COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 42 (31082017)

Dinsdag 21 maart 2017 – Santa Marta – Neerlandia – Aracataca
Nee, als het destijds aan kolonel Nicolás Ricardo Márquez Mejía – Gabo's grootvader – had gelegen dan was er geen enkele reden geweest om het vervallen voormalige telegraafkantoor van Aracataca in 2015 grondig te restaureren en een paar maanden na mijn bezoek zelfs tot Patrimonio Histórico y Cultural de la Nacíon te verheffen. Net zomin als er aanleiding zou zijn geweest voor oud-gouverneur Jacobo Pérez Escobar van de provincie Magdalena om zich landurig in te spannen voor de aankoop van het perceel waarop in de jaren twintig van de vorige eeuw het huis van de kolonel stond. Het huis waar de schrijver op 6 maart 1927 werd geboren. Als het aan Gabo's grootvader had gelegen, zou de Nobelprijswinnaar zelfs nooit geboren zijn, want het stond hem allerminst aan dat telegrafist Gabriel Eligio García achter zijn dochter Luisa Santiaga aanzat, dat zij en de telegrafist verliefd waren en met elkaar wilden trouwen. Die man was ver beneden de stand van de kolonel: hij was het kind van een ongehuwde moeder, was aanhanger van de partij tegen welke hij in de burgeroorlog van het begin van de eeuw, la Guerra de los Mil Días, had gevochten en had bovendien de reputatie een mujeriego – rokkenjager te zijn. In het kleine stadje dat Aracataca toen was, waar het huis van de familie Márquez en dat van de telegrafist op slechts een paar honderd meter van elkaar lagen, bleef dat laatste niet onopgemerkt. Dat vaders die zich tegen de partnerkeuze van hun kinderen verzetten vaker wel van dan niet aan het kortste eind trekken, weet ik uit eigen ervaring. Mijn vader verzette zich tegen zowel de keuze van mijn oudste zus, als tegen de door mij gekozen eerste echtgenote maar legde zich er uiteindelijk bij neer, net zoals de Colombiaanse kolonel zich bij de keuze van zijn dochter voor de telegrafist neerlegde.

De stralend witte buitengevel van la Case del Telegrafista schittert in de felle middagzon, het interieur is steriel en behoorlijk sfeerloos. Helemaal verkeerd opgeknapt en ook nog eens een redelijk lege huls. Op een plank staan wat boeken van García Márquez, maar wat heeft dat nu met de telefonie en de telegrafie te maken? Op een tafel staat wat oude apparatuur, maar wie in de huidige digitale wereld weet nog waartoe die ouderwetse typemachine of telmachine dienden of dat morse-apparaatje? Wie weet er nu nog wat een telegrafist of marconist was? Tja, dat ik het wel weet en ooit morsetekens heb leren seinen bij de padvinderij, zegt meer over mijn leeftijd dan iets anders. Ik ben al snel uitgekeken op de werkplek van zijn vader, steek het naar Simón Bolívar vernoemde plein over naar de Carrera 5 en wandel naar de plek waar Gabo werd geboren en vervolgens zijn eerste acht levensjaren bij zijn grootouders woonde. In zijn autobiografie Leven om te vertellen vertelt hij hoe hij op 25 jarige leeftijd, voor het eerst sinds zijn vertrek uit het huis, met zijn moeder terugging naar Aracataca om het huis van zijn inmiddels overleden grootouders te gaan verkopen. Dat huis is sindsdien gesloopt, maar een jaar of 10 geleden is er met hulp van de Nobelprijswinnaar een getrouwe kopie gebouwd waarin nu het Casa Museo Gabriel García Márquez is gevestigd. Het is ingericht met her en der gekocht meubilair dat zoveel mogelijk uit de tijd van de grootouders stamt, ieder van de veertien kamers heeft een nummer en een naam met op de wand een tekst van Gabo en/of een korte toelichting. De comedor – eetkamer, kamer 5, is de kamer die me het meest aanspreekt. Niet vanwege het meubilair of het serviesgoed, maar vanwege het trosje bananen van hout in een hoek waaraan zelfs een gebruiksaanwijzing hangt: Guineo: Hay que pelarlos antes de comerlos – Je moet ze pellen voordat je ze eet en de teksten op de wanden die kort de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van de bananenindustrie en de minder fraaie rol van de United Fruit Company daarin beschrijven, de grote staking van 1928 die uitmondde in het Masacre de Bananeros én uiteraard heel prominent het citaat uit Honderd jaar eenzaamheid over Mister Herbert die op een woensdag aanschuift voor de lunch, voor het eerst van zijn leven een banaan proeft, er niet genoeg van kan krijgen en vervolgens korte tijd later terugkomt met in zijn kielzog advocaten, landbouwkundigen, topograven en wat dies meer zij en bananen ging verbouwen. Maar dat was toen het huis nog bewoond werd en leefde. Nu ontvangt het alleen nog maar bezoekers, hoewel ook daarvan niet al te veel. Ik ben tot nu toe vandaag de eerste en de enige van een plek die me aanspreekt omdat de boeken van García Márquez die ik heb gelezen me hier naartoe hebben gestuurd om sfeer te gaan proeven, want anders had ik hier echt helemaal niets te zoeken gehad.

wordt vervolgd