|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 28 (15072017) Maandag 13 maart 2017 – Medellín Na deze vroege martelgang, die volgens mijn programma deel van een stadswandeling is, wordt het de hoogste tijd voor een kop pittige Colombiaanse koffie in een café waar het logo van het aloude platenmerk HMV – His Master's Voice – de hond naast de grammofoon met als luidspreker zo'n grote toeter – boven de ingang hangt. De gevel ziet er verder niet uit, evenmin maakt het interieur van Salón Málaga op het eerste gezicht veel indruk: ongemakkelijke stoeltjes en tafeltjes met een blad van iets dat op formica lijkt op een gladde keukenvloer. Ik heb zo'n flauw vermoeden dat het er allemaal al staat sinds de salón in 1957 werd geopend, want het doet me sterk denken aan het meubilair dat aan het begin jaren 60 van de vorige eeuw in het vaderland nogal modern was. Op zoek naar een leeg tafeltje ontdek ik echter dat zowel het HMV beeldmerk als het meubilair perfect passen bij de levensgrote Carlos Gardel (nou ja zo'n display met zijn foto op karton), de primitieve wandschildering van een avond met muziek en dans, de foto's van de artiesten die er ooit optraden en de jukeboxen. Alles ademt de verleden tijd uit die ik me herinner uit mijn tienerjaren, maar enige verwantschap met een milonga in Buenos Aires is ver te zoeken. “En este lugar el 10 de junio 1995..... – Als gevolg van een aanslag stierven hier op 10 juni 1995 de volgende medeburgers” staat op de Plaza San Antonio op de voet van één van de twee bronzen vogels van Ferdinand Botero die er staan. De ene verkeert in perfecte staat, bij die met de plaquette ontplofte tijdens een openluchtconcert op die dag een lading dynamiet waarbij 29 mensen werden gedood en ruim 200 anderen werden gewond. Afzender FARC, geadresseerde de toenmalige Minister van Defensie Fernando Botero Zea, zoon van de kunstenaar. Botero stond erop dat de beschadigde vogel “El Pájaro” bleef staan zoals die was en niet zou worden verwijderd, vervolgens schonk hij de stad in het jaar 2000 een kopie van het oorspronkelijke beeld, die hij “El Pájaro de la Paz” had gedoopt. Het zijn niet de enige beelden van Botero op het plein, zo ligt er een mollige schoonheid te slapen “Venus dormiente” en staat er een stoer mannenlijf “Torso” waarvan het evenbeeld in het Parque Carlos Thays van Buenos Aires staat. Maar die ene kapot geblazen vogel vind ik het meest indrukwekkend vanwege de gelijkenis tussen die vogel met de opengereten buikholte en de “Verwoeste stad” van Zadkine in Rotterdam. Want voor beide beelden vind ik van toepassing wat Zadkine eens over zijn Rotterdamse beeld zei: “Het wil het menselijk lijden belichamen dat een stad moest ondergaan die slechts, met Gods genade, wilde leven en bloeien als een woud. Een kreet van afschuw om de onmenselijke wreedheid van dit beulswerk." wordt vervolgd |