|
COLOMBIA – OVER AFRO'S, BOTERO, ESCOBAR & GARCÍA MÁRQUEZ (31032017) Dinsdag 28 februari 2017 – en route naar Bogotá, Colombia Komt het door de boeken van Gabriel García Márquez die ik de afgelopen maanden heb herlezen en gelezen dat ik voor een reis door Colombia heb gekozen in plaats van een reis door Cuba? Komt het door Fernando Botero, wiens werk een half jaar geleden in de Rotterdamse Kunsthal was te zien, dat ik zijn geboortestad Medellín wil leren kennen? Of komt dat juist door Pablo Escobar die Medellín in de vorige eeuw op de kaart zette met de grootscheepse handel in cocaïne en een eindeloos lijkende gewelddadige drugsoorlog met de concurrenten uit Cali? Én het is de stad waar Carlos Gardel, de Argentijnse tangolegende, in 1935 bij een vliegtuigbotsing om het leven kwam. Zijn het Tanja Nijmeijer en de FARC misschien? De Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia – Ejército del Pueblo, die na 52 jaar revolutie eindelijk doorhebben dat de door hen ontketende burgeroorlog niet is te winnen als je de bevolking onvoldoende mee hebt gekregen? Of komt het wellicht omdat ik zo'n anderhalf jaar geleden tijdens mijn “cargocruise” in Cartagena de Indias niet aan land kon gaan omdat we pas bij het vallen van de avond van boord konden en de volgende dag vlak na zonsopgang de touwen al weer losgooiden? Misschien is het wel de opgewekte televisiereclame die beweert dat het enige risco dat je in Colombia loopt is dat als je er eenmaal bent je niet meer weg wilt. Hoewel dat laatste natuurlijk vooral geldt voor de burgers uit het buurland Venezuela, die de misère in hun vaderland proberen te ontvluchten. Het komt vast en zeker niet door de in Buenos Aires door het National Geographic Channel uitgezonden reality “Airport Security Colombia” waarin op de luchthaven El Dorado van Bogotá aan de lopende band bolletjesslikkers en andere drugsmokkelaars worden opgepakt. Heel erg voorspelbaar en heel erg saai, net alsof het allemaal in scène is gezet. Op mijn vliegveld van vertrek denken de autoriteiten kennelijk dat drugs naar Colombia smokkelen ook aantrekkelijk is. Na het uitpakken van de handbagage, schoenen uit om te scannen, bodyscan, moet ik zelfs de schone zakdoek uit mijn broekzak halen en uitvouwen. Je weet maar nooit. Ben daardoor gelijk al heel erg benieuwd naar hoe dat bij aankomst en vertrek in Colombia zal zijn. Dat ik op de laatste dag van het carnaval zal arriveren en het de dag erna Aswoensdag zal zijn, is volgens mijn reisorganisator geen punt. “Daar heb je in Bogotá geen last van, dat wordt alleen maar groots gevierd in Barranquilla.” Dat laatste legt de link met de Afro-Colombiaanse cultuur die ik beter zou willen leren kennen, nou ja ik zou er waar mogelijk kennis mee willen maken en in die stad zou het op straat liggen. Toch maar niet, ik wil mijn reis juist aan de Caribische kust afsluiten en na de jaren die ik in Rio de Janeiro heb gewoond, valt carnaval overal elders flink tegen. Mijn reisplan is redelijk eenvoudig: de eerste dagen Bogotá en omgeving, daarna naar San Augustín in het zuiden van het land vanwege de precolumbiaanse archeologische vondsten, vervolgens Cali, Medellín – vanwege Fernando Botero, Carlos Gardel en Pablo Escobar, dan een paar dagen aan de kust van de Stille Oceaan – voor de Afro-Colombiaanse cultuur – en de laatste week of zo in de voetsporen van García Márquez en nog meer Afro-Colombiaanse cultuur in het Caribische noorden van het land. Als het vliegtuig kort voor de landing door het wolkendek zakt, verschijnt een groen en nat landschap met opvallend veel kassen. Alsof we boven het Westland vliegen. Dat frisse groen valt me wat tegen omdat het regenseizoen pas na afloop van mijn reis op gang zou moeten komen. Na te zijn geland valt het vliegveld van de televisie ook behoorlijk tegen, stukken minder sensationeel. De formaliteiten gaan zoals die overal gaan: langzaam maar zeker. Pas als ik buiten op mijn vervoer naar het hotel sta te wachten komt het allemaal erg bekend voor vanwege de gearresteerde drugsmokkelaars die vanaf dezelfde plek in de politieauto's werden afgevoerd. Ik ben gearriveerd op, maar niet in “El Dorado”. De auto laat op zich wachten, de regen valt met grote bakken tegelijk uit de hemel, het is behoorlijk fris. In het hotel krijg ik bij de receptie wat te drinken aangeboden: koffie, naar fruit smakende thee of een aftreksel van cocabladeren “om te wennen aan het hoogteverschil.” Nou ja, de bewoners van het Altiplano – het hoogland, na Tibet de grootste hoogvlakte op aarde, kauwen op die bladeren vanwege de hoogte waarop ze wonen, dus waarom niet. Uit nieuwsgierigheid neem ik voorzichtig een slokje: het is echt niet te zuipen. Dan toch maar liever een “tinto”. Nee niet een glas rode wijn zoals in Argentinië, ontdek ik gelijk al, zo wordt hier een kop zwarte koffie genoemd. Welkom in Colombia! wordt vervolgd |