COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 57 (25102017)

Maandag 27 maart 2017 – Cartagena de Indias
De rest van de dag zwerf ik door het oude ommuurde centrum van Cartagena, over de wallen, het huis waar Wilfred de foto van de boze García Márquez maakte kan ik niet vinden, het is maandag de museums zijn gesloten. En nee, in mijn hotelkamer hangt geen origineel doek van Fernando Botero aan de muur zoals in het Sofitel van Cartagena het geval schijnt te zijn. Dat gemis wordt echter meer dan goed gemaakt op het plein naast de Iglesia de Santo Domingo waar zijn beeld van la Gorda Gertrudis staat, oftewel de Dikke Geertruid, een flink uit de kluiten gewassen blote vrouw die er daar heerlijk ongeneerd bijligt. In de kerk zelf overheerst Cristo de la Expiración, een donker – of is het gewoon een vuil? – houten beeld van een zijn laatste adem uitblazende Jezus aan het kruis. Het Aartsbisdom van Cartagena heeft de veronderstelde ontstaansgeschiedenis ernaast gehangen. Daarin wordt onder meer verhaald hoe novicen van de Orde der Dominicanen ergens halverwege de 18e eeuw op het strand een aangespoelde boom vonden die hen perfect leek om een beeld uit te hakken. Ze besloten de stam daarom mee terug te nemen naar het klooster, waar volgens de overlevering één van de monikken een beeldhouwer was. Die legden zij het plan voor, doch hij vond de stam te klein en suggereerde het hout terug te gooien in el mar generoso, de goedgeefse zee. Hetgeen ze deden. Een paar dagen later kwamen de novicen tijdens hun standwandeling het stuk hout opnieuw tegen, het leek te zijn gegroeid en nu wel geschikt om het beeld uit te kunnen hakken. Desgevraagd stemde de beeldhouwer toe het te zullen maken, mits hij niet gestoord zou worden totdat het klaar zou zijn en hij zijn eten aangereikt zou krijgen door het luikje in de deur van zijn cel. Aldus werd afgesproken. Dat hij druk aan het werk was, kon worden afgeleid uit het regelmatige klappen van zijn beitel dat te horen was totdat het na twee weken stil werd in de cel. Zou het beeld klaar zijn? Na uit respect enige tijd te hebben gewacht openden een paar broeders de deur, waar zij in de cel slechts het beeld aantroffen en geen spoor van de beeldhouwer. Na overleg kwamen ze tot de conclusie dat die zijn leven had ingeruild voor het prachtige beeld van een stervende Jezus aan het kruis, men raakte er zelfs van overtuigd dat het Onze Lieve Heer zelf moest zijn geweest die in Cartagena het beeld van zijn lijdende zoon had gehakt en bidt sindsdien iedere maandag bij het beeld. Dat verklaart voor mij gelijk waarom er nogal wat mensen aan de voet van het kruisbeeld op hun knieën aan het bidden zijn: ongetwijfeld diepgelovigen voor wie het waarheidsgehalte van deze toelichting boven iedere twijfel verheven is.......

Daarentegen is het dankzij de koloniale regelgeving én de handhaving daarvan achteraf vrij nauwkeurig vast te stellen wat op loopafstand van die kerk zoal is gebeurd in bijvoorbeeld de haven, op de Plaza de los Coches en in de Calle Santo Domingo. Lang voordat je met een computermodel kon doorrekenen of het de moeite waard was om in een bepaald product te gaan handelen of om iets in de dienstensector te gaan doen, had de Spaanse kroon dat al door. Zonder een licencia en later zonder asiento van la Corona, een door het koningshuis afgegeven vergunning, was het namelijk onmogelijk om producten of goederen aan te landen in de Spaanse koloniën. Gevolg: administratieve rompslomp om te controleren of men zich aan de regels hield, welk product en hoeveel daarvan werd aangeland en om vast te stellen wat de verschuldigde heffingen waren en om die te te incasseren. Daardoor is er achteraf nog steeds goed vast te stellen wat er door de koloniale eeuwen heen zoal de haven in- en uitging. Het belangrijkste product was ongetwijfeld de van de Afrikaanse westkust afkomstige slaaf, die administratief als een product werd behandeld alsof het een vat wijn was. Maar het gaat nog wel wat verder, zo heette de naast de haven gelegen Plaza de los Coches in de volksmond de Plaza de los Esclavos – het Slavenplein - en waren er in de Calle de Santo Domingo meer dan twintig negrerías gevestigd, negerpakhuizen van de groothandelaren in slaven. Slavenpakhuizen van waaruit deze vervolgens en detail werden doorverkocht. Die slaven brachten op hun beurt eigen gebruiken mee en hun eigen geloof, doch de Spaanse koningen hadden aan Paus beloofd dat iedereen die in het gebied woonde dat onder hun bestuur stond katholiek zou zijn. Met als gevolg dat de Joden in Spanje en Portugal werden vervolgd, net zoals degenen in de Noordelijke Nederlanden die de leerstellingen van de Kerk van Rome verruilden voor die van Maarten Luther en Johannes Calvijn. Gedwongen terugkeer in de schoot van de moederkerk was aan de orde van de dag. Slaafgemaakten die bij aankomst in Cartagena of naderhand wisten te ontsnappen, vormden in bossen buiten de stad gemeenschappen waar ze hun uit Afrika meengebrachte tradities en geloof weer probeerden op te nemen. Aldus onstonden Palenques.

wordt vervolgd