COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 14 (23052017)

Maandag 6 maart 2017 – Bogotá – Neiva – San Agustín
De controles op het vliegveld El Dorado van Bogotá vallen reuze mee voor een land waar al meer dan een halve eeuw interne conflicten aan de gang zijn. De vlucht naar Neiva duurt nog geen uur, tot mijn verrassing staat dezelfde chauffeur van de afgelopen dagen op mij te wachten. Als ik van te voren had geweten dat hij vannacht van Bogotá hier naartoe was gereden, was ik misschien wel meegegaan. We hebben 200 kilometer te gaan naar het zuidelijker gelegen San Agustín. En de trui kan uit! De zon schijnt, de temperatuur is stukken hoger dan in de hoofdstad, de vochtigheidsgraad trouwens ook. Neiva ligt dan ook een stuk minder hoog – “slechts” 440 meter boven de zeespiegel – en op nog geen 3 graden ten noorden van de evenaar. Wat een verschil met de afgelopen week. Het landschap is stukken groener, vooral het frisse groen van de rijstvelden steekt overal bovenuit. De smalle tweebaansweg klimt en daalt en barst van de “curvas peligrosas – gevaarlijke bochten.” Dat ze echt gevaarlijk zijn wordt bewezen door de vele kleine altaartjes in de berm. Deze “ánimas” markeren plekken waar dodelijke ongelukken zijn gebeurd. We rijden door een vrijwel onafgebroken groene tunnel die wordt gevormd door de overhangende takken van de hoge bomen die langs beide zijden van de weg staan, aan de linkerkant ligt de altijd aanwezige bergrug. Kleine dorpen onderbreken af en toe de monotonie. Zoals in Campoalegre waar een week of twee geleden een moddervloed door het dorp is getrokken. De grijze band op de buitenkant van de huizen en gebouwen geeft aan hoe hoog het modderwater heeft gestaan. De schoonmaak is nog in volle gang, in de laagst gelegen delen van het dorp worden de kelders “uitgegraven,” verziekt meubilair is op de stoep gezet, tapijten hangen te drogen, overal wordt geschrobd. Zo nu en dan pauzeren we even bij een hoog gelegen “mirador” om de benen te strekken en een “tinto” te drinken. In de diepte stroomt dan de Río Magdalena, de rivier die zo vaak een rol speelt in de boeken van Gabriel García Márquez. En dan zowaar voor het eerst een “retén” een controlepost van het leger en even verderop een met groene verf gecamoufleerde zandzakken versterkte wachtpost van het leger bij een knooppunt van de elektriciteitsmaatschappij. Dat is allemaal natuurlijk niet voor niets, we moeten haast wel in de buurt van de conflictzone zijn gearriveerd. Hoewel niets erop wijst dat het spannend zou kunnen worden, eigenlijk best jammer.

Even voor het stadje Pirolito staan langs de weg gelukkig weer eens wat cafeetjes waar "guarapo - suikerrietsap" wordt geschonken. Niet zozeer dat ik het zou willen proeven, maar om te zien hoe het wordt geperst, want op ieder terras waar het sap wordt verkocht staat heel opzichtig een houten persje met hulpmotortje. Het mooie meisje van de bediening van het cafeetje waar wij zijn neergestreken, moet eerst even gaan vragen of zoiets al dan niet kan. Na een minuut of zo komt ze terug en bevestigt dat ze het kunnen laten zien als ik voor tenminste duizend pesos bestel. Nog geen 40 eurocenten, op ontdekkingsreis ga ik daarover niet in discussie. Een stukken minder mooie oudere vrouw met snor komt uit de keuken met in haar hand een dikke suikerrietstengel, ze pakt een stevige houten klopper en begint de stengel op een soort hakblok grondig te pletten. Daarna start ze het motortje van de pers, die trouwens behoorlijk op de wringer boven de wastobbe van lang geleden van mijn grootmoeder lijkt, en duwt de stengel er doorheen. Het sap wordt opgevangen in een gootje en loopt via een tuitje aan de zijkant door een filter in een emmertje. Na de eerste persing wordt de stengel opnieuw stevig geplet en nog eens door de pers gedraaid, vervolgens dubbel gevouwen en voor de derde keer geperst. Klaar is kees. Het motortje wordt afgezet, de pers loopt leeg, het sap wordt nogmaals gefilterd en daarna voor mij in een glas met een rietje geschonken. Vreemde kleur, lauw en het smaakt nauwelijks naar suiker. Maar ik weet nu tenminste hoe “guarapo” wordt bereid en hoe het smaakt. Het mooie meisje wil weten of ik uit Duitsland kom. Nadat ik heb geantwoord uit Nederland te komen, vraagt ze of er in Nederland ook Duits wordt gesproken. Nee, in Nederland spreken we Nederlands. "Hoe zeg je "novio" en "novia" in het Nederlands?" Voor beide hebben wij hetzelfde woord "verloofde," antwoord ik geheel maar waarheid. Ze wil graag dat ik het voor haar opschrijf en daarna oefenen we samen de uitspraak. "Ben je soms op zoek naar een Nederlandse verloofde?" vraag ik haar daarna kennelijk iets te gretig. Ze bloost heel mooi, verdwijnt vlug naar de keuken en komt niet meer terug. Dom. dom.

wordt vervolgd