COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 38 (18082017)

Dinsdag 21 maart 2017 – Santa Marta – Neerlandia – Aracataca
Aan het ontbijt verrast Juan van het hotel me met het weekblad Opinión Caribe van een maand geleden. Toen we het gisteren over Gabriel García Márquez hadden en dat ik de komende dagen door de bananenregio ga reizen, vertelde hij dat er onder de noemer Magdalena enclave bananero een serie artikelen over de geschiedenis van de streek wordt gepubliceerd met de nadruk op de rol die bananen daarin hebben gespeeld. Magdalena is de naam van de provincie waar de bananenplantages van de Noord-Amerikaanse United Fruit Company (UFC) één van de belangrijkste werkgevers waren en zijn. Ik blader door aflevering V waarin met name wordt bericht over de achtergronden van de grote staking van de plantagearbeiders in 1928. Die eisten betere arbeidsvoorwaarden, onder meer direct in dienst te worden genomen door de UFC in plaats van via onderaannemers en dat er een einde zou komen aan de gedwongen winkelnering, de betaling van het loon in de vorm van bonnen waarmee uitsluitend in de winkels van de UFC kon worden betaald en nergens anders. Die winkels die werden bevoorraad met door de UFC belastingvrij uit de Verenigde Staten geïmporteerde goederen met de schepen waarop bananen waren vervoerd en die aldus in plaats van leeg terug te varen een retourvracht hadden. Een toch wel wat achterbakse vorm om het uitbetaalde loon weer terug te krijgen en via een omweg de arbeidskosten te drukken. Dit en de nauwe samenwerking met de lokale regering was het bedrijfsmodel dat UFC niet alleen in Colombia toepaste, maar in alle Caribische- en Midden-Amerikaanse landen waar het werkzaam was. Het viel dusdanig op dat de Amerikaanse schrijver O. Henry die landen aan het begin van de vorige eeuw bananenrepublieken zou noemen.

De Colombiaanse regering kondigde in verband met de arbeidsonrust de staat van beleg af en stuurde het leger erop af. Op 6 december 1928 aarzelde Generaal Carlos Cortés Vargas niet om tijdens een bijeenkomst van de stakers op de plaza – het centrale plein – van de stad Ciénaga het vuur op hen te openen. De omstandigheden waaronder dat gebeurde en het aantal doden dat daarbij viel, is tot op de dag van vandaag ietwat in nevelen gehuld. Volgens de officiële bronnen vielen er ergens tussen de 5 en 20 doden, volgens anderen tussen de 2.000 en 3.000. Wat ik lees boeit me én komt me bekend voor omdat Gabriel García Marquez over wat bekend zou worden als het Masacre de Bananeros uitgebreid schrijft in Honderd jaar eenzaamheid. Hoewel dat, zoals hij desgevraagd toegaf, zijn interpretatie van de gebeurtenissen was, uiteraard fictie is en niet noodzakeljkerwijs op feiten berustte. Het allermooiste vind ik hoe hij het ontstaan van de bananenindustrie beschrijft: “Todo comenzo cuando Aureliano Segundo se encontro por casualidad... Alles begon toen Aurelio Segundo toevalig Mister Herbert tegenkwam in Hotel Jacob. Zoals hij gewoon was, nodigde hij de vreemdeling uit bij hem te komen eten: thuis bij de familie Buendía. En daar at de gringo Mister Herbert, een gedrongen goedzak, voor het eerst van zijn leven een banaan. Na die eerste banaan at hij een hele tros en daarna nog een.” Een mooi beeld, dat je je vandaag de dag moeilijk kunt voorstellen. Uit mijn eigen jongere jaren herinner ik me dat ik vanuit Rotterdam-Zuid onderweg naar mijn school in Kralingen twee keer per dag langs de Maashaven fietste, waar destijds aan de kant van Katendrecht de banenenboten losten. Er stonden meestal jongens klaar om in het water te duiken voor het geval er bananen in de haven terecht kwamen. “Niet lang na die verrukkelijke ervaring,” zo gaat het verhaal verder, “verschenen in Macondo advocaten, landbouwkundigen, topograven en wat dies meer zij en weer later de gringos met hun bleke in mousseline jurken geklede echtgenotes die aan de andere kant van de spoorlijn gingen wonen, waar ze door metalen hekken afgeschermde huizen bouwden. Zoals overal gebeurde waar de United Fruit Company aan de slag ging.”

De afgelopen drie weken heb ik nog geen enkel souvenir gekocht. Maar dit, hoe simpel het ook is, vind ik meer dan de moeite waard omdat het waardevolle achtergrondinfo geeft over wat ik de komende dagen in de bananenregio hoop te zullen zien en ontdekken. De redactie van Opinión Caribe houdt kantoor in Santa Marta, Juan zoekt op waar precies, want hij wil zijn eigen exemplaar wel weer terug. Op zoek naar het kantoor zie ik bij de geïmproviseerde minikiosk van een krantenverkoper aflevering IX van Magdalena, enclave bananero staan. Als ik zeg op zoek te zijn naar het kantoor van het blad om alle eerdere afleveringen te kopen, biedt hij aan om dat voor mij te regelen. Natuurlijk, op die manier heeft hij wat handel en inkomen dat ik hem van harte gun. Hij stuurt zijn vrouw erop af, die echter kort daarna met lege handen terugkomt “ze zijn aan het vergaderen.”

wordt vervolgd