DE REUS VAN ROTTERDAM - 3 (15092023)

Niet al te ver van waar de Gouvernestraat de pas wordt afgesneden door de West-Kruiskade werd bijna een eeuw geleden in de voortuin van een beddenfabriek het Odeon Theater gebouwd. Dat was in de tijd dat bedrijfsgebouwen nog geen groot parkeerterrein voor de auto's van het personeel of vrachtauto's nodig hadden. Nadat het theater in gebruik was genomen, werd uiteindelijk het hele fabriekgebouw erbij getrokken en verbouwd tot een schouwburgzaal, met erboven een balzaal en daar weer boven 72 arbeiderswoningen. En dat terwijl aan het andere einde van diezelfde straat, niet al te ver van het kruispunt met de Nieuwe Binnenweg, 15 jaar eerder het Huis was geopend waar men ook al naar theatervoorstellingen kon gaan. Volgens de toenmalige roddels zou Odeon gericht zijn geweest op de bewoners van het Oude Westen die in de smalle sombere straten woonden en wat er in het Huis te beleven was zou meer bedoeld zijn geweest voor hen die aan de elitaire brede buitenrand woonden. Iets dat ik me goed kan voorstellen na lang ver buiten Europa in grote steden te hebben geleefd waar een soortgelijke scheiding tussen hen die moesten sappelen om rond te komen en hen voor wie er werd gesappeld doodnormaal was en is.

Tussen de lulligst denkbare kleine super van AH op de hoek en de het een stuk of 50 meter verderop in de Gouvernestraat gelegen gebouw waarin ooit het Huis was gevestigd en tegenwoordig KINO, staat er totaal uit de toon vallende jaren 70/80 nieuwbouw met als buren de twee tegen de voormalige Garage Pietersen aangebouwde traditionele woonhuizen, die destijds best wel eens dienstwoningen voor werknemers van de dealer in luxe Amerikaanse auto's zouden kunnen zijn geweest. Ter opfrissing van het geheugen: dat bedrijfspand, met aan de kant van de Nieuwe Binnenweg op de begane grond de grote showroom en de werkplaats en op de verdiepingen het onderdelenmagazijn en de kantoorruimtes, werd in 1928/29 in opdracht van den Held's Autohandel gebouwd. Kort daarna, in 1932, werd den Held overgenomen door de heer Pietersen, vandaar dat ik niet beter weet dan dat het Garage Pietersen was. De vastgoedbelegger die in 2017 zowel het bedrijfspand als de huizen ernaast kocht, gaf zijn nieuwe belegging de naam DEN HELD. Diezelfde belegger reageerde niet veel later positief op het verzoek van beeldend kunstenaar André Smits om op de zijmuur van de woonhuizen zijn WALL 636 te mogen schilderen.

De rode bakstenenmuur van 10x5 meter werd eerst wit gepleisterd zodat de kunstenaar er met een penseel en zwarte verf iets op kon schilderen dat me het meest aan een heel erg slingerend stratenpatroon doet denken, met op daarin geplante naambordjes de namen van de 636 kunstenaars die hij in de 10 voorgaande jaren in Rotterdam op de rug had gefotografeerd. Zoals veel echte straten door pleinen of parkjes worden onderbroken, plantte André tegen het trottoir een zwart-wit afbeelding van zijn eigen veel kleuriger beeld Beuk 3 dat hooguit een kilometer verderop in 2010 werd onthuld. Het staat voor de ingang van de Hondentuin en in de schaduw van de brede spoorweg, er bij toeval langs komen is vrijwel onmogelijk, je moet het echt per se willen zien. Zo'n beetje in het midden van de muur heeft Smits een nogal lullige Euromast, wat ouderwetse havenkranen en pakhuizen afgebeeld tussen de woorden ARTIST IN THE WORLD UNITE en ROTTERDAM. De Euromast werd in 1959 ter gelegenheid van de internationale tuinbouwtentoonstelling Floriade 60 aan de rand van het Museumpark - zo'n beetje ter hoogte van de Maastunnelingang - gebouwd. Iets dat ik me nog als de dag van gisteren herinner omdat ik – toen 13 jaar oud - tijdens de bouw vrijwel iedere week op de fiets van de andere Maasoever door de tunnel reed om te gaan kijken hoeveel hoger die ronde betonnen mast weer was gegroeid. Het was er altijd druk met kijkers zoals ik en het werd nog spannender toen tegen het einde van de bouw het Kraaiennest, het op 100 meter te plaatsen uitkijkplatform, in een dag of 5/6 naar boven werd gevijzeld. Wat me echter het meest verrast, is het touwtjespringende meisje vlak onder de driehoekige nok. Het is een kopietje van Co Westerik's Touwtjespringend Meisje waarvoor zijn dochter Christine model had gestaan en dat de buitenmuur van het politiebureau aan het Haagseveer tot de sloop ervan in 1988 tijdelijk had opgesierd. Tijdens zijn leven hield Westerik alle pogingen tegen om het opnieuw te maken: “Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen mijn liefje opnieuw te laten vereeuwigen. Het is beter zo.” Desondanks leek het er in 2019 op dat het op een buitenmuur van het Oogziekenhuis aan een nieuw leven zou beginnen, uiteindelijk ging dat jammer genoeg toch niet door. Met dank aan een betrouwbare bron weet ik dat het idee nog steeds leeft. Dus, wie weet.........

PS volgt