COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 53 (08102017)

Zaterdag 25 maart 2017 – Mompox
Om de hoek ligt het Casa del Cabildo, zeg maar het stadhuis, waar de elite van Mompox destijds, allemaal van Spaanse afkomst, zich in 1810 onafhankelijk verklaarde van het Spaanse gezag. We mogen even een kijkje nemen in de zaal waar dat zou zijn gebeurd. Een paar borstbeelden en een schilderij waarop volgens het bijschrift de onafhankelijkheidsverklaring van Mompox wordt getekend “Firma del acta de independencia absoluta de España y cualquier dominiación extranjera – 6 de Agosto 1810.” Als ik de gidsen in de afgelopen weken goed begrepen heb, was het een soort koorts die toen woedde, waarbij de ene stad en streek na de andere zich losmaakte van het moederland en de voorvaderen. Maar opnieuw geen woord over García Márquez. Als we verder wandelen ziet José aan de overkant van de straat plotseling mensen met wie hij een eerdere afspraak zou hebben en gaat erop af. Ik ben hem ondertussen goed zat, wie begeleidt hij eigenlijk? Hij hangt mij heel erg ver de keel uit en ik vertel hem dat hij tot nu toe niets heeft geleverd van wat was beloofd. ”Voor García Márquez moet je in Aracataca zijn en niet in Mompox,” is zijn reactie. Ik ga terug naar het hotel om mijn beklag te doen. “Hoe was het?” vraagt Carmen opgewekt. “Verspilde tijd met die lul van een gids,” is het enige dat bij me opkomt. “Heeft hij je het huis hiernaast dan niet laten zien? Het huis waar Gabo's verloofde Mercedes heeft gewoond?” Mercedes Barcha, de vrouw met de mooie lange hals, de vrouw met wie hij zijn leven lang getrouwd zou zijn? Nee dus!

Op de gevel van dat huis is met slordige letters BIKES RENTAL geschilderd. Carmen neemt me door de winkel heen mee naar binnen alsof ze er zelf woont, niemand die haar een strobreed in de weg legt. Een patio met bloemen en een paar fruitbomen, een galerij met hoge groene deuren waar achter kamers moeten liggen. De salon en de dagkamer liggen aan de voorkant van het huis. En dan die waterput op de patio, ik waan me terug in het Casa da Agua van de familie da Rocha in de oude Braziliaanse wijk in het hartje van Lagos in Nigeria. Flor María komt binnen, de eigenaresse van het huis dat al meer dan 100 jaar door haar familie wordt bewoond. Ze was met de buren bezig aan de maandelijkse schoonmaakbeurt van de openbare ruimte tussen de huizen en de oever van de Río Magdalena, iets waaraan de gemeente geen geld wenst te besteden “omdat het buiten de toeristische route ligt.” Naast de waterput staat een werktuig dat wel wat wegheeft van een guillotine, maar dat niet meer dan een centimeter of 10 breed is. Haar grootvader, de edelsmit Luis Guillermo Trespalacios, gebruikte het om edele metalen te stempelen. Het gewicht dat erin hangt, dat als een hamer op het aambeeld klapt, is niet te tillen. Iemand uit het huis laat de techniek zien die je onder de knie moet hebben om dit voor elkaar te krijgen. Volgens Flor “mijn vader vond mij zo'n mooie baby dat hij me alleen maar Flor wilde noemen, maar de pastoor heeft er bij de doop snel María aan toegevoegd,” werkten er aan de verre kant van de patio ooit meer dan 20 man. Nichtje Mercedes en de bezoeken van Gabriel García Márquez, daar wil ik het over hebben en die komen ongevraagd aan de beurt als Flor de gouden visjes laat zien die haar vader speciaal voor haar heeft gemaakt en die ze altijd draagt. “Wat leuk,” vind ik “dat Gabriel's grootvader in zijn boeken precies hetzelfde deed.” Het lokt een verontwaardigde reactie uit “dat is niet het enige dat hij van mijn vader heeft gejat. Mijn vader kon prachtig vertellen en keer op keer als hij moeite had met schrijven, kwam hij naar Mompox en zette mijn vader aan tot vertellen. Jatwerk!” Voordat ik op reis ging, herlas ik het interview dat Jan Brokken in november 1981 met de schrijver had, daarin kreeg hij welgemeend advies met betrekking tot zijn eigen schrijverschap: “Hij raadde me aan niet te veel te verzinnen: “Je bent journalist, je weet wat de werkelijkheid je kan schenken.” Hij bezwoer me dat hij zelf niets verzon. Het ging erom wát je uit die werkelijkheid oppikte.” Einde onderwerp García Márquez wat Flor betreft. Ik vind het echter super authentiek en perfect aansluiten bij de uitspraak in dat interview. Ze gaat de sleutel zoeken van iets dat op een letterkast lijkt, die echter vol zit met stempels van medailles en malletjes voor het fijnere werk. De kamers worden voor me geopend, hoog en groot en koel door de natuurlijke ventilatie. De salon met het bureau van papa met zijn foto's en eerbewijzen er omheen. Tenslotte word ik in de “hangmat voor de visite” gezet om koffie te drinken en verder te kletsen.

wordt vervolgd