HOMBROICH - 2 (10022024)

In Gästehaus Kloster, het gastenverblijf op de voormalige raketbasis van Hombroich, was geen kamer vrij geweest zodat we daar nu niet even tussen de bedrijven door konden gaan bijkomen van de overdadige zomerwarmte. Er had niets anders opgezeten dan met de zoekwoorden “hotels in de buurt van Insel Hombroich” naar een andere overnachtingsplek te zoeken en was er zowaar een ander klooster opgedoken: Kloster Langwaden, in Grevenbroich, slechts 3 kilometer verderop. Het bleek bovendien een echt klooster te zijn waarin monniken van de Orde der Cisterciënzers wonen, een orde die we in Nederland kennen als de Trappisten, inderdaad die van het bier. De orde werd meer dan duizend jaar geleden in de buurt van Dijon gesticht door Robert de Molesme, die tot dan toe monnik van de Orde van Benedictus was geweest. Samen met zijn mede-monniken Albéric de Cîteaux en Étienne Harding en nog zo'n 20 medestanders scheiden zij zich af van hun orde. Ze vonden dat de door Benedictus van Ursia vastgelegde regels over het kloosterleven er slecht werden nageleefd, wat hun betreft was het te frivool geworden. Pogingen om dat bij te stellen hadden niets opgeleverd, terwijl die regels juist hartstikke eenvoudig waren: het opgeven van alle persoonlijke bezittingen en de dagindeling: 8 uur bidden, 8 uur werken, 8 uur rusten. Het was een afscheiding zoals de Hugenoten en Calvinisten zich naderhand zouden afscheiden van de katholieke kerk en in Nederland nadien de Gereformeerden van de Hervormde Kerk omdat ze die niet langer als Calvinistisch genoeg vonden. Betweters? Fanatieke gelovigen? Fijnslijpers?

Kloster Langwaden ziet er vanaf de weg niet als een klooster uit, eerder als een groot landhuis met park. Maar wat moet je met slechts zeven monniken in zo'n enorm gebouw, want het aantal roepingen om monnik te worden is de afgelopen decennia dusdanig teruggelopen dat het op een uitstervend beroep begint te lijken. In de ene helft huist nog steeds de abdij, de andere helft heeft op de verdieping een klein gastenverblijf gekregen en op de begane grond een restaurant dat net als wij aankomen aan het sluiten is. We boffen, terwijl de lunchtafels worden afgeruimd, kunnen we nog net een glas lekker koud tapbier drinken – nee geen Trappist - maar er over een paar uur te gaan eten zit er niet in, dat kan alleen tijdens het weekeinde..... Vroeg in de avond op zoek naar een restaurant in Grevenbroich. Noppes. Behalve dan na veel rondrijden een McDonalds, waardoor er niets anders opzit dan een Duits Big Macmenu te bestellen. Gatverdamme! Om het te laten zakken, lopen we de kloostertuin in. Het zou een filiaaltje van Insel Hombroich kunnen zijn, met vast een monnik als conservator die ervoor moet zorgen dat de werken weerspiegelen dat men achter de muren van de abdij voltijds bezig is met het katholieke geloof.

Zo is daar gelijk al de kennismaking met de Langwadener Engel, een uit een plaat gietstaal gesneden gevleugelde figuur die als volgt wordt omschreven: De Engel van Langwaden staat al heel lang in het park voor het klooster. Hij staat daar heel onopvallend. Men herinnert zich hem hoogstens indien men uit een moeilijke situatie is ontsnapt en geen idee heeft hoe. Wie weet zou dat dan wel door God of zijn goede Engel gebeurt kunnen zijn. Schuin achter de Engel ligt het Corona Erinnerungsort, een monument om de dankbaarheid van de bredere kloostergemeenschap te tonen dat men de zware coronatijd goed heeft doorstaan. Het zijn zeven door de maker van de Engel in dezelfde stijl, maar uit verschillende metalen, gesneden figuren die rondom een Coronabloem staan. De bloem is een bol met blaadjes, gemaakt van de gezichtsmaskers die tijdens de epidemie moesten worden gedragen, die op een hoge stam in de richting van de Hemel groeit. Dit monument, zo wordt nogal pretentieus gesuggereerd, past in de traditie van de Pestsäulen - pestzuilen – die in de 17e en 18e eeuw in het Habsburgse rijk werden opgericht na een pestepidemie als dank gespaard te zijn. Hoewel er op die zuilen geen Pestbloem stond, maar meestal een afbeelding van de Heilige Drie-eenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Wat ik ervan vind? Ik vind er geen pest aan.

Aan de andere kant figuratieve kunstwerken die minder uitleg nodig hebben. Zo hangen aan de lange buitenmuur de 14 staties van de Kruisweg die door plaatselijke kunstenares Anneliese Langenbach in kleurig keramiek zijn afgebeeld. De abt heeft zelfs nog een abstracte 15e statie bedacht die ernaast hangt, had tussen het bidden door zeker even niets beters te doen. Anneliese maakte ook de stele van de 14 Heilige Helpers, katholieke heiligen die werden – wie weet worden - aangeroepen bij ziekte of aandoeningen en het beeld van Saint Bernard de Clairvaux met aan zijn voeten een bijenkorf. De ambitieuze heilige, die al kort na zijn toetreding tot de Orde der Cisterciënzers opdracht kreeg een eigen klooster van de orde te stichten, en dat daarna als een soort religieuze handelsreiziger ook elders in Europa moest gaan doen. Zijn bijnaam was Doctor Mellifluus – honingzoet – vandaar de bijenkorf. 't Is mooi geweest voor vandaag, dochen, slapen en dan wacht morgen een nieuwe dag in Insel Hombroich.

wordt vervolgd