|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 48 (21092017) Donderdag 23 maart 2017 – Santa Marta – Ciénaga – Barranquilla De snelweg van Santa Marta naar Barranquilla loopt grotendeels over de dam die de Ciénaga Grande de Santa Marta – Grote Moeras van Santa Marta – van de Caribische Zee scheidt. Net of je over de zo'n Deltadam in Zeeland rijdt, maar met aan deze kant van de wereld links moerasgebied en binnenmeren en rechts een zoute blauwe zee vol met afgestorven bomen en struiken. Resten van de mangrove van vroeger? Het is druk op de weg, vooral supporters onderweg naar de voetbalwedstrijd van vanmiddag in Barranquilla, maar zij zijn niet de enigen. Zo hangt op de gesloten deuren van het Museo del Caribe de lakonieke mededeling dat het “om het nationale elftal te steunen” vanaf 12 uur gesloten zal zijn.... Bij het iets verderop gelegen oude douanekantoor, thans het hart van een cultureel complex met onder andere een aantal bibliotheken, van hetzelfde laken een pak. De enige lichtpuntjes zijn te vinden in de buitenruimte, zoals een citaat van Gacía Márquez op een gevel en op een hek vlakbij het eerste couplet van la Luna de Barranquilla, een liedje uit de jaren 60 van de vorige eeuw dat werd gecompneerd en gezonden door Esthercita Forero, hetgeen me eraan herinnert dat de hedendaagse popdiva Shakira eveneens uit deze stad afkomstig is. Heel wat aansprekender vind ik de grote imitatie Banksy op de blinde muur van een verlaten gebouw: een in het zwart geklede man met bivakmuts en een kogelgordel over de schouder die ruikt aan de gele bloem die hij in in zijn rechterhand heeft. Streetart van de Fransman Goin met de titel Smelling Peace. Herinnering aan mijn droeve hoeren, de laatste roman van Gabo, speelt zich af rond de Plaza de San Nicolás in het oude centrum van Barranquilla. Met als buren een bordeel betrok de schrijver daar begin 1950 in de Paseo Bolívar, bijgenaamd Calle del Crimen, een kamer die per dag gehuurd en betaald moest worden in wat we tegenwoordig zo keurig een achterstandswijk noemen. Niet alleen omdat hij geen cent te makken had, het was ook lekker dichtbij de redactielokalen van El Heraldo, het dagblad waarin op 5 januari 1950 zijn eerste Giraffe column werd gepubliceerd. Die naam was trouwens geïnspireerd door de elegante lange nek van Mercedes Barcha, de vrouw met wie hij tot het eind van zijn leven samen zou zijn. De columns brachten nauwelijks wat op, het waren echter goede vingeroefeningen om zijn ambitie om schrijver te worden op weg te helpen. Op het plein staat de mooi gerestaureerde kerk van San Nicolás de Tolentino, de schutspatroon van de stad, met schuin er tegenover een gebouw met het uiterlijk van een klassieke tempel waar ooit Mammon werd aanbeden: de voormalige Banco Comercial de Barranquilla. Vandaag de dag is er een filiaal van el Gigante del Hogar in gevestigd, een kruising tussen de Mediamarkt en de Action. Ik word er afgeleid door een straatverkoper die vanaf zijn op een vrachtfiets gemonteerde “winkel” Chicha Holandesa verkoopt. Ik koop een bekertje met caramelkleurige inhoud waarvan ik geen idee heb wat het is, proef het en weet gelijk dat het niets, helemaal niets met Nederland te maken heeft. wordt vervolgd |