CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 7 (02072021)

Zondag 4 november 2018 – Amsterdam – Havana
Bij het aan boord gaan van vlucht KL0723 naar Havana staan er drie stoere douaneambtenaren met een hond bij de ingang naar de gangway. De hond springt tegen mijn reisgenoot op. “Heeft u geld bij zich meneer?” wordt hem nors gevraagd. Hij heeft nog geen vijf minuten terug bij de geldautomaat wat Euro's uit de muur gehaald en antwoordt dus geheel naar waarheid “ja”, waarop hij naar de kant wordt gedirigeerd, tekst en uitleg moet geven en het geld moet laten zien. Ik heb zelf ook het een en ander in mijn rugzak, maar mag zonder enig gedoe verder lopen. Volgens de douaneman rook de hond de biljetten omdat ze net uit de automaat kwamen. “Ze zeggen wel dat geld niet stikt, maar het stinkt wel.” Nou ja, toen ik vorig jaar naar Colombia ging, moest ik bij de veiligheidscontrole zelfs de gladgestreken schone zakdoek die ik in mijn broekzak had op verzoek van de controleur uitvouwen. Waarom is mij nog steeds een raadsel, voor alle zekerheid had ik de gladgestreken schone zakdoek deze keer maar in de handbagage gedaan. Het papieren zakdoekje dat toevallig nog in mijn kontzak zat, moest ik bij de controle in mijn hand boven mijn hoofd houden, hoewel dat verder geen nader onderzoek waardig bleek te zijn. Wat me opviel is de voortschrijdende automatisering van de controles en de verbetering ervan. Naast de paspoortcontrole gaat die van de handbagage stukken vlotter. Fototoestel, draagbare computer, mobiele telefoon en zo, hoeven niet meer uitgepakt te worden. Het scheelt een slok op een borrel vergeleken met mijn vorige vlucht van zo'n half jaar geleden naar een onschuldige bestemming als de Kaapverdiaanse hoofdstad Praia. Ben nu wel erg nieuwsgierig naar het “ontvangstcomité” in Cuba. Daarvoor moet echter eerst zo'n 10 uur worden gevlogen, hoewel het er onderweg kort op lijkt terug thuis te zijn in Frankrijk. Dat komt door naar Rendez-vous kijken, de verfilming van het gelijknamige boek van Esther Verhoef, die in de regio en deels zelfs in de grote supermarkt en bouwmarkt van het stadje waar ik woon werd opgenomen. Hoog boven de Atlantische Oceaan, halverwege Amsterdam en Havana, heel even terug in la Douce France.

Vlak voor de landing in Havana wordt in een krantje met KLM nieuwtjes de Flying Burger geserveerd. Volgens de menukaart is het een “Steak sandwich met ui en kaas geserveerd met mosterdmayonaise en augurkjes”, zeg maar een gourmetburger. Het ding is lauw en haalt niet bij mijn favourite Whopper van de Burger King. De salade van geroosterde groenten, die als bijgerecht wordt opgediend, is te koud om lekker te smaken. Mijn teleurstelling wordt ietwat gecompenseerd door de attente en vriendelijke bediening én omdat ik even later de twee KLM-huisjes die ik nog niet heb in ontvangst mag nemen, zodat ik weer helemaal compleet ben. Met dank aan de senior-purser, die aan het begin van de vlucht al informeerde of zijn collega Jan familie van mij is en ik had bekend dat hij mijn achterneef is. Onze gedeelde achternaam is dusdanig zeldzaam, dat het vrijwel altijd een vraag naar de bekende weg is, het was niet de eerste keer. Het gevolg is meestal wel dat ik extra aandacht krijg, die ik me eerlijk gezegd zonder tegen te sputteren laat welgevallen.

Tijdens de landing in Havana valt er een behoorlijk stevige regenbui op het vliegveld José Martí, dat net als het Parijse vliegveld Charles de Gaulle is vernoemd naar een nationale held en staatsman. Maar in tegenstelling tot Parijs stap je in Havana vanuit het moderne vliegtuig minstens een jaar of 50 terug in de tijd qua comfort en faciliteiten. Een enorm grote en grauwe aankomsthal, slecht verlicht en zonder airconditioning, terwijl de buitentemperatuur tegen de 30ºC is en de luchtvochtigheid ergens tussens de 90 en 100% moet liggen. In tegenstelling tot Schiphol is er geen in kogelvrije vesten patrouillerende bewaking te zien, ze rekenen er vast op dat voor het vertrek dusdanig streng is gecontroleerd, dat ze hier niets hebben te vrezen. Het merendeel van het geuniformeerde personeel zijn jonge vrouwen die zijn gekleed in een nauwsluitend uniform met een minirokje en zwarte kousen met een moeilijk te beschrijven patroon, die niets te raden over laten over de het over algemeen stevige billen en goedgevormde benen van die hooggehakte dames. Hetgeen, toegegeven, mijn mannelijke oog streelt, doch dat in Europa of de Verenigde Staten al heel lang als ongepast wordt beschouwd. Er wordt niet naar de retourticket gevraagd of naar het in het Spaans gestelde bewijs van de verplichte ziektekostenverzekering. De bagagecontrole bestaat uit het in ontvangst nemen van een daartoe tijdens de vlucht uitgereikt en ingevuld formulier en vervolgens een Bienvenido a Cuba. Na alle strenge controles voordat je in Amsterdam het vliegtuig in mag, is het in het strak geregeerde Cuba een verademing hoe ontspannen het er in Havana aan toegaat.

wordt vervolgd