COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 12 (18052017)

Zaterdag 4 maart 2017 – Villa de Leyva – Raquirá – Villa de Leyva
Naar het schijnt ligt Villa de Leyva midden in een paleontologisch paradijs. Iets dat deels wordt onthuld in het kleine museum “El Fosíl de Monquirá.” Daar bestaat het pièce de résistance uit het grootste deel van het in 1977 gevonden versteende skelet van een Pliosaurus, een dinosaurusachtige die hier zo'n 110 miljoen jaar geleden gedurende het krijttijdperk in zee gezwommen zou hebben. Het was een ongeveer 7 meter lang vleesetend reptiel met een lange krokodilachtige kop en een relatief korte nek dat zich in het water voortbewoog met vier vinachtige poten. Tijdens mijn bezoek ligt het stadje op 2.194 meter boven de zeespiegel, waardoor het enige moeite kost om me voor te stellen dat hier zeedieren geleefd zouden hebben. Doch met in het achterhoofd de zoutmeren die ik hoog in de Andes in Chili en Bolivia bezocht, wordt het toch iets vanzelfsprekends. De presentatie in het miniscule museum komt zeker niet in aanmerking voor een eervolle vermelding. De fossielen, botten van de Pliosaurus, grote versteende garnalen, wat fossiele afdrukken van bladeren, maar vooral van versteende schelpen van velerlei afmetingen, liggen in door glas afgedekte eenvoudige zandbakken die museaal gezien bijna net zo gedateerd zijn als het materiaal dat er in ligt. Meer van dat al is te zien in het Museo Paleontológico in Villa de Leyva, opnieuw een kleine collectie in een kleine ruimte. Waarom er op minder dan 10 kilometer van elkaar er twee min of meer overlappende museums zijn, is mij niet helemaal duidelijk. Er is echter nog een derde, dat heel groots “Centro de Investigatiónes Paleotológicas” heet, maar nadat Harold me vertelde dat daar een grote plastic dinosaurus te zien zou zijn, ben ik daar maar niet naar toegegaan.

Terug in het stadje slenter ik eerst nog even over de markt, die vol ligt met vruchten die ik uit Lagos ken, hetgeen niet verrassend is omdat Villa de Leyva en Lagos op ongeveer even grote afstand van de evenaar liggen. Om daarna verder te slenteren over wat de grootste Plaza van Zuid-Amerika zou zijn en die nauwelijks op één foto is te vangen. Langs de straten staan huizen met balkons en grote binnenplaatsen, ik zou ergens in een Spaans dorp kunnen zijn. Kloosters en kerken te over, maar die negeer ik tot Cartagena, tot het eind van mijn reis, hoewel er hier meer dan genoeg zijn om te bezichtigen. Een reiziger moet zo nu en dan nu eenmaal keuzes maken.

Zondag 5 maart 2017 – Villa de Leyva – Boyacá – Bogotá
Een rustige zondagmorgenrit naar Boyacá door een vulkanisch landschap, klimmen en dalen met in de diepte groene velden en plastic kassen. Hoog op een helling zijn landarbeiders iets onduidelijks aan het oogsten dat in grote plastic zakken verdwijnt die om hun nek hangen of rond de heupen zijn vastgemaakt. De mis in de kerk van een stadje onderweg wordt verrassend goed bezocht. Niet veel later in de diepte een nietszeggend bruggetje over een net zo nietszeggend riviertje. Wat mij betreft althans, want de Teastinos, zoals het stroompje heet, heeft een cruciale rol gespeeld bij de ondergang van wat voorheen het Spaanse onderkoninkrijk van Nieuw Granada was en daarmee bij de “bevrijding” van het noordwesten van Zuid-Amerika. Op het hier gelegen slagveld van 7 augustus 1819 zijn daarom aardig wat monumenten opgericht. Bij het afdalen naar de vallei met het bruggetje aan de rechterhand gelijk al een stoere obelisk in een weiland en verder naar beneden aan de voet van de heuvel een Arc de Triomphe. Op beide is Simón Bolívar prominent aanwezig, alsof hij al het vuile werk eigenhandig heeft opgeknapt, zoals een eerbewijs op de voet van de “Obelisco de la Libertad” nog eens extra benadrukt: “BOLIVAR – Con los siglos crecera ….- BOLIVAR – met de tijd zal uw faam groter worden, zoals een schaduw bij de ondergaande zon.” Op de Arc staan niet meer dan zijn beeldenaar en elf coupletten van het Colombiaanse volkslied. Mede-bevelhebber Francisco de Paula de Santander krijgt een stukken bescheidener naamsvermelding en een veel kleiner monument in de buurt van de brug. Tegenover de Arc de Triomphe staat aan de andere kant van de snelweg een rond theater dat “ciclorama” heet. Binnen heeft het wel wat weg van het Panorama Mesdag. Op de wand is in 360º de 71 dagen durende veldtocht van de “patriotten” tegen de Spaanse koloniale troepen in beeld gebracht. De bezoekers worden bij de hand genomen door Freddy, die een boeiend college vaderlandse geschiedenis geeft, waarin Bolívar opnieuw zeer nadrukkelijk als de primus inter pares wordt gepresenteerd. Ik zie wel wat parallellen met onze eigen vaderlandse geschiedenis en zeg dat hardop, want hebben ook wij ons tijdens de 80-jarige oorlog niet van het Spaanse juk ontdaan? Dat is aan deze kant van de wereld echter totaal onbekend en dat terwijl ons land daarna de zelfstandige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd.

wordt vervolgd