|
KUNST OP DE WC – 2 (17042024) Een paar maanden terug schreef ik dat kort nadat Jan Cunen tot stadsarchivaris van Oss was benoemd er in februari 1933 een verrassende archeologische vondst werd gedaan. Dat was toen men een kilometers buiten de bebouwde kom gelegen terrein bouwrijp begon te maken voor het vestigen van een woonwagenkamp. Zoals tegenwoordig vrijwel niemand een asielzoekerscentrum in de buurt wil hebben, gold ruim 90 jaar geleden hetzelfde voor een woonwagenkamp vlakbij je in de buurt, vandaar. Wat mij zo aantrekt in het naar Cunen vernoemde museum is dat er naast de exposities van veelal kunst uit de vorige en deze eeuw de nodige aandacht wordt besteed aan de geschiedenis van de Oss: van pre-historie tot en met de imposante industrialisatie vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. Aldus maak ik vandaag tijdens het zoeken naar de Kunst op de WC bewuster kennis met het pre-historische Vorstengraf van Oss. Een graf uit een tijd dat het hebben van één, laat staan meerdere wc's in of rond het huis niet zo vanzelfsprekend was als wij dat tegenwoordig vinden. Want wat gebeurde bij het egaliseren van een stuk hobbelige Osse Heide waar het kamp moest komen? De oneffenheid in het terrein die werd gladgestreken, bleek een grafheuvel uit ergens tussen 2.000 en 700 jaar van voor onze jaartelling te zijn. De as van het gecremeerde lichaam van de ongetwijfeld vooraanstaande dode die er lag begraven, werd in een bronzen situla – een grote wijnemmer – door van alles en nog wat vergezeld om in het hiernamaals aan te tonen hoe belangrijk hij op aarde wel niet was geweest: zoals onder andere het kromgetrokken Osse Zwaard. Een zwaard van oorspronkelijk 160cm lang dat was kromgetrokken – opgerold – om in de situla te kunnen passen. Op slag veranderde mijn interesse voor de tot nu toe moeilijk te vinden Kunst op de WC in nieuwsgierigheid naar het opgerolde zwaard en het graf van de Vorst van Oss. Eerst maar opbiechten dat ik bij eerdere bezoeken aan het museum al zijdelings kennis had gemaakt met de Vorst en zijn voor de tijd waarin hij leefde zo bijzondere zwaard. Bijzonder vanwege de lengte die erop duidde dat de houder ervan op een paard reed en omdat het gevest met goud was versierd, hoewel ik twijfelde over het praktische nut daarvan. Behalve dan dat het de status van degene die het droeg benadrukte, gaf het natuurlijk geen enkele toegevoegde slagkracht, doch trok alleen maar de aandacht naar de houder ervan en maakte hem een doelwit. Want ja, een zwaard was in die tijd, eeuwen voordat het buskruit als explosief mengsel werd uitgevonden en geweren, pistolen en zo in zwang kwamen, immers niets anders dan een verdedigings- en/of aanvalswapen. Begin 2019 onthulde de burgemeester van Oss op de rotonde voor het museum een enorme replica van dat kromgetrokken zwaard die je absoluut niet kan ontgaan. Mij dus ook niet, maar tot nu toe had ik er eigenlijk geen aandacht aan besteed. Het originele zwaard was uiteraard gemaakt met in het achterhoofd de gemiddelde lichaamsgrootte van de mens in die tijd, het enorme namaakzwaard is daarom in mijn ogen belachelijk groot. Maar goed, wat mij al rondlopend vooral opviel was de fietswegwijzer van de ANWB waarop Vorstengraf 5, Paalgraven 6 stond aangegeven. Even twijfelde ik of er sprake was van een spellingsfout, Paalgraven? Moest dat geen Praalgraven zijn? Weer terug in het museum nog een keer alle verdiepingen over op zoek naar de Kunst op de WC. Op de zolder en op de muren van het trappenhuis naar boven is te zien wat er naast de margarine van Simon van den Bergh en Antoon Jurgens of de rookworst en de luie wijvensoep van UNOX in Oss zoal werd bedacht en/of wat er toen en misschien nog steeds wordt geproduceerd. Zwanenberg, merknaam Zwan, bijvoorbeeld waar men het vleesafval uit de slachterij nuttig wilde gebruiken en in het daarvoor opgerichte dochterbedrijf Organon als eerste ter wereld op grote schaal insuline zou gaan produceren. Eerst uit de alvleesklieren van de in Oss geslachte varkens en niet lang daarna uit de uit Argentinië geïmporteerde alvleesklieren van kalveren die veel meer opleverenden. De reden waarom Organon Oss mij echter altijd zal bijblijven is dat deze farmaceutische fabriek als allereerste in 1962 de anticonceptiepil Lyndiol, beter bekend als de pil, zou introduceren, die in Nederland in 1964 verkrijgbaar zou worden. Ik herinner me als de dag van gisteren samen met mijn naderhand eerste echtgenote met een zekere regelmaat naar de kliniek van de NVSH – Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming – op de Heemraadsingel in Rotterdam ging en dat we daar in een wachtkamer vol met generatiegenoten zaten te wachten totdat de arts van dienst ons weer een recept voor Lyndiol voor de komende tijd meegaf en we zonder allerlei gedoe lekker met elkaar konden vrijen en niet het risico te lopen ongewenst ouders te worden..... wordt vervolgd |