........ vanwege nogal wat medische, bureaucratische én de nodige sociale beslommeringen, zal de volgende aflevering van het Weekjournaal tot mijn spijt niet eerden dan half september verschijnen........


NIET ZOMAAR EEN BEELD (20072023)

Op de eerste ochtend dat ik na een tijdje weer eens in Rotterdam ben, loop ik gelijk naar het Centraal Station om daar een aan mijzelf gegeven opdracht uit te gaan voeren: kennis maken met de jonge Afrikaanse vrouw, wiens beeld daar begin juni door de burgemeester werd onthuld. Waarom? Omdat er nooit eerder een zwarte vrouw was die in zo'n korte tijd na haar aankomst in Rotterdam, zowel in de stad als in de rest van het land, zo over de tong was gegaan. Door het Oude Westen, langs het Bouwcentrum en over het Weena langs het Groothandelsgebouw richting Hofplein lopend, zie ik het beeld eerst niet eens. Verkeerd gelopen? Nee, het staat er wél, maar wat verscholen achter bomen en de ingang naar het Metrostation. Eerste indruk?Pas grand-chose. 't Is maar goed dat ik niet Rosanne Hertzberger heet en een column in de NRC heb waarin het beeld een belediging werd genoemd omdat de jonge vrouw niets bijzonders had gepresteerd. Alsof ze uitgebreid kennis met haar had gemaakt en dat toen had besproken. En... moet dat dan? Door de felle discussie in de pers die volgde, drong het tot me door dat ik, na ruim de helft van mijn leven meestal ver weg van Nederland te hebben gewoond, weinig meer begreep van dit futiele bekvechten van mensen die kennelijk niets beters te doen hadden. Het belangrijkste was toch dat het beeld spontaan door weet ik niet hoeveel Rotterdammers was omarmd?

Wim Pijbes, voormalig directeur van onder andere het Rijksmuseum en thans voorman van de op Rotterdam gerichte filantropische stichtingDroom en Daad, had weer eens gedaan wat hij veel beter doet dan wie dan ook in Nederland: geld van iemand anders uitgeven. Dat doet hij sinds een paar jaar namens de uit de stad afkomstige familie van der Vorm van wie de overgrootvader de Holland-Amerika Lijn – HAL – van de ondergang redde, die daarna door hun grootvader werd uitgebouwd en nadat de emigranten naar de overkant van de oceaan de voorkeur gaven aan het vliegtuig, met de schepen cruises ging organiseren. De HAL werd in 1988 verkocht en met de paar honderd miljoen die dat opleverde werd sindsdien door de erfgenamen dusdanig slim omgegaan dat het inmiddels vele miljarden zijn geworden. Dankzij mijn professionele ervaring weet ik dat als je eenmaal een bak met geld hebt, het stukken makkelijker is om er meer van te maken. Een deel ervan wil de familie wat teruggeven aan Rotterdam, iets dat in zowel de Volkskrant als de NRC zo'n beetje als een bijna criminele bezigheid werd beschreven. Want waarom betalen ze dan niet meer belasting in Nederland zodat anderen kunnen beslissen hoe dat geld zal worden besteed? Vrijwel zeker niet zoals de familie van der Vorm dat graag doet. Zo zal Droom en Daad het Nederlands Fotomuseum nu €38 miljoen schenken om van het niet langer geschikte gebouwLas Palmas – de voormalige werkplaats van de HAL - te verhuizen naar het een paar honderd meter verderop aan de Pols van Katendrecht gelegen voor de opslag van Braziliaanse koffie in 1903 gebouwde pakhuis SANTOS dat al heel lang leeg staat. En zou het spiegelende Depot Boijmans van Beuningen zijn gebouwd zonder hun bijdrage? De verbouwing van het museum ligt al jaren stil omdat de directeur van toen niet wilde dat degene die er tientallen miljoenen Euro's aan wilde bijdragen mee mocht kijken of dat geld volgens afspraak zou worden besteed. Dat zou hij wel beslissen. Niet dus.

Het heeft weinig zin om te ontkennen dat dit de eerste keer in mijn leven is dat ik kennis ga maken met een jonge Afrikaanse vrouw. Toegegeven, alle vorige keren waren in Afrika zelf en niet in Rotterdam en met jonge vrouwen van vlees en bloed in plaats van brons, maar desondanks is het vandaag een zo'n beetje als het in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw af en toe was. Hoewel mijn hart daar soms wat sneller begon te kloppen dan nu op het Stationsplein. Het zal wel door de lagere temperatuur en mijn wat hogere leeftijd komen. Een verwesterde jonge Afrikaanse vrouw gekleed in t-shirt, trainingsbroek, sportschoenen en een knotje van haar met vlechtjes verlengde haar op het achterhoofd, in plaats van in de kleurrijke traditionele kleding van een om de heupen geslagen omslagdoek – een wrapper – een ruimvallende top – blouse - en dan die steeds weer anders geknoopte hoofddoek waaronder het kroeshaar of het ontkroesde haar of de verlengde krulletjes – de braids zitten. Of je het wilt of niet moet je tegen haar opkijken want ze is een meter of vier lang en kijkt ietwat onverschillig over de hoofden van iedereen in de richting van de stad. En wat ik in de dagen daarna meerdere malen heb gezien is dat Rosanne Hertzberger er behoorlijk naast zat met haar bewering dat deze vrouw niets bijzonders zou hebben gepresteerd. Hopelijk gaat ze iedere dag met de trein naar haar werk en kan dan zien wat die jonge vrouw presteert: dat allejezus veel meer mensen zich echte Rotterdammers zijn gaan voelen.