijn chagrijn rijd ik even later in het centrum van Oss op de rotonde met het grote Zwaard waar ik helemaal niet wil zijn. Parkeer er de auto en toets op de GPS de Zwaardweg in waar het Vorstengraf is, omdat daar in de buurt immers ook de Paalgraven zijn. Na de rotonde en het Jan Cunenmuseum linksaf langs de fabriek waar miljoenen rookworsten per jaar worden geproduceerd. Als het aan de EU ligt mogen die binnenkort niet langer zo worden genoemd omdat ze niet meer boven een houtvuur worden gerookt, maar gekookt en smaakmakers voor de karakteristieke rookworstsmaak zorgen. Volgens de HEMA worden hun fameuze rookworsten nog wel traditioneel in rookkasten boven beuken- en eikenhout gerookt en mogen daarom van de EU wel zo blijven heten.

Terug op het knooppunt Paalgraven sla ik zowaar de goede weg in naar het gelijknamige grafveld, daar is in het bos een verplichte parkeerplaats zodat de laatste paar honderd meter moeten worden gelopen. Linksaf of rechtsaf? Dat is niet erg duidelijk omdat de richtingaanwijzer scheef hangt. Het met iedere stap toenemende verkeerslawaai geeft me echter de zekerheid dat ik de goede kant opga en de borden uit verschillende tijden waar PAALGRAVEN op staat helpen daarbij. Na het tweede bord is er een zandpad aan het eind waarvan een onder de A50 gebouwde houten trap moet worden beklommen waarna de grafheuvels zowaar in beeld komen. Het urnenveld is een slordige driehoek heideveld dat in de schaduw van twee snelwegen met voortrazend verkeer ligt. Ook deze grafheuvels zijn reconstructies, waarop behalve de paaltjes om de graven op één ervan een uit de toon vallende hoge galg staat. Die galg herinnert eraan dat de grafvelden van 1360 tot 1794 deel uitmaakten van het autonome Land van Ravenstein, dat hier ter dood veroordeelde misdadigers ophing en begroef. De archeologen die daarvan niet op de hoogte waren, zouden zo tot hun verbazing de resten vinden die geen paalgraf waren waard geweest maar slechts een prulgraf.

slot