CUBA – EEN REIS DOOR DE NALATENSCHAP VAN CASTRO & CHE – 4 (140621)

Faits divers: in de Nederlandse vertaling van de Methode van Alejo Carpentier heet de Cubaanse hoofdstad tot mijn verbazing Havanna. Inderdaad, geschreven met een dubbele n in plaats van met de enkele waaraan ik zo gewend ben. Hoewel, voor iemand die bijna een kwart van zijn leven in Buenos Aires heeft gewoond, is Havanna tóch erg vertrouwd. Niet omdat het in Argentinië ook maar iets met Cuba te maken heeft, maar omdat het daar de merknaam is van overheerlijke in pure chocola gedoopte alfajores en de even lekkere als dik makende dulche de leche. Echte Zuid-Amerikaanse karamelpasta volgens de reclamefolder van de supermarkt in de Bommelerwaard waar het tijdens de Latijns-Amerikaanse week in de aanbieding was. Het deed me kort terug verlangen naar de andere kant van de wereld, heel kort maar. Want ja, de Argentijnse president Alberto Fernández was er gelijktijdig in geslaagd, door met het behoorlijk onzorgvuldig citeren van Octavio Paz, de Mexicaanse Nobelprijswinnaar voor Literatuur, zo'n beetje het hele continent tegen zich in het harnas te jagen. Om tijdens het ambtsbezoek van de Spaanse minister-president de verwantschap tussen Europa en Argentinië te benadrukken, had hij namelijk beweerd dat in tegenstelling tot de Mexicanen die van de indianen afstammen en de Brazilianen die uit het oerwoud waren gekomen, de Argentijnen daarentegen van de loopplanken van uit Europa afkomstige schepen waren afgestapt en daarna dit land hadden opgebouwd. Net zoiets beleefde ik kort na van Rio de Janeiro naar Buenos Aires te zijn verhuisd en daar op zoek ging naar sporen van de transatlantische slavenhandel te horen kreeg voor negers moet je in Uruguay zijn. Die had je namelijk niet in Argentinië gehad, alleen maar op de andere oever van de Río de la Plata.

Terug naar het Teatro Nacional van Havana waar Enrico Caruso op 12 juni 1920 tijdens de matinee in de opera Aïda als Radames op het podium staat. De door Verdi speciaal voor de opening van het nieuwe operagebouw van Caïro gecomponeerde opera, die zich afspeelt in het oude Egypte, ging daar op 24 december 1871 in première. In het kort: Ethiopische troepen zijn onderweg om oorlog te komen voeren, Radames leidt het Egyptische leger dat de Ethiopiërs verslaat, wie kent niet die fantastische Triomfmars - Gloria all' Egitto die dat viert? Als dank schenkt de farao hem daarna zijn dochter Amneris, die sowieso al zwaar verliefd op hem was, hij echter niet op haar. Radames heeft een geheime liefdesrelatie met haar slavin Aïda, waarvan niemand weet dat zij de dochter van de Ethiopische koning is. Heel mooi zong Caruso meer dan 100 jaar geleden Celeste Aïda - Hemelse Aïda, zou hij juist dat die middag in Havana hebben staan zingen toen de bom afging en hij de straat op vluchtte? De minder saaie en stukken meer romantische versie dan wat er daarna volgens Alejo Carpentier zou zijn gebeurd of liever gezegd wat Caruso daarna mogelijk beleefd zou kunnen hebben, werd door de in Cuba geboren journaliste en schrijfster Mayra Montero beschreven in haar in 1998 gepubliceerde boek Como un mensajero tuyo, dat in het Engels the Messenger heet. Hoewel een Nederlandse vertaling op zich laat wachten, heeft Micha Hamel het boek zo'n beetje gebruikt als libretto voor de door hem gecomponeerde opera Caruso a Cuba, die begin maart 2019 tijdens het Opera Forward Festival in Amsterdam in première ging.

De bom ontploft, Caruso vlucht gekleed als Radames de straat op, verdwijnt mysterieus een tijdje uit zicht en komt volgens Mayra Montero in de keuken van Hotel Inglaterra terecht waar hij, zoals dat zo mooi in het Spaans heet, een mulata achinada ontmoet. Een vrouw met zowel Cubaans-Afrikaans als Chinees bloed in de aderen, die ook nog eens Aïda heet. Aïda Cheng, de peetdochter van een vooraanstaande babalawo, een priester of santero in de door slaafgemaakten uit West-Afrika meegebrachte traditionele Yoruba godsdienst die in Cuba Lukumi of Santería wordt genoemd. Die peetvader had de komst van Caruso al op zijn orakelbord gezien in het patroon van de kauri schelpen die hij erop had geworpen, net zoals hij daarin had gezien dat Caruso niet lang meer te leven had en dat Aïda verliefd op hem zou worden. Zoals het hoort, kwamen de voorspellingen uit: Aïda en Enrico hadden een korte hevige affaire waaruit Enriqueta werd geboren, een dochter en Caruso zou een jaar later in zijn geboortestad Napels overlijden, slechts 48 jaar oud. Aïda vertelde haar dochter naderhand wat zij in juni 1920 met haar vader had beleefd, hetgeen eind vorige eeuw door Mayra Montero werd opgeschreven en weer 20 jaar later zou het dus door Micha Hamel op muziek worden gezet en geënsceneerd. Na zelf bijna 10 jaar in Lagos, midden in het Yorubaland te hebben gewoond en gewerkt en daar uitgebreid kennis te hebben gemaakt met hun traditionele Ifa-religie, kijk ik er naar uit om tijdens mijn reis door Cuba te zien hoe die godsdienst daar honderden jaren later nog altijd wordt gepractiseerd.

wordt vervolgd