OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 36 - COOL (16032024)

Het irriteerde me behoorlijk toen ik vlakbij mijn vaderlandse pied-à-terre langs een raam liep waarin op trottoirhoogte een ingelijste tekst hing die mijn aandacht trok. Nieuwsgierig geworden ging ik zelfs op mijn knieën om beter te kunnen zien waar het over ging. De kop luidde COOL, de tekst die eronder was op twee woorden na – Coolhaven en metro – onbegrijpelijk, de signatuur was J.A. Deelder met daar weer onder in kleinere letters oversat fra hollandsk af W.A. van Dongen. Iets dat er heel logisch op duidde dat het om een vertaling ging, want voor zover ik wist dichtte Jules Deelder tijdens zijn leven uitsluitend in het Rotterdams. Ik maakte wat foto's en nam me voor het thuis in Frankrijk wel eens uit te zullen zoeken omdat ik vrijwel zeker wist dat dit COOL een heel ander COOL was dan in COOL BLUE, per se geen koel als in lekker fris of een hedendaagse uiting van instemming met iets. Uiteindelijk is Rotterdams een taal die ik redelijk denk te spreken of tenminste te begrijpen......

Na al een tijdje terug thuis ontdekte ik dat Jules Deelder lang geleden voor de opening van hetMe trostation Coolhaven een gedicht had geschreven en dit Cool als Kool in bloemkool moest worden uitgesproken:

                         Cool

                         Haven of
                         heaven

                         scheelt maar
                         één letter

                         Vandaar dat
                         Coolhaven

                         voortaan Cool-
                         heaven heet

                         en de hemel
                         voor het eerst

                         in de historie
                         voor iedereen

                         direct per metro
                         bereikbaar is

Al verder zoekend ontdekte ik bovendien dat het gedicht ergens in dat metrostation te zien zou moeten zijn, een station dat op minder dan 300 meter van mijn pied-à-terre ligt en waar ik nog nooit een stap had gezet. Vandaag gaat dat gebeuren. Vanaf de Heemraadsingel is er een tunneltje richting Coolhaven, aan het eind waarvan het station moet zijn. Een saaie en donkere onderdoorgang, zoals dat in het Rotterdams heet, met een tiental foto's die in mei 1940 na het Duitse bombardement van Rotterdam werden genomen en die me enigszins aan het Gaza van nu doen denken. Helemaal omdat op het kale terrein dat tussen het toenmalige hoofdkantoor van Unilever, Museum Boijmans van Beunigen en de tegenover het museum gelegen stijlvilla's mensen zitten die naar de verwoesting van hun hebben en houden kijken. In en in triest. In één van die villa's ging ik lang naar de tandarts en op die open plek staat nu het Nieuwe Instituut, het voormalige Architectuur Museum, met er tegenover de grootste spiegelgevel van Nederland: het Depotgebouw van Museum BvB. Dat is allemaal minder dan 300 meter aan de andere kant van mijn pied-à-terre. Jules Deelder woonde trouwens tegenover het Wester Paviljoen op de Mathenesserlaan, nog veel dichter bij die plek. 't Is maar goed dat ik mijn OV-chipkaart bij me heb want Jules' gedicht is in de openbare ruimte nergens te bekennen. Ik check dus maar in en loop gelijk één keer links en één keer rechts tegen het gedicht aan dat er is geprojecteerd tegen op ouderwets cremekleurige wc-tegeltjes die de huisstijl van de Rotterdamse metro zouden zijn. In- en uitstappende passagiers gunnen het gedicht zelfs geen zijdelingse blik, ik lees het, lees het nog eens en nog eens en vind het heel erg COOL!