|
OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 22 – ORANJEBOOMSTRAAT - 4 (29052020) Nu het erop begint te lijken dat de grenzen binnenkort weer opengaan, maak ik nog gauw een laatste coronawandeling naar Feijenoord. Naar de schepping van Lodewijk Pincoffs' Rotterdamsche Handelsvereeniging (RHV), die in 1872 van de Gemeente Rotterdam toestemming had gekregen om het eiland Feijenoord te ontwikkelen en, als je goed op de kaart kijkt, al doende niet één – het Noordereiland – schiep door het graven van de Noorderhaven, maar door het graven van de Nassauhaven en de Persoonshaven nog tweede, bij mijn weten, naamloos eiland creëerde. Over de Erasmusbrug en dan linksaf, om na de poort van het Poortgebouw te zijn gepasseerd even kort te buurten bij Pincoffs, van wie daar voor zijn oude entrepotgebouw een beeld staat. Jammer genoeg beperkt het buurten zich tot een zwijgend elkaar in de ogen kijken en samen te kijken naar wat er van het hart van zijn toenmalige imperium is geworden. Het Poortgebouw is al jaren geleden gekraakt en bezet door dwarsliggende beeldend kunstenaars, de Spoorweghaven is gedempt, de Entrepothaven en Binnenhaven liggen vol met luxe jachten, het bij de oplevering modernste entrepotgebouw ter wereld huist thans winkels, kantoren en luxe appartementen. Ik ben onderweg naar wat er over is van de gasfabriek die de RHV moest bouwen om de straten van de arbeiderswijk die er werd gebouwd om de abeidsmigranten uit Brabant en Zeeland te huisvesten te verlichten en niet om die huizen te verwarmen of er op een gasstel of gasfornuis te kunnen koken. Jawel, de straatverlichting bestond destijds uit gaslantaarns die 's avonds door een lantaarnaansteker werden aangestoken. Onvoorstelbaar, maar tegen het eind van de 19e eeuw een hele vooruitgang. Andere tijden.> Die toen in Europa unieke fabriek – er werd watergas geproduceerd - kwam aan het Mallegat te staan, een korte verbreding in een bocht van de rivier. Aan het eind van de Oranjeboomstraat, bij het eindpunt van buslijn 32. Zoals zoveel in deze wijk is de gasfabriek gesloopt, overbodig geworden door de Groningse gasbel, er kwam een park voor in de plaats waarin gelukkig iets van toen bewaard is gebleven: twee gasbollen en de watertoren. Hoewel ik betwijfel of veel buurtbewoners, gezien de namen van de winkels – geen Appie gezien - en de moskeeën, veelal met een migratie achtergrond, enig idee hebben wat voor belang die dingen hebben gehad bij de ontwikkeling van hun wijk, maar wellicht ben ik vooringenomen. Het Mallegatpark, dat weinig van een park heeft: een groot grasveld waarop de gasbollen broederlijk naast elkaar staan en de watertoren ietwat verloren een stukje verderop, verder niets. In een dode hoek, je moet er echt naartoe willen, ontdek ik wat er aan het Balkon aan de Maashaven zo ontbrak: een terras aan een drukke waterweg. Niet aangegeven door bruine wegwijzers, verwaarloosd, maar toch vele malen mooier. Ik ga er op mijn gemak zitten. Aan de overkant, op het voormalige terrein van het Rotterdamse drinkwaterbedrijf, staat een stukken fraaiere watertoren, hoewel ze ongeveer even oud zijn, iets meer naar rechts de Brienenoordbrug, verder naar rechts het Feijenoordstadion, op de rivier scheepvaartverkeer. Ietsje naar links zal zo'n beetje op de punt van het eiland zonder naam, aan het einde van de Piekstraat, een luxe woontoren worden gebouwd. Met aan de ene kant de Luxaflexfabriek van HunterDouglas als buren en aan de andere een verzorgingshuis en sociale woningbouw. Zoals de projectontwikkelaar opvallend eerlijk zegt: Zo'n plek waar je niet komt, als je er niet hoeft te zijn. Voor de verandering loop ik op de noordoever zoveel mogelijk langs de rivier terug naar huis. Dankzij de naamtegel die ervoor ligt, kijk ik voor het eerst eens wat beter naar dat nogal gedateerde monument bij de Veerhaven: Caland Monument – 1907. Geen idee hoe vaak ik er langs ben gelopen zonder ooit zelfs maar even stil te staan om het beter te bekijken. Die vrouw met vleugels op een zuil die in een soort waterbak staat waarin aan drie kanten door leeuwenkoppen water wordt gespuugd en aan de vierde kant, de kant van de Maas, op een scheepsboeg twee mollige engeltjes zitten met erboven een niet al te grote beeldenaar van iemand, prikkelde nooit eerder mijn nieuwsgierigheid. Dat gezicht is van Pieter Caland, de bedenker van de Nieuwe Waterweg, op de ene zijkant van de zuil staat een kaart van die Waterweg met zeilschepen bij de monding, op de andere tekst en uitleg: Raad van Waterstaat Ingesteld ter beoordeling van de plannen tot verbetering van Rotterdam's zeewegen geeft de voorkeur aan Caland's ontwerp berustende op de werking van eb en vloed. Dienovereenkomstig gelast de wet van 24 jan. 1863 de doorgraving van den Hoek van Holland en de afdamming van het Scheur. Na de uitvoering van Caland's geniale plan groeide de haven razend snel, Pincoffs was één van de eersten die doorhad dat er heel erg veel geld te verdienen zou zijn. De arbeidsmigranten moesten worden gehuisvest, de scheepvaart had havens en opslagruimte nodig en Feijenoord was een kaal eiland aan de andere kant van de rivier. Caland en Pincoffs hadden zo'n 150 jaar geleden zeldzaam vooruitziende blikken. slot |