COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ - 5 (19042017)

Woensdag 1 maart 2017 – Bogotá
“Todas las obras expuestas en esta casa fueron donadas a Colombia por el maestro Fernando Botero.” Alle hier getoonde werken, werden door Fernando Botero aan Colombia geschonken, melden de gitzwarte letters op de spierwitte muur van de entree van het Museo Botero dat in het hart van Bogotá is gevestigd. Nog geen half jaar geleden was in de Rotterdamse Kunsthal in een veel te kleine ruimte een veel te druk bezochte retrospectief met werk uit Botero's eigen collectie te zien. In Bogotá is het stukken rustiger en stukken ruimer van opzet, de compacte mensen en dieren die de signatuur van de kunstenaar zijn, zijn uiteraard dezelfde. Zo loop ik direct al tegen “Pareja” aan, een reliëf uit 1993 met daarop een stevig gebouwde blote man en een stevig gebouwde blote vrouw met half lang haar. Op de rug gezien met de rechterarm van de man over de schouder van de vrouw geslagen, om zijn hand op haar brede vrouwenheupen te kunnen leggen komt zijn arm behoorlijk wat lengte tekort. Om flink wat van de tentoongestelde beelden kan je gewoon heen lopen en Botero's handelsmerk van alle kanten bewonderen: stevige benen, stevige billen, stevige buik, stevige borsten. “Maternidad - Moederschap” het bronzen beeld van een stevige zittende vrouw die haar niet minder uit de kluiten gewassen baby de borst geeft, is heel wat anders dan de man met een baby op zijn arm die op de rug van een vrouw – de moeder van het kind? – staat of dat van de zo te zien slapende vrouw die heel ontspannen wijdbeens op haar rug ligt terwijl een grote vogel zo'n beetje op haar maag zit en in haar linkerborst lijkt te gaan pikken. Tot mijn spijt – en schande – heb ik de titels van die twee werken niet genoteerd. Als ik vervolgens door de zalen met schilderijen dwaal, kom ik zo te zien diezelfde vrouw – mannen interesseren me niet zo – nog eens minstens vier, vijf, zes keer tegen. Nog steeds in haar blootje, zowel en face en op de rug gezien zodat haar stevige lijf opnieuw van alle kanten bewonderd kan worden, deze keer echter eendimensionaal, en ... haar enigszins rozige gezicht. Op de schilderijen tenminste, want de bronzen beelden laten nu eenmaal geen roze wangen toe. Op het doek “el Estudio – het Atelier” staat het model met de rug naar de kijker toe en kijkt de schilder geconcentreerd – of misschien wel verlekkerd – naar de voorzijde. Zou dat Botero zelf zijn? Zou het model zijn muze zijn geweest? Je weet maar nooit. Op het doek “Vrouw aan het raam” denk ik haar weer te zien, deze keer en face, nogmaals op het werk “la Colombiana” en nog eens afgebeeld op “Mujer leyendo” als vrouw die op een gazon een boek leest en tenslotte op “la Carta – de Brief” waar ze op bed met een toch wel wat verdrietig gezicht een brief leest. De afscheidsbrief van Botero? Dit museumbezoek hier in Bogotá is hopelijk slechts een voorproefje, want het museum in Medellín, de geboortestad van de kunstenaar, moet nog komen.

Donderdag 2 maart 2017 – Bogotá
Een dag of tien geleden ging er in de buurt van de Plaza de Toros La Santamaría van Bogotá een bom af, vermoedelijk als protest tegen de opheffing van het verbod op stierenvechten. Resultaat: 1 dode – een politieagent – en 30 gewonden. Dat verbod was in 2012 ingesteld door de toenmalige burgemeester en werd kort geleden ongedaan gemaakt door een uitspraak van het Constitutionele Hof van Colombia waarin werd bepaald dat stierenvechten tot het culturele erfgoed van het land behoort. La Santamaría ligt er vanochtend rustig bij, geen politie, geen protesterende actievoerders, de poort gaat af en toe open om het personeel dat hier werkt binnen te laten. En nee, ik mag niet even een kijkje nemen. De arena ligt aan de voet van een heuvel en wordt omgeven door een park en luxe woontorens. Ik loop wat rond en schiet wat foto's en ontdek al doende een plattegrond van de omgeving waarop een “Casa de Cultura Afro-Colombiana” staat aangegeven. Totaal onverwacht, maar het komt goed uit omdat ik vandaag op zoek ben naar sporen van de Afro-Colombiaanse cultuur in de Colombiaanse hoofdstad. Juan was daar gisteren nogal vaag over geweest, had wat over Soacha gemompeld en dat was het dan. Soacha is echter geen wijk, maar een stad op zich waar meer dan een half miljoen mensen wonen die uit alle delen van Colombia afkomstig zijn. Ze zijn veelal gevlucht voor het geweld veroorzaakt door de interne conflicten die al zo'n beetje sinds mensenheugenis aan de gang zijn. Niet alleen politiek revolutionair geweld – FARC, ELN – maar ook de zeer gewelddadige drugsoorlog uit de jaren 90 van de vorige eeuw.

wordt vervolgd