CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 25 (29112021)

Zaterdag 10 november 2018 – Entronque de Herradura – Candelaria – Entronque de Herradura
Zoals gezegd parkeert el Flaco, onze chauffeur, de auto voor een traditioneel Cubaans woonhuis: laagbouw, met het platte dak tot aan het trottoir maar de voorgevel en dus de voordeur een paar meter naar achter zodat er een overdekt open terras is waarop stoelen kunnen worden gezet om het komen en gaan op straat in de gaten te houden en met op de dakrand geschilderd de woorden Casa de las Tradiciones. Hoewel de nogal saaie aanblik dat allerminst doet vermoeden, het lijkt er zelfs op dat de ramen geen echte ramen zijn maar dat die op de gevel zijn geschilderd, geeft van dichterbij het bovenlicht van de voordeur met eronder een rieten rokje of zo in de deurpost een deel van het geheim weg dat er achter een informeel museumpje huist. Van nog dichterbij bekeken bestaat dat bovenlicht uit een kleine vitrine met daarin een helemaal wit gekleed heiligenbeeld – zo op het eerste gezicht Maria met een stralenkroon achter het hoofd en het Kindeke Jezus op haar arm – maar met in de lijst een heel andere naam gesneden: OBATALA. Uit mijn Nigeriaanse jaren weet ik dat OBA het yorubawoord voor KONING is en dat OBATALA naar hun religie vertaald de Schepper van hemel en aarde is, oftewel wat God is binnen het christendom. Terwijl ik eerst dacht van “wat kan er hier nu te zien zijn?” denk ik nog voordat we over de drempel van de voordeur zijn gestapt met onze neus in de boter te zijn gevallen met dank aan onze begeleider en chauffeur die in Candelaria wonen en op die weten welke dingen we tijdens deze reis graag beter zouden willen leren kennen. Aldus begint onze eerste kennismaking met de Cubaanse Santería, dat nogal zwaar op de hand in de godsdienstwetenschap een syncretisme wordt genoemd, oftewel het naar elkaar toegroeien van religies, een poging om uiteenlopende of tegengestelde geloven en religies met elkaar te combineren. Iets dat met name in Cuba, maar ook in andere voormalige Spaanse kolonies in Latijns-Amerika is gebeurd. Waar wij destijds in de Nederlanden tijdens de reformatie met de Spaanse inquisitie te maken kregen, was het de slaafgemaakten evenmin verboden hun oorspronkelijke geloof nog langer uit te oefenen. Die zochten én vonden echter een manier om dat toch te kunnen doen door hun eigen en de katholieke heiligen op een slimme manier aan elkaar te koppelen zonder gedoe te krijgen, iets dat dus naderhand Santería is gedoopt.

Vroeg in de jaren negentig van de vorige eeuw, toen ik nog maar kort in Nigeria woonde, mocht ik in Benin City van Chief Ogiamien, een hooggeplaatste in de traditionele koninklijke hiërarchie, in zijn paleis – volgens lokale opvatting en architectuur althans - naar het voorouderaltaar komen kijken. Zoals vereist had het een flinke eigen ruimte waarin tegen een muurtje, dat mij het meest aan een afgedankte vuurplaats herinnerde, een rijtje ukhurhes stond. Het materiaalgebruik en de maat van een ukhurhe verschilt, in de familie van de Chief Ogiamien was het een eenvoudig gedecoreerde houten staf van ongeveer een meter waarop aan de bovenkant de beeldtenis van een overleden voorouder is gesneden – zeg maar een portretfoto – met eronder een kleine ruimte gekerfd waarin nog een stukje hout zit. Indien men een voorouder wenst te raadplegen, dient men met diens staf te schudden – dan ratelt het houtje - of die op de vloer te stampen om zijn geest te wekken. Ik was destijds dusdanig nieuwsgierig naar andere culturen en daardoor alles behalve verbaasd dat zoiets mogelijk zou zijn. Net zo nieuwsgierig stap ik vandaag in Candelaria in Cuba onder de vitrine met Obatala erin over de drempel van het Casa de las Tradiciones. Het is een voormalig woonhuis, waar in geen van de kamers ook maar een enkel meubelstuk of zo blijkt te staan, maar waar iedere kamer een eigen altaar heeft en verder niets. Omdat die altaren, zoals meestal het geval is in de in Latijns-Amerika overwegend katholieke kerk, nu eens niet dienen te zijn opgebouwd met of rondom het beeld van een christelijke heilige, maar met wat er ook maar beschikbaar is. In het koloniale Cuba met slaven op de akkers en als hulpen in de huishouding zijn er daardoor nogal wat huisaltaren waarin gebroken of afgedankt huishoudporselein, kookpotten, gebroken of afgedankte zwarte kinderpoppen, afgedankte miskelken, kettingen en zo een hoofdrol spelen. In mijn ogen althans. Het maakt ze stuk voor stuk authentiek en bewonderenswaardig omdat op die manier zand in de ogen werd gestrooid van de immer aanwezige katholieke controle op de correcte naleving van het geloof. Een mooie aanvulling op de collectie is de in de bediendenverblijven wonende babalawo, de Ifápriester die door te kijken naar het patroon van de door hem op een matje geworpen kauri schelpen meent te kunnen zien wat mij de komende jaren te wachten staat. Inderdaad, ik ben de lul omdat ik Spaans spreek én omdat ik het in Cuba niet al te erg vind om even de lul te zijn.

wordt vervolgd