|
CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 10 (20072021) Maandag 5 november 2018 – Havana Wie eveneens nadrukkelijk aanwezig is op de Plaza de la Revolución is José Martí, de in 1853 in Havana geboren zoon van Spaanse landverhuizers, die een vooraanstaande rol speelde in de Cubaanse onafhankelijkheidstrijd. De politiek zeer actieve poëet en filosoof had de theorie ontwikkeld én onderbouwd dat de vanuit Spanje naar Cuba verhuisde Spanjaarden en hun nazaten geen Spanjaarden meer waren, maar Cubanen waren geworden en dat Cuba daarom een onafhankelijk land zou moeten worden, een theorie die mede van toepassing werd verklaard voor andere nog niet onafhankelijke Spaanse koloniën. Als een postuum eerbewijs van Castro's voorganger Fulgencio Batista en om na zijn door de Verenigde Staten gesteunde militaire staatsgreep van 1952 steun van de Cubaanse bevolking te winnen, blies hij een idee uit 1939 om een monument ter ere van Martí te bouwen nieuw leven in. Daarvoor werd het ontwerp geselecteerd van het team architecten waarvan de Minister van Openbare Werken deel uitmaakte in plaats van dat destijds uitgeschreven competitie had gewonnen. Veel gedoe, veel concessies, met als het resultaat dat 100 jaar nadat Martí was geboren, midden op het plein werd begonnen met de constructie van wat nog steeds Havana's hoogste bouwwerk is: 109 meter. Aan de voet werd het 18 meter witmarmeren beeld van een in gedachten verzonken Martí – een parafrase op de bronzen Penseur van Rodin? - van Juan José Circe geplaatst, dat oorspronkelijk het winnende ontwerp had zullen bekronen. Wat dat betreft is het wel toepasselijk dat Martí door Fidel Castro postuum de revolutionaire eretitel Héroe Nacional de Cuba werd toegekend, want op het terras aan de voet van het monument, waar je zo'n beetje oog in oog met Che aan de andere kant van het plein staat, hield Fidel veel van zijn eindeloos durende toespraken. Redevoeringen waarover de politocoloog Lucas van der Land op 26 juli 1968 in zijn Cubaans Dagboek schreef: “De rede moet moeilijk te volgen zijn voor een groot deel van zijn gehoor; hij snijdt allerlei theoretische vragen aan en werkt met abstracte begrippen. Hoewel het een toonbeeld is van de didactische, explicerende spreektrant van Fidel Castro, heb ik de indruk dat hij de aandacht van een deel van zijn gehoor nu en dan kwijt is.” Zo ook is mijn aandacht in de eerste plaats niet bij dat toch wel wanstaltige monument van Martí maar bij dat portret van Che aan de overkant waaronder, als het ware zijn handtekening, hasta la victoria siempre staat geschreven. wordt vervolgd |