CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 19 (20102021)

Donderdag 8 november 2018 – Viñales
De dag in Viñales begint zoals een dag alleen maar in Cuba kan beginnen: het eerste waar ons oog op valt als we naar buiten lopen is de zoveelste variatie van Alfred Korda's portret van Che dat op de bovenste helft van de smalle hoge watertank in de tuin van de buren is geschilderd en daarna, ietsje verderop in de straat, het huis waar het blokhoofd van het Comité de Defensa de la Revolución (CDR) woont. CDR, de “ogen en oren van de revolutie” die ervoor moeten zorgen dat iedereen bij de revolutionaire les blijft en waar verdachte aktiviteiten bij het blokhoofd dienen te worden gemeld. Het huis is makkelijk te herkennen aan het bord dat op de paal met bovengrondse elektricteitskabels is gespijkerd: LOS CDR a la vanguardia defendiendo La Revolución oftewel DE CDR's lopen voorop bij de verdediging van De Revolutie. Wanneer ik naderhand de Wikipedia raadpleeg voor meer informatie over de CDR's, valt me in de Spaanstalige versie allereerst de waarschuwing op die boven het artikel staat: La versión actual de este artículo o....... - de huidige versie van dit artikel of een deel ervan lijkt te zijn geschreven bij wijze van propaganda. In alle talen is de datum waarop en waar de CDR's werden geboren dezelfde: dat gebeurde op 28 september 1960 in Havana. Wat in de Spaanse tekst ontbreekt is dat dit gebeurde tijdens een massabijeenkomst op het plein voor het voormalige presidentiële paleis waar, terwijl Fidel Castro de menigte toesprak, meerdere kleine ontploffingen – vermoedelijk rotjes - waren te horen. Als reactie daarop veranderde de toon van zijn toespraak en verklaarde Fidel dat ter verdediging van de revolutie een systeem van collectieve waakzaamheid zou worden opgezet in iedere straat of buurt waar dan ook op het eiland. Volgens de recente cijfers die ik zag, zijn 8 van de 12 miljoen Cubanen lid van de CDR's. Want ja, als je geen lid bent, ben je een anti-revolutionair die in de gaten moet worden gehouden.

Nadat hij op 12 oktober 1492, vanuit Europees oogpunt bezien, Amerika had ontdekt, ontdekte Cristóbal Colón een paar weken later ook de tabak toen hij in Cuba aan land ging. Tientallen jaren later zou de tot de Orde der Dominicanen behorende geestelijke Bartolomé de las Casas in zijn boek Historia de las Indias het gebruik ervan als volgt beschrijven: "Het zijn gedroogde kruiden, verpakt in een gedroogd blad in de vorm van een papieren voetzoeker zoals jongens gebruiken op Pinksteren. Ze worden aangestoken aan het ene uiteinde, ze zuigen aan het andere uiteinde en ademen de rook in. Vervolgens zeggen ze dat ze geen vermoeidheid meer voelen." Wat men in Midden- en Zuid-Amerika al voor het begin van onze jaartelling wist, weet tegenwoordig zo'n beetje iedereen op aarde is en de omschrijving: “Tabak is een product afkomstig van de bladeren van de tabaksplant Nicotiana tabacum dat als genotmiddel wordt gerookt, gekauwd (gepruimd) en gesnoven. De tabaksplant is een eenjarige plant, die in het algemeen op grote plantages wordt verbouwd. Rookbare vormen van tabak zijn shag, sigaretten, sigaren en pijptabak.” Nog eens ruim 500 jaar later gaan wij in de omgeving van Viñales zelf tabak ontdekken, nog maar net buiten de bebouwde kom komen we gelijk al de eerste tabaksvelden met jonge aanplant tegen. Als ik niet beter had geweten, had het net zo goed een vaderlandse akker met slaplantjes kunnen zijn, want wat lijken die jonge tabaksplantjes en net gepote sla sprekend op elkaar. Gelijktijdig maken we kennis met wat door de UNESCO op hun website voor Werelderfgoed zo romantisch “de traditionele eeuwenoude technieken voor de landbouwproductie, met name voor de productie van tabak” wordt genoemd. Er is inderdaad in de verste verte geen landbouwmachine te bekennen op de velden waar we langskomen, die voordat de tabaksplantjes met de hand worden geplant, zouden zijn geploegd met door ossen getrokken houten ploegen. Als wij passeren staan landarbeiders met schoffels onkruid te wieden en gaan ze over een paar maanden met een mes in de hand de tabaksbladeren oogsten. Wellicht had de Unesco het beter als post-revolutionaire technieken kunnen beschrijven, want na el Bloqueo, het in oktober 1960 door de Verenigde Staten als reactie op de nationalisering, zeg maar het onteigenen, van de op dat moment voornamelijk in Amerikaanse handen zijnde Cubaanse industrie, afgekondigde handelsembargo werd het onmogelijk om reserveonderdelen voor die “genationaliseerde” machines te importeren, ontbrak het geld om waar dan ook nieuwe machines te kopen en, laten we eerlijk zijn, laag betaalde campesinos maken mechanisering qua kosten nou niet bepaald aantrekkelijk. Daarover heeft onze begeleider het niet en wij beginnen er liever niet over. Je weet maar nooit of hij zich, als we vanavond weer terug zijn in onze casa particular, bij het blokhoofd van de CDR moet melden om te laten weten of wij vandaag nog anti-revolutionaire opmerkingen hebben gemaakt.

wordt vervolgd