CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 16 (13092021)

Dinsdag 6 november 2018 – Havana
En dan, hier in het Casa de África van Havana, zowaar de eerste tekenen van de santería en het door de slaafgemaakten meegebrachte Ifá-geloof: een wat zielige poging om een impressie van een huisaltaar te geven zoals ik dat zelf “aan huis” uit Nigeria ken en een paar orakelborden, die door de Yorubas opon Ifá worden genoemd omdat ze dienen om contact op te nemen met Ifá, het opperwezen. Het museum heeft zo te zien geen conservator met al te veel kennis van die westelijke oever van de zuidelijke Atlantische Oceaan of die conservator is er wel, maar kan of mag daar vanwege de van financiële restricties aan elkaar hangende Cuba geen onderzoek op locatie gaan doen. Toen ik in het laatste decennium van de vorige eeuw in Lagos woonde en werkte, ging ik, voordat het op zaterdagmorgen al te tropisch warm werd, met enige regelmaat naar de Ilasan Market – ook wel Lekki Market genoemd - waar verse groenten en fruit werden verkocht. Er was ook een straatje met marktstalletjes die de tourist market vormden, waar van alles werd verkocht dat ik de jaren ervoor in Gabon nooit had gezien. Zoals de in het huishouden praktische en soms zelfs oogstrelende door de Hausas, die aan de rand van de woestijn in het noorden van Nigeria leven, van stro of riet gevlochten wasmanden, niet al te platte kleine onderzettertjes voor glazen en grotere platte onderzetters voor warme schalen of pannen, placemats en dergelijke, nieuw gegoten Benin bronzen beeldjes, houten beeldjes en houten voorwerpen waarvan ik geen flauw idee had wat het was of waartoe het diende, kettingen en kralen zoals trade beads die hier ooit door Europeanen als betaalmiddel werden gebruikt en uiteraard de toeristische niemendalletjes waarmee ik van mijn leven niet betrapt zou willen worden. Al rondsnuffelend maakte ik er kennis met de uit Senegal afkomstige Monsieur Diop met wie ik in begrijpelijk Frans kon lullen in plaats van de grootst mogelijke moeite te moeten doen om het kromme Pidgin Engels te begrijpen dat de meeste Nigeriaanse kooplui met oyinbos – blanken – zoals ik spraken, omdat ze gewend waren onderling hun eigen etnische taal te spreken en/of omdat ze doodgewoon geen “echt” Engels spraken. Hij moest lachen om mijn Gabonese accent met veel rollende rrrrr-en en ik om zijn Senegalese, het klikte gelijk daar in die voor ons allebei zo heel andere Nigeriaanse wereld.

Het was in zijn stalletje dat ik kennis maakte met orakelborden en de attributen die er bij hoorden en hij legde mij uit wat de functie was en hoe ze gebruikt werden die ruw gezaagde en zo te zien goed gebruikte meestal ronde houten borden en bordjes – afdankertjes? - met een diameter van hooguit 40 of 50 centimeter en een houtgesneden bordenrand waarin midden aan de bovenkant steevast een gezichtje was afgebeeld. Er ging een nieuwe wereld voor me open waarover de door de Britten gekerstende familie van mijn Nigeriaanse geliefde niets anders wilde zeggen dan dat zij er niets van wisten of over konden vertellen, het was “something of the old people”, gelukkig wijdde Monsieur Diop, zoals een goede koopman betaamt, mij stukje bij beetje verder in en leerde ik van hem dat die orakelborden in opdracht van een babalawo, de Ifa-priester, door gespecialiseerde ambachtslieden werden gemaakt, een traditie die is meeverhuisd naar Cuba. En zo staan er in mijn vaderlandse pied-à-terre thans meer orakelborden met de erbij behorende kauri schelpen, krijtjes, poeder en iroke ifá, de houten kloppertjes – soms met een belletje erin - om door op het orakelbord te kloppen Ifá te waarschuwen dat er een boodschap onderweg is, dan in het Casa de África. En dan, net als ik er wat foto's van wil gaan maken, komt een collega de zaal binnen die niet op de hoogte is van de gemaakte afspraak om het fotoverbod te omzeilen, waardoor het feest niet door kan gaan. Einde museum.

In Havana Vieja is het op straat inmiddels behoorlijk druk geworden, waarschijnlijk doordat het cruiseschip Veendam van onze eigen Holland America Line heeft aangelegd, je kan letterlijk over de hoofden van de toeristen lopen. Verschrikkelijk, maar zoals dat gaat met dit soort dingen, het is gewoonlijk van korte duur. We trekken ons tijdelijk terug in een openluchtbar om het va-et-vient te bekijken en krijgen als bonus het optreden van een band die desgevraagd San Miguel blijkt te heten. Als ik de leider vraag naar het “waarom”, vertelt hij dat alle musici ooit hebben gewerkt voor de gelijknamige bierbrouwerij. Terwijl zij doorgaan met musiceren, danst op het pleintje ernaast een oudere man in zijn eentje enthousiast mee op alle nummers en pikt zodoende als soloartiest ook een graantje mee en wordt er naast de ingang van de bar met een heerlijk ouderwets grote pers suikerriet geperst om in de alcoholhoudende cocktails te doen die aan de voorbijgangers worden verkocht. Met andere woorden: we vervelen ons geen moment.

wordt vervolgd