OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 21 – PARK MAASHAVEN – 6 (22052020)

Na die onverwacht nostalgische minuten op het speelplein van mijn allereerste Rotterdamse lagere school bij de Gaesbeekstraat, loop ik terug naar de Brielselaan waar een bruin verkeersbord naar Balkon a/d Maashaven wijst. Bruine borden, zo weet ik, wijzen naar toeristische attracties. Iets dat hier zo midden tussen de grijze silo's van de Meneba, de fabriek van Quaker Oats en dat enorme grauwe silocomplex van voorheen de GEM, de Graan Elevator Maatschappij toch wel zou moeten opvallen. De directie van de GEM zetelde trouwens op de andere oever van de rivier in het stukken elegantere Elevatorhuis aan de stukken chiquere Parklaan. Hoog in de gevel daarvan wordt op een tegelreliëf getoond hoe in de Maashaven afgemeerde graanschepen door drijvende elevatoren werden leeggezogen. De 12 en de 9 staan erop, jammer genoeg niet de in de Leuvehaven achter het Maritiem Museum afgemeerde 19. Terug naar het Balkon aan de Maashaven dat me nooit eerder was opgevallen, zeker niet goed opgelet. Wat me wel was opgevallen was dat het tankstation van ESSO dat er vroeger stond was gesloopt, maar ik betwijfel of dat zo'n plek dan tot een balkon promoveert. Volgens het onlinewoordenboek van Van Dale is een balkon een open uitbouw met ballustrade aan een bovenverdieping of een bepaalde zitplaats in een schouwburg. Geen van beide is hier in de verste verte van toepassing. Evenmin kom ik het balkon tegen in de plannen voor het nog aan te leggen Park Maashaven die mij met enige regelmaat worden toegezonden door het projectteam van de Gemeente Rotterdam dat daar het dagelijks brood mee verdient. Ze hebben drie modellen gepresenteerd die alledrie tegen het eind van de haven liggen, tussen Katendrecht, het metroviaduct en de GEM-silo. De ideeën van Francine Houben waar ik wel wat mee heb – de Maashaven als het nieuwe hart van Rotterdam (mijn woorden) – worden er overigens volledig in genegeerd.

Op het Balkon, dat niet meer dan een flink grasveld is waarvan zo'n beetje de helft door hoge hekken is afgesloten, vermoedelijk omdat de gecontamineerde grond van het tankstation van vroeger nog niet helemaal schoon is. Op een ietsje hoger gelegen stukje staan een paar bankjes vanwaar je de Katendrechtse kadehuizen en de al gebouwde of nog in aanbouw zijnde woon- en kantoortorens op Katendrecht, de Wilhelminapier en de andere kant van de Maas kan bekijken. En.....langs de kades en in het water van de Maashaven is men in opdracht van de Port of Rotterdam alvast begonnen met het herinrichten van de haven. HERINRICHTING LIGPLAATSEN VOOR DE BINNENVAART – MAKE IT HAPPEN staat er op het projectbord. Waarvoor is dat nu nodig, al die Engelse woorden en kreten? Ik moet bekenen dat sinds ik in 1980 voor mijn werk naar het buitenland vertrok en noodgedwongen dagelijks een andere taal moest gaan spreken, voor mij het spreken en schrijven van mijn moedertaal zonder die te pas en te onpas met niet Nederlandse woorden te vervuilen steeds belangrijker is geworden en het mij nogal stoort dat in het vaderland juist het omgekeerde is gebeurd. 't Blijft op het balkon dat geen balkon is niet alleen bij het storende taalgebruik, er is op het projectbord ook iets mis met de illustratie van hoe de haven er binnenkort uit zal zien. Op een luchtfoto zijn de geplande ligplaatsen ingetekend, inclusief afgemeerde binnenschepen, terwijl indien Stad & Park, het meest populaire van de drie voorstellen voor het aan te leggen park, wordt uitgevoerd daarvoor helemaal geen plaats zal zijn. Eén en ander zal in de komende maanden pas door de gemeenteraad worden besproken en beslist. Heet zoiets niet langs elkaar heen werken?

Voor de afwisseling deze keer over Katendrecht en de Wilhelminapier terug naar de andere oever in plaats van om de Rijnhaven heen te lopen en aldus kruis ik onbedoeld het Deliplein. Daar kwam ik met enige regelmaat in de tijd dat wat nu Theater Walhalla is een nachtclub voor zeelieden was, de dames van lichte zeden in de open deur van hun huis klanten stonden te werven en langs alle kades zeeschepen lagen te laden en te lossen. Het was in mijn eerste voltijdbaan waar regelmatig moest worden overgewerkt en de afdelingschef ons dan voor een warme maaltijd meenam naar een op de bovenverdieping van een woonhuis gevestigd Chinees restaurant. Ik vond het een heel avontuur om naar de Kaap te gaan en daar kennis te maken met Chinees eten en de koude tapbiertjes die daarbij hoorden. Maar het spannendste was de rit terug naar kantoor. Dan zat ik op de achterbank ingeklemd tussen twee collega's, wilde meisjes uit een heel ander millieu dan het mijne. Half aangeschoten elkaar betasten en zoenen hoorde erbij en al doende ben ik toen ergens op de Maashaven Oostzijde of de Dordtselaan op de achterbank van een Opel Kadett routineus ontgroend. Destijds heb ik geen moment getwijfeld dat dit bij het inwerken van een nieuwe collega hoorde.

wordt vervolgd