|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 30 (20072017) Dinsdag 14 maart 2017 – Medellín – Nuquí – El Cantil Bernadita staat mij met een grote paraplu op te wachten. Wat ik veelzeggend vind is dat een “paraguas – paraplu” hier “sombrilla” heet. Een parasol die wordt geacht tegen de zon te beschermen en niet zozeer tegen de zware regenbui die er valt. Eerst maar een kop “tinto – zwarte koffie” drinken en hopen dat de regen wat afzwakt. Een goed moment ook om Bernadita te vertellen waar ik naar op zoek ben in haar dorp. Afkomst, gebruiken en rituelen uit Afrika zijn in dit hoofdzakelijk door Afro-Colombianen bewoonde dorp kennelijk geen onderwerpen waar men veel mee bezig is. Ik vraag voorzichtig verder, geef voorbeelden en zij – kennelijk geheel onvoorbereid – bedenkt dat de vrouw die de souvenirwinkel bij het vliegveld beheert zou kunnen helpen. Helaas is Josefina in Bogotá, misschien de geschiedenisjuf van het colegio dan. Maar die geeft les. Dan maar een wandeling door de modderige straten vol met plassen, want geplaveide wegen of trottoirs heeft het dorp niet. Op vrijwel iedere straathoek staat een tsunamiwaarschuwingsbord: borden met de blauwe kleur van het oceaanwater als de zon schijnt en het water vrijwel rimpelloos is, een witte of blauwe vloedgolf en een waarschuwing of welgemeende goede raad. Over de tekst “ZONA DE RIESGO POR TSUNAMI – EN CASO ….. GA BIJ EEN AARDBEVING NAAR EEN HOOGGELEGEN PLEK OF NAAR HET BINNENLAND” is vast heel lang nagedacht en waar het op loopafstand van de oceaan op zeeniveau geplaatste bord “LUGAR DE ENCUENTRO.... – VERZAMELPUNT BIJ EEN TSUNAMI” moest worden geplaatst waarschijnlijk minder dan een minuut. Je zou er zonder meer je leven verliezen. Veel houten huizen die hard aan een opknapbeurt toe zijn, wat kleine winkels, tuktuks die het openbaar vervoer verzorgen. Hen die het goed gaat bouwen een huis van steen, maar zeker 90% is nog van hout. Wel heeft haast iedereen die we tegenkomen een smartphone in de hand. We wandelen, we praten. Bernadita bevestigt dat de meeste Afro's – ook zij noemt ze negros – de mijnen van San Juan waren ontvlucht en zich daarna in deze vrijwel onbereikbare kuststreek hebben gevestigd. Die werd toen nog door de inheemse bevolking bewoond, waarvan zie ik slechts af en toe kenmerken denk te zien op de gezichten van de nakomelingen van gemengde huwelijken. Het is een ietwat treurig makende rondgang waar ik niet veel wijzer van word. Het wachten is nu op de lancha, het open polyester bootje met een krachtige buitenboordmotor dat me over de open zee naar de ecolodge moet brengen. De havenmond wordt zwaar bewaakt door het leger, dat heeft waarschijnlijk met drugsmokkel te maken. We varen er stapvoets langs, voor zover dat kan met een bootje, passeren zonder te worden gestopt en varen de Stille Oceaan op. Rechts water tot aan de horizon, links tropisch bos met een smal strand ervoor dat regelmatig wordt onderbroken door rotspartijen. Na dat zo'n drie kwartier te hebben ondergaan, bereiken we de kleine baai waar El Cantil ligt, dat ziet er uit als een kleine nederzetting zoals de vroegste Europese ontdekkingsreizigers die eeuwen geleden langs de Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse kust moeten hebben zien opdoemen. Een wit palmenstrand, aan de voet van de heuvel is een stukje bos gekapt en zijn een wat houten onderkomens gebouwd en iets wat een dorpshuis zou kunnen zijn. Na te zijn afgemeerd en uitgestapt, krijg ik een lang verhaal over hoe ik me ecovriendelijk dien te gedragen. Het klinkt me allemaal meer dan vanzelfsprekend in de oren. Dat ik dat meer dan eens zeg, maakt nauwelijks indruk, de man staat erop zijn ingestudeerde welkomsboodschap af te draaien voordat ik naar mijn kamer met koudstromend water en olielampverlichting kan worden gebracht. wordt vervolgd |