HOMBROICH - 5 (07032024)

Na de vergeefse zoektocht naar de door Per Kirkeby ontworpen gebouwen die hier ergens zouden moeten staan, komen we op weg naar de Skulpturhalle wel de nodige andere bouwsels tegen die echter onder de noemer kunstwerken vallen. Zo is er.... ja, wat eigenlijk? In het wildgroeiende gras staat een achteloos achtergelaten betonnen constructie van twee luchtige tegenovergesteld aan elkaar vastgeplakte boogjes die een jaar of 50 geleden ieder voor zich de ingang van een modern kappelletje hadden kunnen zijn en die er hier net zo overbodig bijstaan. Want wie loopt tegenwoordig nog snel een kappelletje in, slaat een kruisje en vraagt Maria om bijstand? Er doorheen kijkend is op het hoogste punt van das Feld een 15 meter hoge betonnen erectie van de Spaans-Baskisch kunstenaar Eduardo Chillida te zien. Nou ja, 't is een zeer abstract kunstwerk dat hij Begiari – In het oog - heeft gedoopt. Weer thuis nog eens goed naar de foto's kijkend en door een beroep te doen op mijn voorstellingsvermogen is er inderdaad aan de bovenkant iets te ontwaren dat aan een hoofd met één oog doet denken. Verderop staat op de voormalige raketbasis een soortgelijk gebouw dat gewoon der Turm wordt genoemd en tijdens de koude oorlog de verkeerstoren zou kunnen zijn geweest. En dan is daar zowaar het museum waar onder meer de van Duitse klei gemaakte potten en vazen zijn te zien.

In Nigeria wist ik nooit hoe degene heette die de potten die ik er kocht had gemaakt, hoewel ik dat ongetwijfeld af en toe in keurig Engels zal hebben gevraagd, terwijl de pottenbakster slechts haar local language - te vergelijken met zoiets als Boerenfries of Limburgs - of pidgin sprak. Hier in Hombroich staat zijn naam er tenminste bij: Norbert Prangenberg. De relatief jong, hij werd slechts 63, overleden Prangenberg was een keramist die op zijn 44ste aan de Kunstacademie van München Professor für Keramik und Glasmalerei werd en dus alles behalve een ordinaire pottenbakker was. Terwijl ik deze woorden schrijf, komt uit het niets het beeld bovendrijven van de pottenbakker die lang geleden met de door zijn voeten aangedreven draaitafel – de pottenbakkersschijf – op de lagere school langskwam om te laten zien hoe je van een klomp natte klei een pot of een vaasje kon maken. Dat was toen best spannend, alleen al omdat het buiten de dagelijkse routine was van een meester of juffouw voor de klas die ons weet ik niet wat probeerde bij te brengen. Zo te zien heeft Prangenberg zijn meeste vazen en potten zonder draaitafel gemaakt, maar vaak zoals een ambachtelijke slager zijn worsten draait op zo'n ouderwetse slagerstafel. Dat wil zeggen: neem de soepele natte klei, ga die rollen zodat je een dunne of wat dikkere lange slang krijg, snij die in stukken, pak die beet en begin met een klein rolletje dat de voet moet worden. Als hij zich had voorgenomen een bolle pot te maken dan werden de rollen langer en de bolling dus groter, om daarna het omgekeerde te doen. Iets dat mede afhing van wat voor mond hij in gedachten had: een grote open mond of een pruilbekje. Zo bestaan de potten of vazen die hij een X-vorm gaf gewoon uit twee spiegelbeeldige driehoeken die elkaar op hun smalste punt ontmoeten, hoewel dat smalste punt meestal toch best breed is.

Bij het zien van zijn keramiek kan ik me niet echt voorstellen waarom Prangenberg naast Professor für Keramik ook nog eens Professor für Glasmalerei was, glasschilderen dus. De gebrandschilderde ramen die ik ken, zijn hoofdzakelijk ramen in wat oudere overheidsgebouwen of van kerken die in een omgeving staan waar meestal helder licht is waardoor de afbeelding mooi tot haar recht komt. Datzelfde geldt hier alleen maar voor de potten buiten, binnen in de Skulpturenhalle is het licht stukken minder. In de museumruimtes ben ik enerzijds teleurgesteld en anderzijds verrast door wat er is te zien. Eerst de teleurstelling: ergens in de tijd is Prangenberg begonnen om zijn potten niet alleen een kleur te geven, maar ze daarnaast te gaan versieren met bloemen en blaadjes of met uit de toon vallende gladde onregelmatige tegeltjes die er meer aan afdoen dan toevoegen. Hoewel Figur de titel van bijna alle potten is, heeft hij een pot die is opgetut met rode bloempjes Rosenzweig – Rozentak – genoemd, wat een afknapper!!! De grote verrassing ligt iets verder op de museumvloer: een lange slinger die bestaat uit vele tientallen losse ronde stukken keramiek zoals die waarmee zijn potten en vazen maakte. Destijds afgekeurd? Hier en daar met wat extra kleur maar overwegend gewoon met de mooie rode kleur van de klei waarmee ze werden gerold. Zou hij dat zelf hebben gedaan of had de Professor zijn studenten daarvoor een afstudeeropdracht gegeven? Het is een installatie die er geen twee keer precies hetzelfde uit kan zien, maar zoals ik die hier vandaag zie is vast en zeker als de kunstenaar dat zelf ook gedaan zou hebben. Daar overtuig ik mijzelf tenminste van.

slot volgt