|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 42 (31082017) Dinsdag 21 maart 2017 – Santa Marta – Neerlandia – Aracataca De stralend witte buitengevel van la Case del Telegrafista schittert in de felle middagzon, het interieur is steriel en behoorlijk sfeerloos. Helemaal verkeerd opgeknapt en ook nog eens een redelijk lege huls. Op een plank staan wat boeken van García Márquez, maar wat heeft dat nu met de telefonie en de telegrafie te maken? Op een tafel staat wat oude apparatuur, maar wie in de huidige digitale wereld weet nog waartoe die ouderwetse typemachine of telmachine dienden of dat morse-apparaatje? Wie weet er nu nog wat een telegrafist of marconist was? Tja, dat ik het wel weet en ooit morsetekens heb leren seinen bij de padvinderij, zegt meer over mijn leeftijd dan iets anders. Ik ben al snel uitgekeken op de werkplek van zijn vader, steek het naar Simón Bolívar vernoemde plein over naar de Carrera 5 en wandel naar de plek waar Gabo werd geboren en vervolgens zijn eerste acht levensjaren bij zijn grootouders woonde. In zijn autobiografie Leven om te vertellen vertelt hij hoe hij op 25 jarige leeftijd, voor het eerst sinds zijn vertrek uit het huis, met zijn moeder terugging naar Aracataca om het huis van zijn inmiddels overleden grootouders te gaan verkopen. Dat huis is sindsdien gesloopt, maar een jaar of 10 geleden is er met hulp van de Nobelprijswinnaar een getrouwe kopie gebouwd waarin nu het Casa Museo Gabriel García Márquez is gevestigd. Het is ingericht met her en der gekocht meubilair dat zoveel mogelijk uit de tijd van de grootouders stamt, ieder van de veertien kamers heeft een nummer en een naam met op de wand een tekst van Gabo en/of een korte toelichting. De comedor – eetkamer, kamer 5, is de kamer die me het meest aanspreekt. Niet vanwege het meubilair of het serviesgoed, maar vanwege het trosje bananen van hout in een hoek waaraan zelfs een gebruiksaanwijzing hangt: Guineo: Hay que pelarlos antes de comerlos – Je moet ze pellen voordat je ze eet en de teksten op de wanden die kort de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van de bananenindustrie en de minder fraaie rol van de United Fruit Company daarin beschrijven, de grote staking van 1928 die uitmondde in het Masacre de Bananeros én uiteraard heel prominent het citaat uit Honderd jaar eenzaamheid over Mister Herbert die op een woensdag aanschuift voor de lunch, voor het eerst van zijn leven een banaan proeft, er niet genoeg van kan krijgen en vervolgens korte tijd later terugkomt met in zijn kielzog advocaten, landbouwkundigen, topograven en wat dies meer zij en bananen ging verbouwen. Maar dat was toen het huis nog bewoond werd en leefde. Nu ontvangt het alleen nog maar bezoekers, hoewel ook daarvan niet al te veel. Ik ben tot nu toe vandaag de eerste en de enige van een plek die me aanspreekt omdat de boeken van García Márquez die ik heb gelezen me hier naartoe hebben gestuurd om sfeer te gaan proeven, want anders had ik hier echt helemaal niets te zoeken gehad. wordt vervolgd |