COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 28 (15072017)

Maandag 13 maart 2017 – Medellín
Als je zoals ik in Buenos Aires woont en daar door de jaren heen kennis hebt gemaakt met de muziek en de levensgeschiedenis van tangolegende Carlos Gardel, dan is de eerste naam die bij je opkomt als het over Medellín gaat de zijne en niet die van drugsbaron Pablo Escobar, beeldend kunstenaar Fernado Botero of schrijver Héctor Abad. Dat komt omdat de nog immer geliefde zanger op 24 juni 1935 bij een bizar ongeluk op het midden in de stad gelegen vliegveld om het leven kwam. Bizar omdat het toestel waarin Gardel zat, dat klaar stond om naar de startbaan te taxiën, werd “aangereden” door een vertrekkend vliegtuig en in brand vloog. Vanochtend gaan we om te beginnen naar een tangosalon en later deze week naar nog meer plekken in Medellín waar de herinnering aan Gardel wordt hooggehouden. Voor dat het echter zover is, sleept Mateo me mee langs een soort beeldenroute met de meest verschrikkelijke monumenten. Eerst iets dat op een koperen klerenkast lijkt die is gedecoreerd met profielen van bewoners van de streek toen de conquistador Francisco Herrera y Campuzano er op 2 maart 1616 San Lorenzo de Aburrá stichtte. Wat verderop staat voor La Alpujarra – het administratieve centrum van Medellín en de provincie Antioquia – het 38 meter hoge “Monumento a la Raza” van Rodrigo Arenas Betancourt dat de strijd van het goed tegen het kwaad in Antioquia door de eeuwen heen zou moeten symboliseren. Buiten de hekken van de overheidskantoren zitten mannen aan tafeltjes met een schrijfmachine erop, zij helpen met het invullen van de formulieren die nodig zijn om met de ambtenaren binnen in gesprek te kunnen gaan. Het Parque de las Luces – Park van het Licht was een project van de architect Juan Manuel Peláez om de uitgebluste Plaza Cisneros nieuw leven in te blazen. En hoe! Door er 300 metalen lichtpijpen van 18 meter hoog op een betonnen voet van 4 meter neer te zetten, die lichten op als de duisternis invalt. Maar rond 10 uur 's ochtends is het net een woud van saaie vlaggemasten zonder vlag.

Na deze vroege martelgang, die volgens mijn programma deel van een stadswandeling is, wordt het de hoogste tijd voor een kop pittige Colombiaanse koffie in een café waar het logo van het aloude platenmerk HMV – His Master's Voice – de hond naast de grammofoon met als luidspreker zo'n grote toeter – boven de ingang hangt. De gevel ziet er verder niet uit, evenmin maakt het interieur van Salón Málaga op het eerste gezicht veel indruk: ongemakkelijke stoeltjes en tafeltjes met een blad van iets dat op formica lijkt op een gladde keukenvloer. Ik heb zo'n flauw vermoeden dat het er allemaal al staat sinds de salón in 1957 werd geopend, want het doet me sterk denken aan het meubilair dat aan het begin jaren 60 van de vorige eeuw in het vaderland nogal modern was. Op zoek naar een leeg tafeltje ontdek ik echter dat zowel het HMV beeldmerk als het meubilair perfect passen bij de levensgrote Carlos Gardel (nou ja zo'n display met zijn foto op karton), de primitieve wandschildering van een avond met muziek en dans, de foto's van de artiesten die er ooit optraden en de jukeboxen. Alles ademt de verleden tijd uit die ik me herinner uit mijn tienerjaren, maar enige verwantschap met een milonga in Buenos Aires is ver te zoeken.

“En este lugar el 10 de junio 1995..... – Als gevolg van een aanslag stierven hier op 10 juni 1995 de volgende medeburgers” staat op de Plaza San Antonio op de voet van één van de twee bronzen vogels van Ferdinand Botero die er staan. De ene verkeert in perfecte staat, bij die met de plaquette ontplofte tijdens een openluchtconcert op die dag een lading dynamiet waarbij 29 mensen werden gedood en ruim 200 anderen werden gewond. Afzender FARC, geadresseerde de toenmalige Minister van Defensie Fernando Botero Zea, zoon van de kunstenaar. Botero stond erop dat de beschadigde vogel “El Pájaro” bleef staan zoals die was en niet zou worden verwijderd, vervolgens schonk hij de stad in het jaar 2000 een kopie van het oorspronkelijke beeld, die hij “El Pájaro de la Paz” had gedoopt. Het zijn niet de enige beelden van Botero op het plein, zo ligt er een mollige schoonheid te slapen “Venus dormiente” en staat er een stoer mannenlijf “Torso” waarvan het evenbeeld in het Parque Carlos Thays van Buenos Aires staat. Maar die ene kapot geblazen vogel vind ik het meest indrukwekkend vanwege de gelijkenis tussen die vogel met de opengereten buikholte en de “Verwoeste stad” van Zadkine in Rotterdam. Want voor beide beelden vind ik van toepassing wat Zadkine eens over zijn Rotterdamse beeld zei: “Het wil het menselijk lijden belichamen dat een stad moest ondergaan die slechts, met Gods genade, wilde leven en bloeien als een woud. Een kreet van afschuw om de onmenselijke wreedheid van dit beulswerk."

wordt vervolgd