LA MEUSE (20032021)

Het is net alsof sinds ik ruim drie jaar geleden van Buenos Aires naar Frankrijk ben verhuisd, langzaam maar zeker een soort driehoeksverhouding met de rivier de Maas heb gekregen. In Buenos Aires had ik heel lang een relatie met Río de la Plata, zeker 10 van de 17 jaar die ik daar heb gewoond. Het begon toen ik er in 2006 naar een hooggelegen appartement op de hoek van de Avenida Belgrano en Chacabuco verhuisde en dankzij het onbelemmerde uitzicht vanaf mijn balkon in de verte de vele kilometers brede rivier kon zien. En als ik in de vroege ochtend de Avenida naar beneden afliep en daarna mijn kilometers door Puerto Madero en de Reserva Ecológica – het Natuurreservaat - van de Costanera Sur liep, kon ik daar het water van de rivier aanraken. Je raakt er aan gewend die rivier altijd te kunnen zien en gaat het heel gewoon vinden. Net zoals ik het heel gewoon vond om tijdens die paar weken die ik vaak in Rotterdam was om aan de ergste Argentijnse winterkou te ontsnappen een beetje te flirten met de Nieuwe Maas. Die stroomt daar niet zichtbaar hemelsbreed ietsje dichterbij mijn pied-à-terre dan de Río de la Plata aan de andere kant van de wereld van mijn appartement stroomde. Het grootste deel van mijn vroege ochtend kilometers liep ik daar dan door het statige uit het begin van de vorige eeuw daterende Scheepvaartkwartier over de Westerkade, de Parkade en het Park langs de Nieuwe Maas. De kade is er net iets te hoog om het water aan te kunnen raken, maar het zicht op de rivier, op het zuidelijke stadsdeel aan de overkant en af en toe een passerend schip maakten dat goed.

Een jaar of zes jaar geleden ging ik in zo'n Argentijnse wintermaand vanuit Rotterdam, de Maasstad aan de Rotte, op weg naar de bron van de Maas in de buurt van Pouilly-en-Bassigny in het Franse departement Haute-Marne. Aan de kop van de Westersingel linksaf, om na het korte stukje Vasteland vanaf de brug over de Leuvehaven tot aan de van Brienenoordbrug de Nieuwe Maas een paar kilometers aan mijn rechterhand te hebben. Eenmaal die brug over duurde het dan zo'n 200 kilometer voordat de rivier, die inmiddels la Meuse heette, bij Namen – halverwege de snelweg van Brussel naar Luxemburg – vanuit de hoogte heel kort was te zien. Om dan bij Mouzon, nog eens ruim 100 kilometer verder, aan de onderkant van de Ardennen in het noorden van Frankrijk la Meuse opnieuw tegen te komen en die daarna zo'n beetje 300 kilometer tot aan de bron te kunnen volgen. Dat laatste stuk wees de weg bijna zichzelf door al die dorpen en stadjes die sur-Meuse in de plaatsnaam hebben staan. Stenay, zonder sur-Meuse, één van die stadjes aan de rivier waar ik toen doorheen reed, zou na Buenos Aires mijn vaste woon- en verblijfplaats worden.

Dankzij de ochtendmist die er vaak boven hangt, kan ik in Stenay vanaf de bovenste verdieping aan de achterkant van mijn huis zien waar la Meuse moet stromen, tussenliggende huizen zorgen ervoor dat de rivier zelf buiten beeld blijft. Die zie ik pas als ik er mijn vroege kilometers door de weilanden langs de hier behoorlijk wispelturig slingerende rivier loop waarvan het water zich af en toe laat aanraken. We flirten wel eens wat met elkaar, iets dat ruim twee jaar geleden opeens een stuk serieuzer werd nadat ik bevriend raakte met iemand die honderden kilometers stroomafwaarts schuin tegenover 's-Hertogenbosch in de Bommelerwaard op de Gelderse oever van dezelfde rivier woonde, die daar dan weer de Maas heet. Al doende diende zich een andere route aan voor die ik gewoonlijk van Stenay via Brussel en Antwerpen naar Rotterdam had gereden en van daar vervolgens een paar keer langs de Boven Merwede en de Waal naar de Bommelerwaard. De alternatieve route liep stroomafwaarts van Stenay zo'n 170 kilometer door de Ardennen naar Luik om daar, na een paar kilometer langs la Meuse in de bebouwde kom, richting Maastricht te rijden. Dat de rivier onderweg ergens bij Visé links afslaat, zo'n 50 kilomter de grens tussen Belgisch en Nederlands Limburg vormt en dan heel toepasselijk de Grensmaas heet, ziet de doorgaande reiziger jammer genoeg niet. Pas op de Maasbrug bij Hedel, even voorbij 's-Hertogenbosch en na nog eens 170 kilometer vanaf Luik te hebben gereden, komt de rivier pas weer in beeld. Na die brug rechtsaf de Bommelerwaard in, waar ik de volgende ochtend bij het opstaan uit het slaapkamerraam over de kruin van de dijk in de verte de rivier kan zien stromen. Daarna loop ik er mijn vroege kilometers over de dijk langs de Maas naar het volgende dorp en weer terug en werp af en toe een blik van "ons kent ons" naar het water. Als ik zou willen, zou ik over één van de paden in de uiterwaarden naar het water kunnen lopen om het aan te raken, om de Maas even te laten weten dat ik net zoveel om haar geef als om la Meuse en de Nieuwe Maas.