COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 29 (17072017)

Maandag 13 maart 2017 – Medellín
Na twee pittige pericos, de Colombiaanse versie van espresso macchiato, wandelen we verder in de richting van het Museo de Antioquia. Na het ruiterstandbeeld van el Libertador Simón Bolívar, het in dit land onvermijdelijke eerbetoon aan hun Vader des Vaderlands, volgt de muurschildering van Botero die ik gisteren vluchtig vanuit de rijdende metro zag. Het dansende paar, dat nu in volle glorie kan worden bewonderd, is wat mij betreft een stille aanwijzing dat we op de goede weg zijn. Dat wordt kort daarna min of meer bevestigd door een richtingaanwijzer waarop zowel het museum als de Plaza Botero staan aangegeven. Wat me wel verbaast is dat die volgens de pijlen in tegenovergestelde richting liggen, terwijl het adres van het museum aangeeft dat de hoofdingang aan de Plaza Botero is.... Op het naar de kunstenaar vernoemde plein staan 23 door hem aan zijn geboortestad geschonken beelden. Rond die beelden is het druk met mensen die schijnbaar niets om handen hebben – hangouderen? – en bloeit de informele straathandel: ananassen, zonnehoeden type cowboyhoed, frisdranken uit een ijskarretje en warme dranken uit de thermosfles. En niet te vergeten de belminuten die worden verkocht door mannen en vrouwen met een hesje aan waar op de rug de prijs staat – meestal $100 – en/of op de heup dat ze kaarten voor alle “operadores” hebben. Ondanks dat ik de tweede helft van mijn leven aan de onderkant van de globe heb gewoond, heb ik zo nodig altijd wel een toepasselijk Nederlands spreekwoord bij de hand, althans dat maak ik mezelf graag wijs. Op het plein met al die beelden van Botero is dat: overdaad schaadt. Tegen Mateo, mijn begeleider, kom ik vandaag in het Spaans niet verder dan “demasiado” dat zoiets als “teveel van het goede” betekent. Botero's werk is over het algemeen gemakkelijk te herkennen. Het is figuratief, de afgebeelde personen en dieren zijn vooral groot en mollig op het dikke af, 3XL zal ik maar zeggen (Botero zelf noemt het sensueel) en de beelden zijn in brons gegoten en verbeelden vaker wel dan niet een naakte man of vrouw. Eerlijk gezegd heb ik al gauw genoeg van al die ongeklede lichamen met veel te brede heupem, veel te dikke buiken en dijen en billen, het haalt niet bij de opgeblazen vogel op het andere plein, die dankzij een ingreep van de FARC een veel diepere betekenis heeft gekregen. Ik vlucht bijna het museum binnen om de daar tentoongestelde schilderijen te gaan bekijken.

Die schilderijen worden op de 3e en hoogste verdieping geëxposeerd, onderweg naar boven wordt door het collectief En Blanco keramiek getoond. Volgens de korte toelichting hebben zij traditionele technieken en decoratie uit een drietal regio's toepast om een discussie over de eindeloze cyclus van geweld in het land op gang te brengen. Een nogal ambitieus streven in de ogen van de buitenstaander die ik nu eenmaal ben. De kogels, bommen en granaten met de fleurige traditionele decoratie uit de provincie Antioquia herken ik gelijk, hoewel ik die eerder in de museumwinkel zou verwachten. Het is net Delfts Blauw. In de vleugel met het werk van Fernando Botero zijn kleine beelden, tekeningen, aquarellen en schilderijen te zien die, net zoals de beelden buiten, door Botero aan het museum werden geschonken. De meest recente gift, Viacrusis die dateert uit 2012, bestaat uit 27 schilderijen en 34 tekeningen. De vroegste gift, het doek Ex-voto, deed hij in 1974. Hoewel geloof en de katholieke clerus regelmatig terugkerende thema's zijn in Botero's werk, vind ik het interessante van Ex-voto dat het een “meervoudig zelfportret” is omdat het zowel de kunstenaar als zijn geloof in beeld brengt. Tegen de achtergrond van de Colombiaanse vlag staat Maria met het kindeke Jezus op de arm afgebeeld, een bankbiljet in haar linkerhand, aan haar voeten in de rechterhoek Botero op zijn knieën, handen gevouwen, op een bord in de linkerhoek staat zijn dankgebed: “En acción de gracias.... – Als dankzegging voor het ontvangen van de eerste prijs van de Biënnale van Coltejer, de belangrijkste naam in textiel. Fdo Botero en familie, mei 1970.” Coltejer was in die tijd de grootste textielfabriek in Medellín. Even verder wordt het tipje van de sluier opgelicht dat zijn fascinatie door het stierenvechten – van de Plaza de Toros, via stieren, picaderos tot en met de toreros - autobiografisch is. Want, zo lees ik in de korte biografie die er hangt: “A los doce años..... – Op zijn 12e werd Fernando Botero door zijn oom Joaquín ingeschreven voor de stierenvechtersschool van Aranguito in de Plaza de Toros la Macarena.” En zonder dat het hier wordt onthuld, ben ik er van overtuigd dat Botero een affaire had met de blote vrouw met het lange haar die ook hier op de rug gezien hangt. Zoals steeds houdt hij het vooraanzicht voor zichzelf. En ja hoor, ook het geweld van de FARC – “Carrobomba – Autobom” – en de doeken die hij maakte naar aanleiding van de dood van Pablo Escobar hangen er. Mijn dag kan niet meer stuk.

wordt vervolgd