COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 40 (22082017)

Dinsdag 21 maart 2017 – Santa Marta – Neerlandia – Aracataca
Als we na het museumbezoek op weg gaan naar Aracataca, staat op de eerstvolgende rotonde nog iets dat Afrikaans en zeker koloniaal aandoet: een uit de kluiten gewassen pirogue. Halverwege voorzien van een dakje tegen de zon voor eventuele passagiers en met aan alle kanten zwarte mannen met hoeden – ook tegen de zon zo vermoed ik – die met roeispanen en vaarbomen de boot voortbewegen. Net achter de roeier op de punt staat een niets doende blanke man die van het uitzicht geniet. Vast en zeker een ode aan de piragua (het vaartuig) en de bogas (de roeiers) die lang het transport van goederen en personen over de Rio Magdalena en de andere Colombiaanse rivieren voor hun rekening namen. Dat blijkt achteraf de nogal naïeve aanname van een vreemdeling, in dit geval de schrijver dezes. Als ik gelijk na het maken van mijn foto's navraag had gedaan bij mijn begeleiders had ik meteen al geweten dat het een eerbetoon is aan de witte man in de punt van de boot: el Cantor del Río – de Zanger van de Rivier. Dat is de bijnaam van componist en tekstschrijver José Barros en zijn in Colombia oneindig populaire lied la Piragua én over het schandaal rond het monument. Plaatselijke folklore, maar wel leuk. José Barros is al lang dood en begraven, in 2007 overleden in Santa Marta vandaar waarschijnlijk het eerbetoon. Zijn in 1962 gecomponeerde liedje wordt echter nog steeds door bekende hedendaagse artiesten als Carlos Vives gezongen. Een echte Caribische clásico met een verhalende romantische tekst die is voorzien van het tropisch ritme van de cumbia. En dan het gedoe van de nabestaanden over het monument, dat vooral gaat over het feit dat ze vooraf niet zijn geraadpleegd over het gebruik van hun vaders naam en de gekozen beeldhouwer Guillermo Barreto Vásquez. Volgens zijn dochter iemand waarover haar vader ooit heeft gezegd: “Die man is geen beeldhouwer, het is een prutser!” en dan hem te kiezen voor een beeld ter nagedachtenis van haar vader? SCHANDE!

Onderweg wil ik even gaan kijken bij de Finca Neerlandia waar op 24 oktober 1902 het verdrag werd getekend dat een einde maakte aan La Guerra de los Mil Días, de burgeroorlog die duizend dagen heeft geduurd, de oorlog tijdens welke Gabo's grootvader kolonel Nicolás Ricardo Márquez Mejía bevelhebber was aan liberale kant. Het was een oorlog tussen de aanhangers van twee grote politieke partijen, aan ene kant de conservatieven, aan de andere kant de liberalen. De liberalen dolven uiteindelijk het onderspit. De oorlog die er eveneens toe zou leiden dat Panama – tot dan toe deel uitmakend van Colombia – een onafhankelijke staat zou worden waarin de Amerikanen “hun” Panamakanaal konden aanleggen en het bijna 100 jaar lang als ware het Amerikaans grondgebied zouden kunnen bestieren. Wat mijn aandacht trok was de naam Neerlandia, toch wel een vreemde eend in de bijt van een Spaanstalig land. We rijden al even tussen de bananenplantages als een groot reclamebord de passant welkom heet: “BIENVENIDOS – WELKOM in de regio waar de bananenteelt traditie is, ons met trots vervult en vooruitgang brengt,” volgens de associatie van bananentelers althans. We slaan van de doorgaande weg af. Eindeloze groene plantages waar de trossen aan de bomen zijn ingepakt in blauwe plastic zakken om de vrucht te beschermen tegen de bestrijdingsmiddelen waarmee regelmatig wordt gesproeid. Voor de afwisseling soms wat palmolieplantages, die op veel plaatsen de banaan hebben verdrongen omdat de oliepalm minder aandacht behoeft, dus lagere arbeidskosten heeft. De finca Neerlandia ligt langs de spoorlijn waarover de kolen uit de mijnen in het binnenland naar de kolenterminal in de buurt van Santa Marta worden getransporteerd. Er komt net zo'n ellenlange trein voorbij. Volgens Ronald trekken de locomotieven tussen de 100 en 200 wagons, het zou best eens waar kunnen zijn. Neerlandia is in vol bedrijf, maar we mogen niet naar binnen om van dichtbij te bekijken hoe hier de bananen voor de Duitse supermarkten van EDEKA worden verwerkt van de tros tot in de befaamde bananendoos. Het argument dat ik uit Nederland kom, maakt geen enkele indruk. De leidinggevende die toestemming kan geven, is afwezig. We klimmen de spoorbaan op en kunnen daar van enige afstand zien hoe het proces in zijn werk gaat, maar met zoveel plantages in de buurt komt er vast nog wel een gelegenheid om alles van dichtbij te kunnen bekijken. Daar vertrouw ik althans op. Bij de poort vertelt een arbeider met kapmes aan de heup dat er op het nabijgelegen kruispunt, dat bij de spoorwegovergang, een bronzen plaquette zou zijn te zien die de Vrede van Neerlandia herdenkt. Hoe we ook zoeken, het ding is onvindbaar. Toen de weg werd schoongemaakt na het regenseizoen zou die onder een dikke laag modder terecht zijn gekomen, zo meldt een voorbijganger, en nooit meer zijn opgegraven. Wat moet je nou ook met zo'n ding dat verder niets oplevert?

wordt vervolgd