|
AFSCHEID VAN IEK (11062020) “Begin jij nu ook al?“ De weekendveerdienst van onze werkgever had ons van de aanlegsteiger bij de Lagos Yacht Club over de Lagos Lagoon naar het strandje van Tarkwa Bay gebracht. Eenmaal gearriveerd, hadden Iek en ik ons daar op ons ondertussen min of meer vaste plekje geïnstalleerd en maakten een lange strandwandeling langs het deel van de Golf van Guinee dat de Bocht van Benin heet. Over Lighthouse Beach, het in die tijd vrijwel altijd verlaten uiteinde van de Slavenkust van weleer. Het was mij bij eerdere wandelingen al opgevallen dat zijn rechterarm niet zo soepel mee bewoog als die van andere wandelaars of zoals die van mijzelf: hij hield zijn arm ietwat stijfjes langs het lichaam en bewoog die met korte rukjes naar voor en naar achter in plaats van op de maat van de stappen ritmisch op en neer te bewegen. Het is één van de eerste maanden van 1990, daarna houd ik verder mijn mond. Een goed verstaander moet immers aan een half woord genoeg hebben? Pas later werd duidelijk dat dit het beginstadium was van een ziekte die Iek vervolgens tot een paar dagen geleden dwars zou zitten: de ziekte van Parkinson. Na wat problemen te hebben gehad in Gabon, omdat mijn toenmalige geliefde na mij in mijn dienstauto op het vliegveld had afgezet, die niet bij het kantoor van mijn werkgever had geparkeerd maar er tot ik terugkwam van mijn dienstreis in was blijven rijden, belandde ik in het laatste kwartaal van 1989 totaal onverwacht in Nigeria. Pas achteraf begreep ik waarom er vacatures waren: niemand had veel zin om daar te gaan werken en wonen indien er een alternatief was. Eerlijk gezegd was ik gewoon opgelucht om een baan en inkomen te hebben en maakte het me niet zoveel uit waar dat dan wel zou zijn. Bovendien werden er in minder aantrekkelijke landen stukken betere salarissen betaald, hetgeen goed uitkwam in verband met mijn niet geringe alimentatieverplichtingen. Sankey One heette het guesthouse – het pension - waar ik tijdelijk ging wonen totdat er een appartement zou vrijkomen. Ik was niet de enige, hetzelfde gold voor iedereen die 's ochtends en 's avonds aan tafel zat voor ontbijt en diner. Aldus maakte ik kennis met Iek en Will Rekkers, die mijn buren werden op de bovenste etage van het pension en, zo bleek al gauw, we waren allebei naar Lagos gekomen voor hetzelfde project: Nigeria Liquified Natural Gas - NLNG. Een paar maanden eerder was onder Iek's leiding op de raffinaderij van Shell in Pernis de bouw van de Hycon-fabriek afgerond. Nieuwe technologie om delen van ruwe olie die tot dan toe werden verbrand – afgefakkeld in het jargon - om te zetten in bruikbare producten. Net zoals het de bedoeling was om met de op Bonny Island nog te bouwen NLNG-fabriek het gas dat met de ruwe olie uit de grond kwam, en waar niemand in Nigeria iets mee kon, een nuttige bestemming te geven. Hoewel ik 100% atechnisch ben, begreep ik het principe: men koelt het gas tot een dusdanig lage temperatuur dat het vloeibaar wordt en kan worden vervoerd in speciaal daarvoor gebouwde tankschepen. Aan de ontvangende kant wordt het opgewarmd en wordt dan weer "gewoon" bruikbaar gas dat geld waard is. Totdat alle afspraken tussen de toekomstige aandeelhouders zouden zijn geformaliseerd, werkten wij beiden met een aantal Britse collega's in een klein kantoor ergens op Victoria Island. En omdat we daarnaast tijdelijk onder hetzelfde dak woonden, maakten we ongemerkt nader kennis. Iek kwam uit Vlissingen en Will uit Zuid-Beijerland, een dorp in de Hoeksche Waard waar ik een paar jaar vlakbij had gewoond. We konden het buiten de kantooruren goed met elkaar vinden en toen Will voor een paar weken naar Nederland moest, gingen Iek en ik op de zaterdagen naar Tarkwa Bay. We zwommen er in zee, namen windsurfles en maakten dus lange strandwandelingen. Will barstte in tranen uit toen Iek haar vertelde dat tijdens onze strandwandeling zijn trouwring was geroofd, dat was gelijk de laatste keer Lighthouse Beach. We verhuisden naar Lekki Beach, ergens halverwege Lagos en Epe. Daar kochten we met ons "strandclubje" een beachhut waar we daarna bijna iedere zondag klokslag half 11 in convooi naar toe reden. Ondertussen verminderde Iek's controle over zijn rechterarm zienderogen. Letterlijk. Dat was zichtbaar als we met elkaar aten of als er zo nu en dan op kantoor een handtekening moest worden gezet en hij mij vroeg daarbij te komen helpen. Desondanks bleef Iek goedgehumeurd, doch toen de gelegenheid zich voordeed ging hij met pensioen en terug naar Zoetermeer. De jaren daarna zagen we elkaar als ik in Nederland was, meestal met flinke tussenpozen waardoor het extra opviel wat Parkinson met Iek's lichaam deed. Eten en drinken ging steeds moeilijker, net zoals lopen en spreken, zijn lichaam vervormde. Qua denkvermogen was er niets mis, hij was zich volledig bewust van wat er zich afspeelde, maar bleef positief gestemd, ik heb Iek nooit horen klagen. Will - al 65 jaar samen met Iek - en hun beide dochters spraken hem niet tegen toen hij vond dat het mooi was geweest. Dinsdag hebben we afscheid genomen van een zeer aimabele man, die ik zijn rust meer dan gun. |