|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 46 (12092017) Donderdag 23 maart 2017 – Santa Marta – Ciénaga – Barranquilla Op en rond de Plaza del Centenario, het centrale plein, lopend is aan de architectuur te zien dat Ciénaga een stad is geweest die behoorlijk van de bananenrijkdom van zo'n eeuw geleden moet hebben geprofiteerd. Zo staan er die solide koloniale kerk van Johannes de Doper en el Templete dat mij een muziekpaviljoen lijkt, niet zo'n luchtige structuur zoals de vaderlande muziektenten hebben, maar van steen en cement. Het ding is rond en heeft een op acht zuilen rustende betonnen kroon als dak, het kan haast niet anders of er wordt of werd hier zwaarmoedige muziek gespeeld. Dat mag ook wel, want het plein was begin december 1928 het toneel van het beruchte masacre de los bananeras, waarbij het Colombiaanse leger zonder zich in te houden het vuur opende op de stakers van de bananenplantages van de United Fruit Company. In Honderd jaar eenzaamheid schrijft García Márquez dat daarbij 3 duizend doden vielen die 's nachts met vrachtwagens zouden zijn afgevoerd. Gabo's magische realisme ten top. De bij dit soort gebeurtenissen meestal twijfelachtige officiële cijfers hielden het op 47, volgens vakbondsleider Alberto Castrillón waren het er 5 duizend, de Franse ambassadeur kwam niet verder dan “slechts” 100. Het 14 meter hoge monument dat de staking herdenkt, een zwarte plantage-arbeider met geheven kapmes, heet soms Prometeo de la libertad – Belofte van vrijheid, dan weer El Mártir de los Bananeras – de Martelaar van de Bananenarbeiders, maar in de volksmond steevast El negro de la estación – De neger van het station. Wat me tegenvalt is dat het niet op het centrale plein staat, maar ergens achteraf bij het gesloopte oude spoorwegstation waar je er niet bij kunt komen door de kraampjes van de markt die er omheen staan en, zo lees ik in een krant, dat is bedekt met de mierda de las aves oftewel vogelpoep. Wat het allemaal nog veel erger maakt, in mijn niet Latino ogen althans, is dat het monument oorspronkelijk was bestemd voor Curaçao ter ere van Tula. De slaaf die daar in 1795 een slavenopstand leidde die door de Antiliaanse gemeenschap in Nederland op 3 oktober wordt herdacht met de Dia di Tula. Dankzij een conflict tussen de Colombiaanse beeldhouwer Rodrigo Arenas Betancourt en Curaçao kwam het na te zijn herdoopt uiteindelijk in Ciénaga terecht....... De wandeling door een vreemde stad in Spaanstalig Zuid-Amerika heeft door de gevels van de wat oudere huizen en gebouwen vaak iets van een feest der herkenning, hoewel dat anderzijds als voorspelbare saaiheid zou kunnen worden gezien, maar het is iedere keer weer een kleine ontdekkingsreis. Terwijl ik tijdens mijn zwerftochten door Buenos Aires in de loop der jaren zag hoe de slopershamer toesloeg en de laagbouw uit de hoogtijdagen van zo'n eeuw geleden steeds vaker plaats moest maken voor anonieme hoogbouw, staat er in Ciénaga nog verrassend veel overeind uit de gouden jaren van de banaan. In beide steden zijn – of waren – het vooral de details in de buitengevels die uitstralen dat er niet op een paar pesos hoefde te worden gelet. Het is de gevarieerde vormgeving van de hier aan de Caribische kust hoognodige ventilatieroosters boven de vensters die mijn aandacht trekt, want die stammen uit de tijd dat je niet even naar de bouwmarkt kon lopen. Wie weet waren er toen wel gespecialiseerde vaklieden die de door de architecten ontworpen roosters maakten. Een vraag waarop mijn begeleider helaas geen antwoord heeft. wordt vervolgd |