|
CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 13 (20082021)
Maandag 5 november 2018 – Havana
Voor naar de Callejón de Hamel te gaan, de laatste bezienswaardigheid van de eerste reisdag, doen we een poging om bij de nationale telefoonmaatschappij ETECSA een telefoon/internetkaart te kopen voor mijn reisgenoot. Andere opties om het contact met zijn gezin te kunnen onderhouden, zijn er kennelijk niet. De rij wachtenden met dezelfde uitdaging is echter zo lang, dat we besluiten om dan eerst nog maar het Museo 28 de Septiembre te bezoeken waar het Comité de la Defensa de la Revolución de zegeningen van de communistische revolutie ophemelt. De collectie heeft voor niet-Cubaanse bezoekers meer exentriciteitswaarde dan iets anders, zeker als je niet wat beter op de hoogte bent met hoe Fidel, Che, Raúl en de zowat 80 andere revolutionairen in november 1956 met wat ze zelf het jacht Granma noemden vanuit Tuxpan in Mexico naar Cuba vertrokken met het doel het kapitalistische regime van Fulgencio Batista omver te werpen en er iets meer dan 2 jaar later – op 1 januari 1959 – het communistische regime te vestigen dat nu nog aan de macht is. Want wat moet je nu als volkomen buitenstaander met een lullig modelletje van dat ding waarnaar de partijkrant werd vernoemd toen het eenmaal was gelukt, een herdenkingsmedaille van 30 jaar na dato voor hen die in 1953 deelnamen aan wat we nu de terroristische aanslag zouden noemen op de Santa Moncada kazerne van Santiago de Cuba, veel foto's en uitspraken van de vooral jonge revolutionair Fidel en van Che natuurlijk, het ietwat verlepte boekje met de opdruk CONTROL DE VENTAS PARA PRODUCTOS ALIMENTICIOS? In een ander land zou het museumgebouwtje me hoogstwaarschijnlijk niet eens zijn opgevallen, laat staan de “collectie” me hebben geboeid. Hier in Havana Vieja dus gelijk al wel en qua collectie vooral dankzij dat vreemde Libreta de Abasteciomento. Een restant van de in maart 1962 per decreet ingevoerde rationering van voedingsmiddelen om vooral de verworvenheden van het communisme aan iedere Cubaan duidelijk te laten voelen: een tekort aan eerste levensbehoeften en onvoldoende inspiratie om die, voor zover mogelijk, in eigen land te gaan produceren. Het herinnert aan de bonnenboekjes van mijn ouders en grootouders van tijdens en een aantal jaren na de Tweede Wereldoorlog toen er schaarste heerste in mijn eigen vaderland. Iets dat anno 2018 onvoorstelbaar lijkt gezien de overvloed aan eten en drinken op markten en in supermarkten, waar zelfs contant zwart geld uitgeven moeilijk tot onmogelijk begint te worden door het sterk afnemende gebruik van contant geld. Maar echt het allermooiste vind ik, hoewel het eigenlijk geen moer voorstelt, die koperen plaat op een gevel ietsje verderop: EN ESTE LUGAR …. – HIER AANVAARDDE OP 26 NOVEMBER 1959 ERNESTO CHE GUEVARA HET PRESIDENTSCHAP VAN DE CENTRALE BANK VAN CUBA. Uw weet nog wel, nadat hij in een vergadering zijn hand had opgestoken toen voorzitter Fidel vroeg wie een goede economista was, terwijl el Che dacht te hebben verstaan dat werd gevraagd wie een goede comunista was. Dat laatste was Che inderdaad, maar het eerste …......
De rij wachtende kopers voor telefoonkaarten is tijdens het museumbezoek niet veel korter geworden, te weinig voor ons. Morgen nog maar eens proberen, nu eerst naar de Calejón de Hamel waar op en voor de gevels van een paar honderd meter steeg de Afro-Cubaanse cultuur de boventoon zou voeren. Cubaans zeker, maar Afrikaans? Als Afrika-ervaringsdeskundige ben je hier nadrukkelijk in de minderheid en word je – dat beeld ik mij tenminste in – meer als een zeikerd beschouwd wanneer je je mond open doet. Wat ik wél 100% apprecieer is dat iets dat in een overdadige omgeving zoals bij ons in West-Europa als afval wordt beschouwd, hier in Havana – net zoals in West-Afrika - nog bruikbaar is. Alles, behalve voeding en zo dan, dat is gebruikt, kan immers worden hergebruikt? Dus waarom ook niet als je bijvoorbeeld een altaar bouwt voor de traditionele Afrikaanse goden van je onvrijwillig naar Cuba verhuisde voorouders? Altaren die welbeschouwd, hoewel stukken minder kostbaar, net zo overdadig kunnen zijn als die de in de loop der eeuwen vrijwillig naar Cuba verhuisde Europese katholieke christenen in hun kathedralen en kerken bouwden. Het naar een Duitse immigrant vernoemde steegje valt me erg tegen. Kleurrijk is het zeker, het project dat in 1991 door de artiest Salvador González werd gestart toen de gevels van de huizen moesten worden opgeknapt. In de loop van de tijd is het helaas een toeristische attractie geworden die inkomen oplevert en dat is waar het nu om draait. Ik heb helemaal niets met die over de lengte in tweeën gezaagde afgedankte badkuipen die als bankjes dienen en die de meeste bezoekers heel apart vinden, maar des te meer met die onbruikbare filmprojector met afgedankte filmrol en een dodenmasker erop. Het herinnert me spontaan aan dat voorouderaltaar thuis bij een Chief in Benin City in Nigeria dat hoofdzakelijk uit afgedankte auto-onderdelen bestond en dat me toen behoorlijk verraste. Maar dat was toen ik nog maar net als loonslaaf in Afrika woonde en werkte. Lang geleden dus.
wordt vervolgd
|