|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 29 (17072017) Maandag 13 maart 2017 – Medellín Die schilderijen worden op de 3e en hoogste verdieping geëxposeerd, onderweg naar boven wordt door het collectief En Blanco keramiek getoond. Volgens de korte toelichting hebben zij traditionele technieken en decoratie uit een drietal regio's toepast om een discussie over de eindeloze cyclus van geweld in het land op gang te brengen. Een nogal ambitieus streven in de ogen van de buitenstaander die ik nu eenmaal ben. De kogels, bommen en granaten met de fleurige traditionele decoratie uit de provincie Antioquia herken ik gelijk, hoewel ik die eerder in de museumwinkel zou verwachten. Het is net Delfts Blauw. In de vleugel met het werk van Fernando Botero zijn kleine beelden, tekeningen, aquarellen en schilderijen te zien die, net zoals de beelden buiten, door Botero aan het museum werden geschonken. De meest recente gift, Viacrusis die dateert uit 2012, bestaat uit 27 schilderijen en 34 tekeningen. De vroegste gift, het doek Ex-voto, deed hij in 1974. Hoewel geloof en de katholieke clerus regelmatig terugkerende thema's zijn in Botero's werk, vind ik het interessante van Ex-voto dat het een “meervoudig zelfportret” is omdat het zowel de kunstenaar als zijn geloof in beeld brengt. Tegen de achtergrond van de Colombiaanse vlag staat Maria met het kindeke Jezus op de arm afgebeeld, een bankbiljet in haar linkerhand, aan haar voeten in de rechterhoek Botero op zijn knieën, handen gevouwen, op een bord in de linkerhoek staat zijn dankgebed: “En acción de gracias.... – Als dankzegging voor het ontvangen van de eerste prijs van de Biënnale van Coltejer, de belangrijkste naam in textiel. Fdo Botero en familie, mei 1970.” Coltejer was in die tijd de grootste textielfabriek in Medellín. Even verder wordt het tipje van de sluier opgelicht dat zijn fascinatie door het stierenvechten – van de Plaza de Toros, via stieren, picaderos tot en met de toreros - autobiografisch is. Want, zo lees ik in de korte biografie die er hangt: “A los doce años..... – Op zijn 12e werd Fernando Botero door zijn oom Joaquín ingeschreven voor de stierenvechtersschool van Aranguito in de Plaza de Toros la Macarena.” En zonder dat het hier wordt onthuld, ben ik er van overtuigd dat Botero een affaire had met de blote vrouw met het lange haar die ook hier op de rug gezien hangt. Zoals steeds houdt hij het vooraanzicht voor zichzelf. En ja hoor, ook het geweld van de FARC – “Carrobomba – Autobom” – en de doeken die hij maakte naar aanleiding van de dood van Pablo Escobar hangen er. Mijn dag kan niet meer stuk. wordt vervolgd |