CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 33 (16022022)

Maandag 12 november 2018 – Matanzas
De deuren van de Sala de Conciertos José White staan uitnodigend open, niets dat ons tegenhoudt om er naar binnen te lopen en rond te gaan kijken. De Cubanen met wie we tot nu toe te maken hebben gehad, waren vriendelijke en meegaande mensen die, hoewel vanuit hun door de overheid “afgeschermde” wereld, meestal net zo nieuwsgierig als wij zijn. En zo niet, dan kunnen we net doen of we geen andere taal dan onze moedertaal spreken – zoals zij over het algemeen alleen maar Spaans spreken – en aldus misbruik te maken van de vrije dag van onze begeleider Youslandi. Geen portier, geen receptie, geen kassa, we kunnen ongehinderd een kijkje nemen in het voormalige Liceo Artístico y Literario, dat na de revolutie een andere naam kreeg en heel andere bezoekers. Dat laatste was onvermijdelijk, want iedereen met een klein beetje poen, zeg maar het profiel van de bezoekers van voorheen, die niet in de revolutie van Fidel en Che geloofde was toen de Straat van Florida al overgestoken en verblijft sindsdien in Miami en omgeving. Wat me wel verrast is dat het culturele centrum niet naar Miguel Faílde Pérez is vernoemd, die volgens het herdenkingsbord naast de ingang hier zo'n 140 jaar geleden el Danzón speelde, dat na de Cubaanse onafhankelijkheid de nationale dans zou worden, maar naar de eveneens door een blanke vader bij een afrocubaanse vrouw verwekte en in Matanzas geboren violist José Silvestre White Lafitte. Weliswaar componist van de mooie habanera la Bella Cubana, maar die in de jaren 70 en 80 van de 19e eeuw in Rio de Janeiro wel als musicus in dienst was aan het hof van Dom Pedro II, de laatste keizer van Brazilië. Een niet al te overtuigend revolutionair profiel. Dat de koloniale aanduiding Liceo Artístico y Literario moest verdwijnen, lijdt ook wat mij betreft geen twijfel, het zijn vast en zeker voor buitenstaanders niet te doorgronden plaatselijke fijngevoeligheden zijn geweest die keuze op José, de aan het Parijse conservatorium afgestudeerde violist van de Braziliaanse keizer, hebben doen vallen en niet op Miguel, de aan de muziekschool van Matanzas afgestudeerde kornetspeler en een populaire orkestleider in het pre-revolutionaire Cuba.

En daar struinen we dan zomaar door die grote balzaal – officieel el Salon – met een nog altijd prachtige vloer waarop vroeger door hen die het zich konden permitteren met regelmaat werd gedanst. Vandaag staan er langs de wanden – waar ooit de muurbloempjes zaten – wat lullige vrijwel versleten tafeltjes en stoeltjes die minstens even oud zijn als de afrocubanen die er een kop koffie drinken. Die zitten geanimeerd met elkaar te kletsen op een manier zoals alleen Latinos dat kunnen en waarvan ik, ondanks de 20 jaar die ik in Latijns-Amerika heb gewoond, gewerkt en rondgereisd, tot op de dag van vandaag niet doorheb hoe dat eindeloze ouwehoeren over niets zo ontspannen kan zijn. Wie met Calvinistisch bloed in de aderen werd geboren, raakt de invloed daarvan kennelijk nooit meer kwijt. Wat mij en mijn in beeldende kunst gespecialiseerde reisgenoot echter vooral opvalt, zijn de niet te missen abstracte wanddecoraties. Daarop staan alleen maar ongeklede XL-vrouwen afgebeeld, die in een onmogelijke houding een instrument bespelen. Zouden het de gerestaureerde oorspronkelijke decoraties zijn, was dit het beste dat het achtergebleven talent uit de penselen heeft kunnen krijgen of is het gewoon de weerspiegeling van post-revolutionaire goede smaak? Een vraag waarop hier vandaag geen antwoord is te krijgen. We drinken onze koffie en gaan beginnen aan de lange wandeling terug naar onze Casa Particular met als voordeel wat langer te kunnen blijven hangen bij dingen waar we met de overigens zeer aimabele begeleider aan voorbij zouden zijn gereden. Want ja, wat is er nu “bezienswaardig” aan een raam van een woonhuis waarop een A4tje is geplakt met daarop het portrel van el Líder Fidel en de woorden Un año sin ti, pero contigo – Één jaar zonder jou, maar wel met jou? Of de Logia Verdad, de Vrijmetselaarsloge? Of de etalage van La casa de Ochún – Venta de Artículos Religiosos die de voorbijganger een blijk gunt in de godsdiensten die met de Europese migranten en de West-Afrikaanse slaven mee naar Cuba zijn verhuisd. Of die nietszeggende ruïne, die de allereerste kerk van Matanzas blijkt te zijn waar nu archeologisch onderzoek zou worden gepleegd. Want ja, met de komst van Castro & Che werden de kerken gesloten......

En dan, al lang weer thuis, ontdek ik dat de totaal vervallen Sala de Conciertos pas een jaar of drie voor ons bezoek werd gerestaureerd en daarna de thuisbasis werd van het Orquesta Sinfónica en daardoor meer dan waarschijnlijk naar de klassieke musicus uit Matranzas werd vernoemd in plaats van de populaire. En de muurschilderingen? Ja, die werden gerestaureerd, maar dat die ooit door de in Matanzas geboren Esteban Valderrama y de la Peña zouden zijn gemaakt, een meer dan precieze klassieke portretschilder, lijkt mij totaal onwaarschijnlijk. Maar wie ben ik?

wordt vervolgd