COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 45 (09092017)

Woensdag 22 maart 2017 – Aracataca – Macondo – Pradosevilla – Santa Marta
God is op een of andere manier nooit ver weg in deze gemeenschap die aan alle kanten wordt omringd door bananenplantages. Het begon al op het bord dat we net passeerden, daarop stond dat Macondo – Fundado en 1820 – niet alleen de inspiratiebron was voor de magische wereld van Gabriel García Márquez, maar dat het hier bovendien “TIERRA FERTIL, PRÓSPERA Y BENDICIDA POR DIOS” is. Een door God gezegend, vruchtbaar en welvarend gebied. Dat het vruchtbaar is, is overal om ons heen te zien, maar of het ook echt welvarend is en door God gezegend? Het wijkje met rijtjes onaanzienlijke arbeidershuisjes ziet er alles behalve welvarend uit, hoewel het woord van God wel op verschillende buitenmuren en voordeuren is geplakt. Het mooiste vind ik de aan Koning Salomo toegeschreven woorden: “Beter een stuk droog brood en vrede, dan een huis vol met voedsel en ruzie”, dat werd overgeschreven uit het Bijbelboek Spreuken 17 vers 1.

Op dozen met de merknaam Tropy die voor de - ja voor hoe moet je zoiets noemen eigenlijk? - klaar staan om te worden opgehaald, is te zien dat hier bananen groeien van de Cavendish variëteit. Dat is sinds halverwege de vorige eeuw de favoriet van de telers – en daardoor het meest gegeten banaan op aarde - omdat het resistent is tegen de Panamaziekte die de plant onvruchtbaar maakt. Net als in Neerlandia is er in Macondo een afwerkplek voor bananentrossen die bestaat uit een werkvloer ter grootte van een half voetbalveld met een dak van golfplaat, doch zonder buitenmuren, waar de bananen die net zijn geoogst worden aangevoerd via de kabelbaan van de plantage. Eenmaal los van de kabel gaat het razendsnel. Een tros bestaat uit kammen of handen die de nodige vingers hebben. De routine is de tros van de kabel te plukken, met een kapmes de handen los snijden en in een wasbak doen, aan de andere kant van de wasbak worden de grote handen tot kleine handen met zes vingers gesneden waarvan er, na nog een wasbeurt, tot mijn verbazing op een heel vanzelfsprekende manier telkens weer ongeveer evenveel in een doos passen. De fameuze bananendoos. In tegenstelling tot gisteren word ik hier bijna met open armen ontvangen, mag gaan en staan waar ik wil, foto's maken en praten met de mensen die hier werken. Hetgeen ik dus uiteraard ook doe. Om daarna een stukje verder het dorpsschooltje te ontdekken. Op de buitenmuur van de toiletten is een portret van Gabo geschilderd met ernaast een citaat uit een voordracht van 25 jaar geleden: “Creemos que...... – We geloven dat de omstandigheden meer dan ooit gunstig zijn voor sociale verandering en dat onderwijs daarvoor de belangrijkste aandrijver is.....“ met aan het eind een pleidooi voor het recht op onderwijs als eerste levensbehoefte. Idealistische woorden in een omgeving waar het erop lijkt dat je hoe dan ook wordt voorbereid voor een arbeidzaam leven tussen bananen of oliepalmen.

We gaan langs een omweg door de Zona Bananera terug naar Santa Marta. Eerst een korte stop op de plaza van Guacamayal, waar in een nis in een gevel het opvallende borstbeeld staat van de in een geel-zwart gestreept hemd geklede Edelberto Rafael Aguilar Ortega die hier op 15 juli 2000 door paramilitairen werd vermoord. Dat was toen de Colombiaanse burgeroorlog nog volop woedde. Nu zitten er giechelende schoolmeisjes die me niet laten gaan voordat ik een foto van ze heb gemaakt, om van ze af te komen moet dat maar. Digitale foto's zijn snel weer gewist. Ik wil naar de overkant, waar uit een door een ezel getrokken primitieve “tankwagen”, bestaande uit drie afgedankte vaten, emmers water worden verkocht omdat, zo vertelt de koopster me, er al veel te lang geen water uit de kraan komt. Nu is het de beurt aan mijn begeleider om iets te laten zien dat totaal aan het oog ontrokken is. We gaan bij een colegio naar binnen, lopen door een kleine hal en komen uit in wat voorheen een openlucht bisocoop was. Het witte doek is donkergroen geverfd, op het podium ervoor treedt het schoolorkest soms op, de aan elkaar gelaste oncomfortabele bioscoopstoeltjes van toen staan vier aan vier langs de muren. Om uit een hoger gelegen leslokaal een overzichtsfoto te lunnen maken, wordt de les zelfs kort onderbroken om de weg naar het raam vrij te maken. Kom daar ergens anders maar eens om. Volgende stop is bij het station van Prado Sevilla om een wandeling te maken door de wijk waar voorheen de ex-pats van de United Fruit Company en hun families woonden. Lekker ruime huizen met een grote tuin herinneren mij aan een vorig leven in de olie-industrie. In tegenstelling tot de collega's in Gabon en Nigeria, die om veiligheidsredenen “gezellig” bij elkaar in gesloten “compounds” woonden, woonde ik in Libreville en Lagos met veel meer bewegingsvrijheid en daardoor vrijwel dagelijks contact met Gabonezen en Nigerianen die niets met olie en zo te maken hadden. Hoewel ik het hier wel waarschijnlijk wel uitgehouden zou hebben.

wordt vervolgd