COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 49 (25092017)

Donderdag 23 maart 2017 – Santa Marta – Ciénaga – Barranquilla
Daar wandel ik dan over het plein en door de straten waar oneindig veel voetstappen van Gabriel García Márquez liggen. Zoveel zelfs, dat het terug te lezen is in Herinnering aan mijn droeve hoeren. Zoals hij met enige regelmaat deed, wordt in dit verhaal de werkelijkheid vermengd met zijn fantasie, op en rond de Plaza de San Nicolás speelt alleen die werkelijkheid vandaag een rol. Voor hen die het boek niet hebben gelezen of die, zoals ik, het niet bij zich hebben, is er een groot bord geplaatst met daarop een korte samenvatting van hoe Gabo beschreef hoe deze buurt er zo'n zeventig jaar geleden uitzag. “Vivo en una casa colonial …... Ik woonde in een huis uit de koloniale tijd vlakbij het San Nicoláspark, het park waar ik iedere dag doorheen liep. Vanuit het huis zag je het park met de kathedraal en het standbeeld van Columbus en wat verderop de pakhuizen van de haven en de eindeloze horizon van de Magdalenarivier op twintig leguas van de monding.” Een legua, zo lees ik naderhand in mijn Spaanse woordenboek, is zo'n vijf en een halve kilometer, de traditionele lengtemaat die gelijk was aan de afstand die je in een uur kon afleggen. Vanaf het plein zijn de pakhuizen en de rivier niet meer te zien, doch de aanwezigheid van veel water is af te leiden uit de kramen met verse vis. De kathedraal staat er in veel vollere glorie dan destijds, het park heeft echter plaats moeten maken voor stenen, hoe dan ook is het onmiskenbaar de buurt die Gabo beschrijft. In de Paseo Bolívar, waar de meeste winkels al zijn gesloten en de kramen worden afgebroken, vragen we een paar keer waar vroeger het kantoor van El Heraldo was, de werkplek van Gabo. We lopen de straat op en neer, niemand die het weet of moeite wil doen, de voetbalwedstrijd die zo dadelijk begint is veel belangrijker. Wat García Márquez over het verval van deze ooit elegante straat schrijft, staat ook op het bord: “Las familias históricas abandonaron poco a poco ...... – Langzaam maar zeker verlieten de traditionele families de huizen boven de winkels en maakten plaats voor een leger van in ongenade gevallen vrouwen die de hele nacht door tot aan de ochtendschemering de trappen op en af liepen met klanten die ze voor anderhalve peso in de nabijgelegen haven aan de haak hadden geslagen.” Of het leger van in ongenade gevallen vrouwen de buurt inmiddels ook heeft verlaten, valt op klaarlichte dag moeilijk vast te stellen.

Onderweg naar mijn hotel voor vannacht stoppen we onverwacht bij een restaurant in een heel wat chiquere wijk, eerlijk gezegd heb ik geen flauw idee waarom. Totdat we uitstappen, pas dan zie ik dat we voor la Cueva staan, de plek waar Gabo door schrijvers en collega journalisten verder op weg werd geholpen om zijn ambitie schrijver te worden te verwezenlijken. In een interview bekende hij ooit: “Ik was de laatste van onze groep die het verschil tussen journalistiek en literatuur doorhad omdat toen ik in Barranquilla ging wonen en werken alleen maar literatuur kende. Zij waren het die me het verschil tussen beide ambachten lieten zien. Hun meest waardevolle kritiek was dat ik dat niet doorhad, mijn journalistieke werk was veel te literair. “Wanneer ga je die twee nou eens scheiden?” vroegen ze mij.” Eigenlijk sta ik hier dus voor de kraamkamer waar de door mij zo bewonderde schrijver werd geboren. Binnen is er naast het restaurant een klein museum met vooral veel foto's van de vriendengroep én een toch wel geinige poster: “Señora: Si no queire perder....... – Mevrouw: Als u uw echtgenoot niet wilt kwijtraken, laat hem dan niet naar “La Cueva” gaan, plaats van samenkomst van intellectuelen en rokkenjagers.” Een charmante gastvrouw leidt mij rond, mijn begeleider staat erop dat zij en schrijver dezes naast een levensgrote foto van Gabo poseren voordat we verder kunnen. Voor de vorm spartel Ik maar heel even tegen. Mijn statige hotel ligt in een rustige residentiële wijk, het terras van het café ietsje verderop zit vol met supporters die gekleed in het nationale shirt naar de wedstrijd kijken. Het is ondertussen verschrikkelijk hard gaan regenen waardoor ik opeens aan den lijve ondervind wat Gabo schreef over de regenbuien in Barranquilla: “….kwam er een inmense stortbui omlaag van het soort dat chaos veroorzaakt in de stad. Dan veranderen de hete zandstraten die naar de rivier lopen in snelle stromen die alles meesleuren wat ze op hun weg tegenkomen.......” en begrijp waarom het waarschuwingsbord dat ik nooit eerd heb gezien daar staat. Daarop staat een auto afgebeeld die op golvend water drijft, met regenwolken erboven en de woorden “arroyo peligroso” eronder. Op het terras van het hotel staat een televisietoestel, gastvrouwen gekleed in de nationale kleuren serveren tijdens de wedstijd hapjes en drankjes. Hoe het ook afloopt, mijn dag kan niet meer stuk.

wordt vervolgd