|
CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 29 (18012022) Maandag 12 november 2018 – Matanzas Van de gevels van de huizen en gebouwen rond de Plaza de la Vigía en de Plaza de la Libertad in het oude centrum én van de monumenten die daar staan, is af te lezen dat Matanzas ooit zeer welvarend moet zijn geweest. Wat te denken van het Casino Español bijvoorbeeld, zoiets heeft toch weinig zin als er geen geld is om te vergokken? Of van het in 1863 geïnaugureerde Teatro Sauto, de concertzaal met zo'n 800 stoelen en een fameuze akoestiek, zoiets heeft toch weinig zin als er geen draagkrachtig muziekminnend publiek in de stad woont? Of het door brandverzekeraars en lokale zakenlieden gesponsorde Estación del Benemérito Cuerpo de Bomberos del Comercio, de brandweerkazerne, waar jonge werknemers naast hun baan als vrijwillige brandweerlieden dienst deden, zoiets doe je toch alleen als er bij een brand die niet goed georganiseerd bestreden kan worden grote financiële verliezen kunnen worden geleden? Bij het bezoeken van het Museo Farmacéutico daarna, denk ik een goed beeld te krijgen over de enorme bedrijfsschade die er eventueel geleden zou zijn bij een ongebluste brand. Het museum is de in de tijd bevroren Botica Francesa Dr. E. Triolet, de op 1 januari 1882 geopende apotheek van de Fransman Ernesto Triolet Lelievre en zijn Cubaanse vriend, zakenpartner en zwager Juan Fermin de Figueroa Veliz, een ondernemer die al meerdere apotheken bezat. Voor de Franse apotheek was een flink pand neergezet aan de Plaza de Armas - na de onafhankelijkheid omgedoopt in Plaza de la Libertad – met op de begane grond de apotheek en de erbij horende werkruimtes en met erboven op de eerste verdieping een luxe appartement waar de Franse apotheker met zijn echtgenote ging wonen. De apotheek die in 1964 ophield te bestaan en daarna een museum werd, ziet er voor mijn gevoel nog net zo uit als bij de opening in 1882. Tot en met het marmeren beeldje van de Inmaculada Concepción, de favoriete heilge van de apotheker, de ebbenhouten betimmering, het marmeren dekblad van de toonbank, de vitrines met glazen deuren waar achter schappen vol met traditionele Franse porceleinen en glazen medicijnpotten staan en flesjes en potjes met geïmporteerde kant en klare drankjes en pijnstillers zoals Sanatogen – dat ik me uit het huis van mijn grootouders herinner - en Asperina en dikke boeken vol met de details van de bereide recepten. In het achtergelegen laboratorium velerlei instrumenten, koperen ketels, scheef geblazen dame-jeanne flessen voor de vloeibare grondstoffen, werktafels en wat een hedendaags kunstwerk, een installatie, zou kunnen zijn: de kasten waarin keurig gestapeld de voorraad lege glazen flessen, flesjes, potten en potjes in meerdere kleuren en vormen, waarvan alleen de bodem zichtbaar is, op de schappen liggen: kleur bij kleur, vorm bij vorm en op die manier, vast en zeker niet zo bedoeld, een verrassend ogende compositie. wordt vervolgd |