TRANSFORMATORKUNST (03042021)

Onderweg van mijn Rotterdamse pied-à-terre naar de supermarkt op de Nieuwe Binnenweg, valt onmiddelijk de opknapbeurt op van het op de kruising met de Claes de Vrieselaan tegen een anoniem gebouwtje geplakte houten snackbar. Nou ja, opknapbeurt? Wat mij betreft is het eerder een afknapbeurt vanwege het gebruik van een totaal uit de toon met de omgeving vallende felgele verf. En dat nota bene op het kruispunt waar hoog op de naastgelegen gevel al heel lang het gedicht Stad van Hester Knibbe staat, dat als eerste strofe de vraag stelt: Hoe maak je de stad zó dat hij staat als een huis waarin je solide kunt wonen en met al heel veel langer in de gevellijst er schuin tegenover een klassieke reclame voor OMO, dàt wast pas smetteloos wit! Beelden uit mijn kinderjaren toen maandag wasdag was en het doen van de linnen- en kledingwas met een wasbord en zachte zeep heel geleidelijk werd verdrongen door waspoeder en wasmachine. Ben wel nieuwsgierig naar wat er gaande is, maar de boodschappen voor het appartement met een lege koelkast hebben voorrang voordat de avond valt.

Natuurlijk wist ik wel dat het “anonieme gebouwtje” een transformatorhuisje is, gebouwd in de tijd dat er bij het ontwerpen en bouwen een architect of tenminste een bouwkundige aan te pas kwam én ouderwets ambachtelijke metselaars die meer konden dan alleen maar stenen opstapelen door er een kwak cement tussen te gooien. De hedendaagse transformatorhuisjes bestaan veelal uit een paar gladde grijze betonplaten met een plat dakje erop of zijn van die bleekgele plastic kastjes die je overal ziet staan. Dat die dingen iets met het lichtnet te maken hebben wist ik wel, maar pas nu vraag ik me af waar ze precies toe dienen, uiteindelijk ben je nooit te oud om te leren. Zo kom ik erachter dat er naast de niet zichtbare inpandige transformatoren in Nederland zo'n 100.000 transformatorhuisjes in de openbare ruimte staan. Die geven onderdak aan een transformator die “electriciteit met middenspanning (meestal 10 kilovolt) omzet in laagspanning van 230 volt, de spanning die op de stopcontacten in huis staat.” Om “gooi maar in mijn pet” te zeggen, vind ik bij nader inzien wat te gemakzuchtig, als je het decimale stelsel begrijpt, kan je, ondanks dat je een technische onbenul bent, dit toch ook begrijpen? Een kilovolt is gewoon ongeveer 4x de voltage van de stroom die een huis binnenkomt en 10 kilovolt dus 40x. Die transformator reduceert derhalve de hoge spanning die uit de centrale komt, naar de spanning waarop wij thuis kunnen koken, de wasmachine of de computer kunnen gebruiken of naar de tv kunnen kijken. De Rotterdamse transformatorhuisjes zijn over het algemeen te herkennen aan het bordje met Stedin erop, de naam van netbeheerder, en een gele driehoek met bliksemschicht met daaronder HOGE SPANNING LEVENSGEVAARLIJK. Een waarschuwing die gelukkig niet geldt voor de drie buitenmuren van het transformatorhuisje dat achter de felgele snackbar verscholen gaan.

Zonder het in de gaten te hebben, ben ik bij een expositie van Geef me de Ruimte beland en sta te kijken naar het werk van Jelmer Noordeman en Koen Harmsma, sinds 2008 een kunstenaarsduo dat met de artiestennaam Bier en Brood door het leven gaat. Dat beiden tot illustrator zijn opgeleid, is in hun muurschilderingen – uitsluitend in zwart en wit en alles wat daar tussen ligt – goed is terug te zien. Wat nogal dom is, is dat ik eerst de toelichting lees die erbij staat: Op alle zijden van het transformatorstation heeft het kunstenaarsduo Bier en Brood een mural aangebracht. De mural nodigt voorbijgangers uit tot interactie en is een grote eyecatcher in de wijk. Het kunstwerk verwijst ook naar de periode waarin we nu leven, van lockdown en social distance. Het is een markering van de huidige tijd om pas daarna de muren enigszins geërgerd te gaan bekijken. Geërgerd door de onnodige vervuiling van de Nederlandse taal met woorden als mural, eyecatcher, lockdown en social distance. Na als arbeidsmigrant het grootste deel van mijn volwassen leven noodgedwongen vreemde talen te hebben moeten spreken, let ik extra op om mijn moedertaal niet te doorspekken met allerlei uit andere talen, met name uit het Engels, geleende of gestolen woorden. Waarom jezelf Bier en Brood noemen en dan mural in plaats van muurschildering te gebruiken of waarom niet in het oog springend in plaats van eyecatcher ontgaat mij totaal. Zo heeft iedereen zijn hang-ups zal ik maar zeggen. In tegenstelling tot twee andere muurschilderingen die ik van het duo ken:Endoscopia tegenover het Erasmus MC en Hortus Delerium op de Keilewerf, hebben deze drie muurschilderingen veel diepte en is er nauwelijks het smetteloze Omo-wit van de overkant gebruikt. Die diepte en de combinatie van abstract en figuratief: veel strakke lijnen en op iedere muur een paar in de ruimte zwevende grote handen, maken ze in mijn ogen super schilderachtig. Het enige minpuntje is dat boven de deuren in twee van de muren ROTTERDAM MAKE IT HAPPEN staat geschreven, de naam van één van de financiële ondersteuners van het project. Het is ongetwijfeld de markering van de huidige tijd waarnaar de kunstenaars willen verwijzen.