COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 70 (03022021)

Epiloog - 6
Het in 1957 in Colombia gevormde Frente Nacional had tot doel de eindeloze semi-burgeroorlog tussen de dominante rechtse politieke stromingen – de liberalen en de conservatieven – te beëindigen door simpelweg de macht voor de volgende 16 jaar onderling te verdelen. Daarbij werd bij voorbaat geen rekening gehouden met andere politieke partijen en eventuele politieke veranderingen zoals die in het begin van de jaren 60 van de vorige eeuw in Latijns-Amerika zouden plaatsvinden. De opkomende links georiënteerde partijen die daardoor geen politieke invloed via de stembus konden krijgen, geen optie latend dan zich op een andere manier tegen die uitsluiting te verzetten: door bijvoorbeeld de wapens op te nemen. Aldus begon de volgende burgeroorlog die ruim 50 jaar zou gaan duren. De Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia, kortweg FARC, en de Ejército de Liberación Nacional, kortweg ELN, beide in 1964 werden opgericht en beide het Marxisme-Leninisme belijdend, zijn daarvan internationaal ongetwijfeld de meest bekende. De FARC zou aanvankelijk het doel hebben gehad het zuidelijk deel van Colombia te bezetten om het vervolgens af te scheiden en er een onafhankelijke republiek uit te roepen. Het liep allemaal wat anders met ondermeer als bijkomend gevolg dat ze in de tijd gezien zowaar de erfopvolgers werden van Nederland als vooraanstaand cocaïneproducent, zo niet de grootste producent en exporteur ter wereld.

De jonge Duitse chemicus Albert Niemann was degene die in 1859 cocaïne ontdekte en het die naam gaf, het was lange tijd uitsluitend een geneesmiddel, hoewel ….. in 1886 bevatte het oerrecept van Coca-Cola een minimale dosis cocaïne, vandaar die naam. In 1878 komt Nederland in beeld. In 's Lands Plantentuin in Buitenzorg – thans Bogor – in het toenmalige Nederlands-Indië werden vanuit Peru geïmporteerde cocastruiken aangeplant, een paar jaar later werd met de commerciële teelt ervan begonnen. Eindbestemming van de bladeren: hoofdzakelijk Duitsland. De Java coca bevatte veel secundaire alkaloiden waarvan nog niet bekend was hoe die konden worden omgezet in cocaïne, waardoor die Indische blaadjes een lagere handelswaarde hadden. Dat veranderde dramatisch nadat Duitse chemici rond 1890 een proces hadden ontwikkeld om dat wel te kunnen doen, waardoor de opbrengst – en daardoor de marktwaarde – van de Javaanse blaadjes eveneens dramatisch verbeterde. De Amsterdamse Koloniale Bank speelde toentertijd een vooraanstaande rol bij zowel de productie als de handel, onderkende daardoor de meerwaarde die het eindproduct boven de bladeren had en richtte in 1900 de Nederlandsche Cocaïnefabriek NV op om zelf de uit de kolonie afkomstige cocabladeren tot pure cocaïne te gaan verwerken die kon worden gebruikt als ”geneesmiddel voor hals-, borst- en longziekten, zoals verkoudheden, astmatische toevallen en kleine zweeren aan de long.” Bij het 25 jarig bestaan van de fabriek schreef het Pharmaceutisch Weekblad: “Haar hoofdprodukt heeft thans een over de geheele wereld erkende superioriteit bereikt.” Beter dus dan die uit Peru, het land van oorsprong. Waar wij Nederlanders al niet goed in waren.

Conny Braam schrijft in haar boek De handelsreiziger van de Nederlandse Cocaïnefabriek uitgebreid over de hiervoor kort samengevatte vaderlandse betrokkenheid bij de cocainehandel. Met vooral veel aandacht voor de Eerste Wereldoorlog toen de Amsterdamse fabriek volgens haar de grootste producent van cocaïne ter wereld zou zijn geweest en aan alle strijdende partijen aan het front zou hebben geleverd, maar dan niet als geneesmiddel voor verkoudheden, astmatische toevallen of kleine zweeren aan de long. Dat deed ze in geromatiseerde vorm op basis van eigen onderzoek, waarbij haar gebruik van de bronnen en haar interpretatie daarvan nogal eens aan de verhaallijn werd aangepast. Zodanig zelfs dat een recensent concludeerde dat: “Naast rats, kuch en bonen kregen de soldaten in de veldhospitalen en in de loopgraven op grote schaal cocaïne aangeboden. Zo konden ze de pijn en de angst weer even de baas: ze werden er strijdlustig en overmoedig van, zodat menig soldaat het vijandelijke vuur ongedekt tegemoet snelde.” Volgens NRC Checkt was het boek weliswaar een op waarheid gebaseerde roman, was Nederland weliswaar de grootste producent van cocabladeren, maar dat de meeste cocaïne in Duitsland werd geproduceerd en het derhalve onwaar was dat het de Amsterdamse fabriek zou zijn geweest. Wat wél waar is, is dat Colombia nu 's werelds grootste cocaïne-producent is, omdat het niet zoals voorheen alleen de blaadjes plukt en uitvoert, maar ze ook tot cocaine verwerkt en daarna naar de landen smokkelt waar de gebruikers wonen. Dat Nederland een belangrijke eindbestemming is, staat buiten kijf. Vorig jaar werd op Schiphol en in de zeehavens 48.000 kilo coke in beslag genomen en door internationale organisaties waarmee wordt samengewerkt nog eens 67.000 kilo dat Nederland als bestemming had, hoewel toch nog meer dan genoeg de illegale markt bereikte. Rioolwateronderzoek estimeert dat de 1,5 miljoen inwoners van Amsterdam, Utrecht en Eindhoven in 2019 tenminste 2.300 kilo coke snoven en spoten, 2 à 3 keer de jaarproductie van de Nederlandsche Cocaïnefabriek tijdens de Eerste Wereldoorlog.......

epiloog - 7 volgt