CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 15 (06092021)

Dinsdag 6 november 2018 – Havana
Na die veelbelovende tip over het kopen van de telefoonkaart, zei ik tegen Vivi dat zij dan vast ook wel wist waar hetCasa de la Religión Yoruba is te vinden. Dat dan weer niet. Want daar, zo vermoedde ik, moeten toch beelden en afbeeldingen zijn te bewonderen van de orishas, de goden van het door de slaafgemaakten vanuit West-Afrika meegebrachte Ifá-geloof en de ceremoniële voorwerpen die erbij horen. Voorwerpen die, wat mij betreft, binnen die religie een soortgelijke rol vervullen als de heiligenbeelden, kruizen, wierookvaten en wat dies meer zij van het door de vrijwillige Europese migranten meegebrachte Rooms-Katholieke geloof. Heb gisteren aan het eind van de dag tevergeefs naar dat museum gezocht en het wordt helaas niet genoemd in de reisgidsen die ik bij me heb. Waar ik er dan wel over heb gelezen, kan ik me niet meer herinneren. Op zoek dan maar. Het loopt tegen het middaguur, de luchtvochtigheid is hoog, het is behoorlijk warm, een fietstaxi biedt zich aan Het zou een ritje van ongeveer een kilometer zijn, waarvoor hij 10 CUCs vraagt, ongeveer €10, dat is iets teveel van het goede. Minder dan een minuut later is het al 8 en als we doorlopen wordt ons ”cinco” nageschreeuwd. Toch maar niet met die man, maar met een stukken aardiger collega aan de overkant van de straat. Die kent het gezochte museum niet – zou het eigenlijk bestaan? - wel het Casa de África. Dan maar eens kijken wat dat is. We nemen plaats op het passagiersbankje dat voornamelijk met betonijzer in elkaar is geflanst en gaan onderweg. De man trapt zich een ongeluk met die twee niet al te lichte Nederlanders als klant, doch heeft genoeg energie om onderweg vrijwel zonder ophouden over Afrika te kletsen en over wat in Cuba de Yoruba-godsdienst of santería heet. Hij bekent creyente, een gelovige, te zijn en dat zijn padrino – zijn peetvader – een babalawo is, een priester. ”Als je wil, regel ik een consultatie voor je hoor!” Daar ben ik in dit vroege stadium van de reis echter nog niet aan toe.

Ferreteria El Molino staat er nog net leesbaar boven de ingang van het grote pand in de Calle de la Obra-Pia in de wijk Havana Vieja, waarin kennelijk het museum huist dat ik graag wil bezoeken. Hoewel een ferreteria een ijzerwaren en gereedschapswinkel is, lees ik achteraf op de website van het museum dat in het gebouw voorheen op de begane grond een tabakshandel zou hebben gezeten met woningen op de verdieping er boven. Het Casa de África opende er haar deuren begin 1986, het jaar dat ik naar Afrika vertrok. De entree is behoorlijk rommelig, 't is net of het museum gesloten is. We worden echter verder gewenkt en welkom geheten door een medewerkster die, aan de kleur van haar gezicht te zien, aardig wat Afrikaans bloed heeft. De ruimte achter haar is niet bepaald museaal ingericht zoals we dat in Europa gewend zijn, hetgeen nogal afbreuk doet aan de paar mooie objecten die er bovendien in het schemerduister staan. Wat teleurgesteld vraag ik aan de ontvangstmevrouw of dit alles is, waarop ze mij meteen een hoekje uit het zicht van haar collega's intrekt en vraagt of ik haar zou kunnen “helpen” Met wat geld uiteraard. Omdat we geen entree hebben hoeven te betalen, geef ik haar wat peso's en krijg als dank de tip om de brede trap aan de andere kant van de zaal op te gaan, omdat er op de eerste etage nog een zaal zou zijn. Meerdere zalen zelfs, met een heel wat interessantere inhoud. Als ik daar aanstalten maak om een foto te maken, komt de zaalwacht onmiddellijk naar mij toe om te zeggen dat dat niet mag. “Beneden mocht dat anders wel”, zeg ik gespeeld gepikeerd, met als gevolg dat er net zoals gistermiddag in het Museo Nacional de 28 de Septiembre wat te regelen is. Terwijl de zaalwacht in de gaten houdt dat er niet onverwacht een collega verschijnt, maak ik snel wat foto's en mag als toegift mee naar het afgesloten deel van deze verdieping. Daar staan en hangen in een lange gang muziekinstrumenten: een Nigeriaanse talking drum, een Senegalese kora, een balafon, die door het ontbreken van de gedroogde kalebassen die als klankkast dienen eerder op een xylofoon lijkt en in Cuba marimba heet, en aardig wat vinger- of duimpiano's die hier ikembe worden genoemd. Spontaan wordt het deel van mijn geheugen geactiveerd waarin West-Afrika is opgeslagen, vooral door die duimpianootjes die ik aan het eind van de jaren 80 van de vorige eeuw voor het eerst in Lagos zag en hoe stomverbaasd ik was toen iemand demonsteerde hoe ze bespeeld werden en ik hoorde wat voor geluid eruit kwam. In Nigeria waren het vooral doe-het-zelfinstrumenten bestaande uit een klein klankkastje dat was gemaakt van één plankje of een paar plankjes, die vaak met het mes gekerfde patronen hadden, waarop wat metalen stripjes zijn gemonteerd - de toetsen - die met beide duimen worden bespeeld. Jammer eigenlijk dat er niet even een toonladder op mag worden gespeeld.

wordt vervolgd