|
MOORKOPPEN (26032021) Tijdens mijn lagere schooljaren in Arnhem – voor de jongere lezers: lager onderwijs is een in 1985 opgeheven onderwijsvorm die zich het best laat vergelijken met groep 3 tot 8 van het hedendaagse basisonderwijs – zat ik op de vrije woensdagmiddag op een zangkoor. Dat was ergens in de jaren 50 van de vorige eeuw toen ik ongeneerd 10 kleine negertjes heb leren zingen, een aftelliedje waarvan ik de woorden nooit meer ben vergeten. In tegenstelling tot mijn korte geheugen, werkt het verre geheugen nog heel behoorlijk. In die tijd zag ik nooit mensen die een andere huidskleur hadden dan de mijne. Dat gebeurde pas toen mijn ouders naar Rotterdam verhuisden waar ik het laatste jaar van de lagere school afmaakte en in onze kerk – ja, ja, het was toen nog vanzelfsprekend gelovig te zijn – voor het eerst mensen met een lichtbruine Aziatische huidskleur ontmoette. Of over de zending hoorde vertellen, de verspreiding van ons protestantse geloof, want daarvoor werd geld ingezameld voor onder meer Dr. Albert Schweitzer, die een hospitaal in Lambaréné had. Dat was ergens in donker Afrika, maar zonder het flauwste idee te hebben waar dat was. Dat ontdekte ik zowaar toen ik een paar jaar in Gabon woonde en werkte en een collega mij vertelde dat hij uit Lambaréné kwam, in dat ziekenhuisje te zijn geboren en dat het nog steeds bestond. Als inmiddels ongelovige zou ik er in 1987 of 1988 zelfs een paar keer op bezoek gaan. Maar goed, tegen het einde van de jaren 50 hadden mensen nauwelijks televisie, foto's in de krant waren zwart-wit en het internet was nog niet uitgevonden. Soms mochten we ergens in de straat op woensdagmiddag of op zaterdagmiddag om 5 uur kindertelevisie kijken, schoenen uit en op de vloer voor de zwart-witte beeldbuis zitten. Mensen met Afrikaanse voorouders? In wereldhaven Rotterdam kwam je destijds hooguit Chinezen tegen op Katendrecht en op de West-Kruiskade en heel af en toe landgenoten met Indische wortels die na de onafhankelijkheid in 1948 al dan niet gedwongen naar het “moederland” waren verhuisd. Halverwege de jaren 60 van de vorige eeuw, kort nadat ik het voortgezet onderwijs had afgerond, begon ik mijn arbeidzame leven bij een industriële Rotterdamse brood- en banketbakkerij met eenvoudig administratief werk én met aangepaste werktijden om 's avonds verder te kunnen studeren. Het bedrijf had een paar brood- en banketfabrieken die dagelijks de meer dan 100 eigen winkels van vers brood en gebak voorzagen en honderden broodbezorgers met hun kar op pad stuurden. Totdat daar door de opkomst van de supermarkten, die ook brood en banket mochten gaan verkopen, langzaam maar zeker de klad in kwam waardoor ergens in de loop van de jaren 70 de winkels geleidelijk werden gesloten en de bezorgers niet langer aan huis bezorgden. Voordat het zover was, had ik wel kunnen zien hoe het verse brood uit de gigantische ovens rolde en hoe onder andere moorkoppen werden gemaakt en die supervers mogen proeven. Na rondvragen en enig zoekwerk had ik ook ontdekt waarom die lekkere gebakjes naar de Moren waren vernoemd. De uit Noord-Afrika – het huidige Tunesië, Algerije, Marokko en Mauritanië – afkomstige berbers die aan het begin van de 8ste eeuw Spanje binnenvielen en grote delen van het Iberisch schiereiland eeuwenlang zouden bezetten. Daaraan kwam pas in 1492 – jawel, hetzelfde jaar dat Columbus Amerika ontdekte - een definitief einde toen Boabdil, de laatste koning van het Moorse koninkrijk, de stadssleutels van Granada aan de Spaanse koning Fernando II overhandigde. De Moren hadden een ietsje donkerder huidskleur dan Europeanen, zo'n beetje als de recent in opspraak geraakte Nederlandse acteur met Marokkaanse wortels Bilal Wahib, die qua uiterlijk en huidskleur niet veel gemeen hebben met de Afrikanen die ten zuiden van de Sahara leven. Zo heeft de moorkop een ietsje donkerder uiterlijk in de vorm van een laagje chocolade dat wordt bekroond door een toefje slagroom met een stukje ananas dat de tulband die de moren droegen verbeeldt. Niets mis mee toch? Desondanks was het ruim een jaar geleden opeens gedaan met de moorkop. Het begon met de HEMA die aankondigde die voortaan chocoladebol te gaan noemen omdat moorkop niet meer bij deze tijd paste. Anderen volgden, maar in de gebaksvitrine van de supermarkt in de Bommelerwaard waar mijn vriendin boodschappen doet, zag ik in augustus nog moorkoppen staan. Toen ik tegen haar zoiets zei als “Hé, kijk nu eens hier zijn het nog moorkoppen”, was de reactie van een andere klant dat er “hier” niet aan die flauwe kul werd meegedaan. Of toch wel? In december stond er opeens Luxe Bol op het prijskaartje, maar terug thuis zag ik dat op de prijssticker die de verkoopster op het gebaksdoosje had geplakt nog moorkop met ananas stond. Een laatste stuiptrelking? Nee, vorige week was de moorkop helemaal in ere hersteld. Hoewel.... nu staat er op de kassabon heel neutraal vers gebak. Gelukkig smaken ze even lekker als voorheen en heb ik een smoesje om wat vaker naar de Bommelerwaard te gaan: om te kijken of de moorkoppen nog bestaan. |