OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 13 – MUSEUM VOOR VERWEESDE BEELDEN (07012020)

In 1997, tijdens de viering van het Tsaar Peter de Grote jaar, schonk Rusland een beeld van de voormalige keizer aan de stad Rotterdam, die daar sindsdien aan de Maas staat met vrij uitzicht op de Wilhelminapier aan de overkant. Waarom juist daar? Ik heb zo mijn twijfels of hij het zelf wel zou weten, omdat hij tegen het eind van de 17e eeuw voornamelijk in Amsterdam en Zaandam verbleef. De uitvlucht luidt dat Sint Petersburg en Rotterdam zustersteden zijn, de echte reden schijnt te zijn dat de andere steden het niet wilden hebben. Soortgelijke twijfels had ik ruim een jaar geleden even in Cuba toen we daar op een eenzame plek ergens tussen Matanzas en Varadero, de populaire “alles inbegrepen” vakantiebestemming, een standbeeld ontdekten met vrij uitzicht over de Baai van Matanzas. “Nieuwsgierigheid” was het antwoord aan onze begeleider toen die zich afvroeg wat we daar te zoeken hadden, want om er te komen moest de snelweg met gevaar voor eigen leven worden overgestoken. En dat allemaal omdat hij niet wist wie dat was en waarom het daar stond. Op de sokkel ontdekten we het: Este estatua del admiral Piet Heijn...... - Dit beeld van admiraal Piet Hein werd door de stad Rotterdam aan de bevolking van Matanzas aangeboden. Met de naam van de maker Willem Verbon en 1998, het jaar dat het werd geplaatst en onthuld door André van der Louw, de voormalige Rotterdamse burgemeester. In tegenstelling tot die tsaar aan de Maas, begreep ik gelijk dat Piet Hein hier terecht stond: hij kijkt er namelijk uit over de baai waar tijdens de Tachtigjarige Oorlog onder zijn leiding de fameuze Zilvervloot werd veroverd. In Delfshaven, zijn geboorteplaats, staat het in 1870 door Koning Willem III onthulde monument, dat 150 jaar later nodig moet worden opgeknapt. Over beide beelden schijnt er in Rotterdam discussie te zijn of ze wel mogen blijven staan waar ze staan. Met name Piet Hein wordt thans een twijfelachtig verleden toegedicht, terwijl de man vanwege zijn aan het vaderland bewezen diensten een marmeren praalgraf in de Delftse Oude Kerk heeft. Dankzij de tijdelijk gesloten voetgangerstunnel onder de Maas ontdekte ik onderweg naar de plaatsvervangende pont aan de kop van de Sint Jobshaven een vrijwel exacte kopie van het Cubaanse standbeeld van Piet Hein met op de sokkel de toelichting: ADMIRAAL – KAPER – DELFSHAVENAAR. Voor zover ik weet, is het nog niet in de discussie betrokken. Maar dat is waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd.

In de Rotterdamse bureaucratie is er een speciale dienst die zich bezig houdt met het geven van advies over het al dan niet plaatsen van teksten en schilderingen op gevels én over het plaatsen of weghalen van beelden. Zo werd er negatief geadviseerd over het voornemen om een gedicht van Jules Deelder waarin Mohammed voorkomt aan te brengen, maar niet naar de mening van Joodse stadsgenoten gevraagd terwijl ook Jaweh erin voorkomt. Zo werd terecht een verzoek afgewezen om het portret van Anna Blaman in de gevel tegenover het huis waarin zij lang geleden woonde te verwijderen. De reden? Niet dat ze al al in de jaren 50 van de vorige eeuw een uitgesproken en actieve lesbienne was, maar omdat ze erop rookt en aldus een slecht voorbeeld zou geven. Teksten en schilderingen kunnen niet makkelijk worden verplaatst, hooguit overgeschilderd, voor ongewenste beelden is er een heel praktische oplossing bedacht: het Museum voor Verweesde Beelden, waar beelden worden geplaatst die soms om de meest lullige reden niet langer in het straatbeeld zijn gewenst. Zonder het te beseffen rijden duizenden automobilisten dagelijks over en langs het museum, want het is gevestigd onder het verkeersknooppunt Kleinpolderplein. Net zoals toen in Cuba is het met gevaar voor eigen leven dat ik de oprit naar de A13 richting Den Haag oversteek omdat men er niet aan overstekende voetgangers is gewend. Om daarna gelijk te ontdekken nog eens te moeten oversteken om het onder nog meer fly-overs en tussen nog meer de weg ondersteunende betonnen pilaren een tot nu toe onbekend kunstwerk te kunnen bekijken: een daar aangelegd waterplein waarin regenwater wordt opgevangen waarover twee symbolische fly-overs zijn aangelegd die niet betreden kunnen worden. Speciaal? Het is meer het lijnenspel van al die fly-overs dat me fascineert. In het museum zelf zijn meer lege sokkels te zien dan beelden die de moeite waard zijn! Toevallig maak ik al doende beter kennis met Van Chili naar Rotterdam en terug, een ode aan de in 1973 bij een staatsgreep omgekomen president Salvador Allende boven de ingang van een verzorgingstehuis op de West-Kruiskade. Daarop ziet Allende glimlachend toe hoe een zwart paard Generaal Pinochet, de leider van de putsch, verjaagt. Een buitenlandse politieke gebeurtenis waarover de gastvrij in Rotterdam ontvangen tegenstanders van de staatsgreep zich zonder klachten kunnen uiten, terwijl de afbeelding van Piet Hein die zich inzette voor de Nederlandse onafhankelijkheid van Spanje of die van Anna Blaman die een voorvechster van het feminisme was toen het woord nog moest worden bedacht, ter discussie wordt gesteld. Er zijn soms van die dagen dat ik het niet zo erg vind om ver weg te wonen.