|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 36 (09082017)
Zondag 19 maart 2017 – Medellín
Het casa museo gewijd aan Pablo Escobar is een oude villa die hoog op een heuvel achter een stevige blauwe toegangspoort verscholen ligt. Oudere broer Roberto ontvangt ons. Een klein onaanzienlijk mannetje die een aanslag in de gevangenis overleefde, maar daarbij wel deels zijn gezichtsvermogen kwijtraakte. “Museo” is een erg groot woord voor de villa. Tja, de jetski en de Harley-Davidson van Pablo staan er, een blauwe Wartburg en een zwaar gepantserde Chevrolet Silverado, veel foto's. Een uitgebreid opsporingsverzoek. Groot bovenaan de foto's van Pablo en Roberto, direct daaronder staat de beloning van 10 miljoen USdollars afgedrukt plus de foto's van nog eens 18 andere gezochte leden van het cartel en de beloning die op hún hoofd stond. Opnieuw die irritante verkoop van dezelfde lullige souvenirs als op de begraafplaats, voor de variatie mag tot slot een ieder die dat wil met Roberto op de foto. Iedereen doet dat, behalve de Vlaamse advocate die het ongepast vindt om met een zware misdadiger op de foto te gaan, niet alle strenge Calvinisten zijn destijds naar het noorden van de Lage Landen verhuisd. Einde van een tour die weinig om het lijf had, maar die ik niet gemist had willen hebben. Temeer omdat burgemeester Guitierrez, een uitgesproken tegenstander van het narcotoerisme dat Medellín zou overspoelen, het museum in september 2018 heeft gesloten omdat het volgens hem de maffia-cultuur begunstigde......
Maandag 20 maart 2017 – Medellín – Santa Marta
De vlucht van Medellín naar Santa Marta duurt iets meer dan een uur. In dat uur gaat de temperatuur van de frisse 14 graden op het plateau van 2.200 meter hoog waarop het vliegveld van Medellín ligt, naar de overdadig met luchtvochtigheid gevulde 38 graden op het zeeniveau van Santa Marta. Van een door veel regengroen omgeven landschap in Medellín, naar de door het droge seizoen in bruintinten gekleurde heuvels die de stad aan de Caraïbische Zee omringen. Van de chaos bij het inchecken, naar de rust bij het oppikken van de koffer. In beide steden is het verder overigens erg stil voor een maandagmorgen. In Medellín verbaasde me dat, bij aankomst in Santa Marta weet ik inmiddels dat vandaag San José wordt gevierd, een vrije dag voor alle Colombianen. San José, die wij beter kennen als de Heilige Jozef of Jozef de Timmerman, de echtgenoot van Maria, de moeder van Jezus Christus. Na de “vrouwendag” van vorige week (8 maart – Wereldvrouwendag), is dit de “mannendag”, zo zegt men hier. Ronald, mijn begeleider voor de komende dagen, staat op het vliegveld te wachten. Voordat we op pad gaan eerst naar het hotel om mijn kleding aan de zomerse temperaturen aan te passen.
Santa Marta, volgens de bureaucratie heet het voluit – hoe verzinnen die ambtenaren het – Distrito Turistico, Cultural e Histórico de Santa Marta, is volgens Ronald de oudste stad in Zuid-Amerika. Tja, dat chauvinisme. De stad werd in 1535 gesticht en is daarmee dan wel de oudste in Colombia, maar omdat ik ooit een jaar in de Domicaanse Republiek heb gewoond, herinner ik me dat de hoofdstad Santo Domingo al in 1496 werd gesticht. Eerst wat eten en drinken, voor zover dat tenminste mogelijk is, want vanwege de feestdag zit alles stevig op slot. In een straatje vlakbij het hotel staan gelukkig wat voedselkraampjes en wordt vers vruchtensap geperst: maracuya, passievrucht, heerlijk! Al doende maak ik kort kennis met Alexandra uit Canada, die de mooiste blauwe ogen heeft die ik sinds lang heb gezien. Daarom mag ze uit mijn glas proeven hoe het passievruchtensap smaakt, waarna ze het vervolgens zelf ook bestelt om daarna helaas gelijk weer te verdwijnen. De Colombiaanse empanadas zijn ook in Santa Marta niet te vergelijken met de Argentijnse waaraan ik zo gewend ben. In Colombia worden ze gefrituurd om ze een knapperige buitenkant te geven, in Argentinië is dat over het algemeen “verboden” en zijn de empanadas, zeker bij mij in de buurt, stukken beter gevuld. Onderweg naar de Quinta de San Pedro de Alejandrino, waar Simón Bolívar op 17 december 1830 overleed, passeren we een stukje bananenverleden. Ruim 100 jaar geleden was de haven van Santa Marta een belangrijke schakel in de logistieke keten van de United Fruit Company voor zowel de export van bananen, als voor de import van zo'n beetje alles wat nodig was voor de bedrijfsvoering en infrastructuur. Aldus kwamen de schepen die hun bananen hadden afgeleverd onder meer terug met de bouwmaterialen voor de huizen van de Amerikaanse werknemers en hun gezinnen, irrigatieapparatuur, alles wat nodig was voor de aanleg en onderhoud van het spoorwegnet van het bedrijf en de produkten voor de bevoorrading van de comisariatos de bedrijfswinkels. We rijden door de voormalige compound, de wijk waar de buitenlandse werknemers woonden. Het komt me allemaal zeer bekend voor, want zowel de opzet als de huizen lijken sprekend op soortgelijke wijken die ik uit mijn olieverleden in West-Afrika ken.
wordt vervolgd
|